Helemaal gratis!

De ene dag als dominee is altijd weer anders dan de vorige of de volgende. Dat komt door al die verschillende taken die je als dominee hebt. En door de mensen die er op je weg komen. Graag vertel ik nu iets over een bijzondere dag die ik meemaakte.

 We gaan terug naar een donderdag, eind september (het vorige nummer van ons kerkblad was nog niet verschenen, maar de tekst ervoor had ik al wel ingestuurd; daarom kan ik nu pas schrijven over wat ik eind september meemaakte).

Ik heb mijn witte toga uit de kast gepakt en heb hem met een van de stola’s er overheen opgehangen aan een spijker die in de muur zit onder het smalle hoge glas-in-lood raam in onze kerk. Ik doe dat omdat er bezoek komt.

Dienke Nijeboer verzorgt (binnen het kader van Levensbeschouwelijk Onderwijs) op de Floreant lessen over christelijk geloof. Zij heeft gevraagd of ze met groepen leerlingen op bezoek mag komen in de kerk. Natuurlijk kan dat. Donderdag 26 september komen ’s morgens eerst de groepen 5-6 in de kerk; ’s middags volgen de groepen 7-8.

 Wanneer de kinderen de kerk binnenkomen, geven ze me allemaal een hand en noemen ze hun naam. En dan gebeurt wat ik al ken van het oefenen voor de kerk-en-schooldiensten tijdens de afgelopen jaren. De kerk is een grote, hoge ruimte. Kinderen willen daarin het liefst rennen en heel veel lawaai maken. De juffen die meegekomen zijn, slagen erin om de kinderen allemaal op een stoel voorin de kerk te laten zitten. Ik stel me kort voor. Juf Dienke legt de kinderen uit wat de bedoeling is: in kleine groepjes mogen de kinderen door de kerk lopen. In een schrijfblokje mogen ze alle vragen opschrijven die in ze opkomen.

En daar gaan ze dan: de hele kerk door. Een voor een mogen ze op de preekstoel staan. Ze gaan naar boven op het balkon. Het liefst willen ze ook het trapje op naar het oude orgel. Maar dat mag niet. De kinderen uit groep 7-8 kunnen hun nieuwsgierigheid niet bedwingen en gaan het hele gebouw door.

Als ze alles hebben bekeken mogen ze hun vragen stellen.

 Wat is die witte jurk? Die is van mij; die heb ik aan als ik een kerkdienst doe. Zal ik hem aantrekken? Jaaaaaaaa!, roepen de kinderen. Ik trek mijn ‘witte jurk’ over m’n hoofd – en even wordt het stil. Blijkbaar een spannend moment. Ben ik ineens iemand anders geworden? Misschien wel. En toch niet. Want ik praat nog steeds op dezelfde manier.

 Wat is dat grote boek?

Waarom heeft het zulke rare letters?

Hoe oud is het boek?

Ik vertel over de bijbel. Een meisje vraagt: wat vind jij het mooiste verhaal uit de bijbel?

 Wat staat er op die kaars?

Waarvoor is dat lantaarntje?

Waarom liggen daar stenen? We lezen de namen die erop staan: Dirk Hoekstra en Fokje Kuiken-de Bildt, en hun geboorte- en sterfdatum. En we praten even over blijven denken-aan-wie-gestorven-zijn.

Wanneer ze vragen naar de doopvont gaan we er met z’n allen omheen staan. We praten over wat de doop is. Zit er water in? Laten we eens kijken: de deksel eraf. Ja, er zit water in.

En wat doe je dan als je een kind gaat dopen?

Heel veel kinderen willen even het doopwater voelen.

’s Ochtends had ik er geen vers water in gedaan. Wat is dat water koud. Oh, maar als er een kind wordt gedoopt, doen we warm water in de doopvont. Daarom heb ik voor de middaggroep warm water in de doopvont gedaan.

Hoeveel kinderen heb jij gedoopt?

Wanneer ga je weer dopen? Over een paar weken. En hoe heet het kind? Intussen is Midas gedoopt.

En dan komt een van de meest bijzondere vragen: hoeveel kost het om gedoopt te worden? Het kost niks, het is helemaal gratis! ’s Middags wordt precies dezelfde vraag gesteld. Het doet me beseffen dat de kerk daarin bijzonder is. Want wat is er gratis in ons leven? De liefde van God!

 Is het leuk om dominee te zijn?

En wat verdien je als dominee? Ja, de kinderen vragen alles.

Waarom heb jij zoveel boeken? Eeeeh…, ja, hoe leg ik dat uit?

 Wat staat er op de ramen?

Dat is een vraag waar ik eens goed over na moet denken. Want ik heb vaak naar de ramen gekeken, maar wat zien we nou eigenlijk?

Ik vraag terug: wat zie jij? Wat zien jullie?

Ja, een mens; en handen. Er zit een gat in die handen. Dan zal het Jezus zijn. Maar wat zien we nog meer?

We zien iemand op de rug. Even zou je kunnen denken dat het een zaaier voorstelt. Dat zou passen bij het dorp Luttelgeest. Als we heel goed kijken kunnen we links en rechts nog twee andere gestalten onderscheiden.

Dan gaat het me dagen wat we zien: drie gestalten te midden van rode vurige vlammen. Het raam verbeeldt het verhaal uit Daniël 3: Sadrach, Mesach en Abednego, die door koning Nebukadnezar in een vurige oven worden geworpen.

Later op de middag komt Dirk Hoen de tafels en stoelen voor de kaartclub klaarzetten. En samen met hem kijk ik nog een keer naar de ramen. Helemaal rechts, wijst hij aan, kun je een schip zien.

Heb jij weleens goed naar de ramen gekeken? Wat zie jij?

 

Hartelijke groeten, ds. Dirk van Keulen