Heer, herinner U de namen.

Het blijft lastig: op de twintigste van de maand een kerkbladstukje schrijven. En eigenlijk van te voren weten: dit stukje zal wel weer achterhaald zijn op het moment dat de gele boekjes bij jullie thuis worden bezorgd. Met dat in het achterhoofd schrijf ik dit stukje:

 

Afgelopen tijd hebben we gemerkt hoe snel het kan gaan met dat akelige virus. Hadden we in het voorjaar de ‘eerste golf’, nu zitten we midden in de ‘tweede golf’. Inmiddels heeft de kerkenraad besloten dat de diensten weer alleen via de computer te volgen zullen zijn. Dat is natuurlijk heel jammer. Maar ik ben het er helemaal mee eens!

Het betekent dat ik in de dienst van 8 november afscheid van jullie zal nemen via een beeldscherm. Natuurlijk is dat niet ‘leuk’. Ik had me een afscheid anders voorgesteld. Maar we moeten het samen uithouden in de huidige situatie. Omdat er – naar ik begrijp – corona in het dorp is vastgesteld, kunnen we niet voorzichtig genoeg zijn.

 

De huidige situatie zal ook wel gevolgen hebben voor de laatste dienst die ik voorlopig in Luttelgeest zal doen: de dienst van 22 november – de laatste zondag van het kerkelijk jaar.

Dat is altijd een bewogen zondag.

We gedenken hen die ons zijn ontvallen: ‘Heer, herinner u de namen’.

 

We noemen de namen van gemeenteleden die het afgelopen jaar zijn overleden. Dit jaar zijn dat er vier: de oude mevrouw Verhage (op dat moment ons oudste gemeentelid), Theo de Boer, Bert Verhage en Auke Hibma. In de dienst van 22 november zullen we zoals we gewend zijn ter gedachtenis van hen een kaars aansteken.

Gewoonlijk steekt meestal een familielid de kaars aan. Maar nu we naar het zich laat aanzien geen gemeenteleden in de kerk kunnen verwelkomen, lijkt het mij het beste dat de ouderling van dienst dan de kaars aansteekt.

Meestal deelde ik aan het eind van die dienst dan de stenen uit, die kortere of langere tijd op de gedenktafel hebben gelegen. Gelet op de situatie lijkt het mij het beste dat we die stenen nog maar een jaar laten liggen. Velen van ons hebben immers die stenen nog niet of nauwelijks op de gedenktafel zien liggen. Hopelijk zal ergens in het jaar dat komt een moment aanbreken dat dat wel weer kan.

 

Maar we zijn op de laatste zondag van het kerkelijk jaar gewend niet alleen de namen te noemen van dit jaar overleden gemeenteleden. We gaven ook altijd de gelegenheid dat iedereen naar voren mocht komen om een lichtje aan te steken. Een lichtje ter gedachtenis van iemand met wie je het leven deelde, vriendschap deelde, liefde deelde; iemand die je het leven schonk of aan wie je leven gaf.

 

Hoe moet dat nu? In de zeven jaar dat ik jullie predikant ben, heb ik gezien hoeveel dat aansteken van die lichtjes voor velen van jullie betekent. Dat kunnen we toch niet zomaar achterwege laten?

Daarom stel ik voor, dat je op het moment dat je op 22 november naar de dienst gaat kijken zorgt dat er een lichtje klaar ligt – een kaars of een waxinelichtje – en dat je lucifers bij de hand hebt. Net als alle voorgaande jaren zal ik het moment van het aansteken van de lichtjes aankondigen. Doe dat dan thuis. Denk aan degenen die nu bij God zijn. En realiseer je – hoe lastig dat misschien ook is –, dat je niet de enige bent die op dat moment een lichtje aansteekt. Zou juist de wetenschap dat ook anderen op dat moment lichtjes aansteken niet een verbondenheid tot stand kunnen brengen? Een vreemde verbondenheid, dat geef ik toe.

Maar… we steken lichtjes aan, omdat het licht van God ons en allen die ons voorgingen omstraalt. En liefde… liefde is over de dood heen.

 

Met hartelijke groeten,

Ds. Dirk van Keulen