Kikkertje

Vorige maand eindigde ik mijn stukje met: lopen.

Ik schreef dat lopen deel uitmaakt van de traditie van het christelijk geloof. In de bijbel wordt immers in heel veel verhalen gelopen: door de woestijn, door een dorp, door een stad, naar Emmaüs, over het water.

En door de eeuwen heen hebben velen als pelgrim gelopen: naar Rome, naar Jeruzalem, naar Santiago de Compostella, naar talloze andere plaatsen, ook veel dichterbij.

Met dat lopen ben ik zelf ook begonnen. Natuurlijk liep ik altijd wel. Af en toe. Vooral in het winkelcentrum. Tsja.

Maar ik probeer nu elke dag een stuk te lopen.

Dat komt door een boekje dat ik las. Misschien denk je nu: daar gaat hij weer – weer over een boek schrijven. Ja, dat is zo; maar leg dit gele boekje nog niet weg, blader nog niet door, lees nog even verder!

Ik las over dat boekje in de krant. ‘Bij vlagen om te huilen zo mooi’, schreef de recensent. Ik kocht het boekje. Ik las het. En ik las het nog een keer. Een boekje om langzaam te lezen.

Het heet: Je keek te ver en is geschreven door Marjoleine de Vos.

Een klein boekje, niet meer dan 71 bladzijden – maar groot van inhoud.

Ze schrijft over een wandeling die zij vanuit haar huis in het Noord-Groningse Zeerijp maakt – maar zo’n wandeling kun je op elke plaats maken, waar je ook maar woont.

Ze schrijft over leven, over zijn op de plaats waar je woont; over waarnemen (zien, horen, ruiken, tasten) en mijmeren over wat je waarneemt; over omgaan met verlies; over drukte in ons hoofd – al die gedachten; over taal; over het echte leven: ‘het leven op aarde. Niet te bevatten’; over verlangen naar harmonie; over het magerebrugwonder; over leven met vragen, zonder antwoorden; en over nog veel meer.

Heel vaak wordt er op aangedrongen, dat we in beweging moeten komen; als een opdracht: voor onze gezondheid. Die opdracht hoorde ik altijd wel. Maar van in beweging komen kwam toch niet zoveel terecht. Heb ik een hekel aan opdrachten? Zit daar teveel moeten in? Vind ik geen voldoening in dat ‘moeten’? Heb ik in m’n jeugd teveel opdrachten gekregen?

Toen ik Je keek te ver las, kwam er een uitnodiging naar me toe: de uitnodiging om ook te gaan lopen.

Zo komt het dat ik de laatste weken vrijwel elke dag hetzelfde rondje loop: een paar straatjes door, dan de wijk uit, het fietspad tussen de weilanden door; links af het oude kronkelweggetje met bomen, ver weg een koekoek, dichtbij de roep van een tjiftjaf; ik kom voorbij het weiland waar een paar dagen lang ganzengezinnetjes bivakkeerden; na de oude boerderij het pad naar links (in het weiland twee lakenvelder stieren – wat is die zwarte groot! zo kolossaal); om de Wijde Aa heen, het pad door de prachtige kronkelende groenstrook door de Aa-landen, de gouden zang van de merels, een zanglijster; en links aanhouden richting huis.

Al lopend oefen ik me in waarnemen. Laatst werd ik beloond. Bijna ging ik met mijn lompe voet op een heel klein kikkertje staan. Ik zag het kikkertje net op tijd opzij springen.

Ik keek.

Ik hield m’n hand vlak voor het kikkertje: het sprong erop. Zo kon ik het van heel dichtbij bekijken.

Het was zo groot als de breedte van een vinger.

Ik zag de bolle ogen.

De grote dubbelgevouwen achterpoten – klaar voor de afzet van de sprong; de dunne voorpoten met de brede vingers.

Zo kwetsbaar. Verwondering.

Ik hield m’n hand vlak boven het gras: het kikkertje sprong verder dan ik verwacht had.

De dagen daarna was ik me onder het lopen bewust van de aanwezigheid van die kleine kikkertjes en zag ik ze elke wandeling.

De kikkertjes brengen me bij het hier en nu. Leven hier en nu.

Bij de vragen die zich vandaag aan me opdringen. Heb ik een antwoord?

Al lopend komen er meer gedachten op. Wat een onrust weer in m’n hoofd.

Opdracht en uitnodiging kwam ook nog weer naar boven.

Is het evangelie opdracht of uitnodiging? Wat mij betreft het laatste.

Ik wens jullie allen een goede zomer toe!

 

Met hartelijke groeten,

  1. Dirk van Keule