Gedachte-experiment

In de schoolklas die nu in de kerk haar lokaal heeft, loopt de spanning op het moment dat ik dit schrijf al aardig op: het Sinterklaasfeest is in aantocht. Heel spannend!

Later deze maand krijgen we het kerstfeest en de jaarwisseling. Ja, de maand december staat niet voor niets bekend als de feestmaand.

Stel, dat er geen kerstfeest zou zijn. Zouden we dat missen? En zo ja, wat zouden we dan missen?

Laten we eens een paar dingen bedenken: geen kerstboom in de huiskamer. Ja, die zou ik wel missen. Die boom met lichtjes geeft toch altijd iets feestelijks. Het versieren van de boom is altijd ook een leuk moment. Ik begin altijd met een geel beertje. Dat dateert al uit de tijd dat ik een kind was. Mijn moeder nam ons mee naar de winkel, waar mijn broer, mijn zus en ik – mijn adoptiezussen maakten nog geen deel van het gezin uit – een “kerstbal” voor in de boom mochten uitkiezen. Ik koos een geel beertje met een groen giletje aan. Vele jaren later, toen mijn moeder niet meer allemaal gekleurde dingen in de boom wilde, kreeg ik ‘mijn’ beertje mee. En zo hang ik hem nu elk jaar bij mij thuis in de boom. Ja, dat zou ik missen. Ik geef toe, dat dit nostalgie is.

Mijn moeder hing tijdens de weken voor kerst ook altijd een kerstster met een lampje voor het raam. Zo’n ster heb ik niet, maar ik zou hem best willen hebben. Ik vind het wel een mooi symbool voor de adventstijd: uitzien naar het doorbreken van het licht in de duisternis. Het grote licht van de vrede voor alle mensen.

En zo zijn er vast wel meer dingen, die ik zou missen.

Tegelijkertijd kan me ook een heleboel gestolen worden. Alles wat er nu gebeurt rond de feestdagen… De winkels vol. Wat moet ik ermee? Wat zou er mis zijn met een lekker bordje boerenkool? Een pan erwtensoep?

Ho ho ho – daar komt de kerstman met zijn slee: ook daar heb ik niks mee.

Wanneer ik het kerstevangelie lees, gaat het over heel andere dingen, die zich daar niet mee laten verbinden. Niks geen jingle bells, jingle bells. Ik lees een verhaal over een hele harde wereld. Een kind dat wordt geboren in een stal: een kind waar dus eigenlijk geen plek voor is. Een verhaal met een hoge actualiteitswaarde in onze wereld vol vluchtende mensen.

Zouden we dat verhaal niet net zo goed op een ander moment in het jaar kunnen lezen?

Hoe gek is dit gedachte-experiment? Behoorlijk gek natuurlijk. Weinig realistisch.

Hoewel?

Het kerstfeest is een late ‘uitvinding’ van de kerk. In de eerste eeuwen van het bestaan van de christelijke geloofstraditie bestond er helemaal geen kerstfeest. Pasen was – en is – het feest dat de kern van alles vormt. En dat is niet moeilijk te begrijpen: zonder de verhalen over de gekruisigde die niet dood is maar leeft, zou er geen christelijke geloofstraditie zijn.

Het kerstfeest is pas eeuwen later ontstaan. We weten dat in het jaar 336 in Rome een soort kerstfeest is gevierd. Voor die tijd vierde men in Europa het zonnewendefeest – het feest van de geboorte van de onoverwinnelijke zon (natalis sol invictus). Toen het christendom steeds meer voet aan de grond kreeg wilde men dat zonnewendefeest kerstenen, christianiseren. Zo is het kerstfeest ontstaan. De eerste eeuwen van de christelijke geloofstraditie bestond er dus helemaal geen kerstfeest.

Daarom is het gedachte-experiment: stel dat er geen kerstfeest zou zijn, nog helemaal niet zo gek. Wat zou u, wat zou jij missen als het kerstfeest niet bestond?

Ondertussen: maak je geen zorgen. We zullen deze maand naar het feest van kerst toeleven: het zijn de adventsweken. En op 25 december zullen we het kerstfeest vieren. We zingen kerstliederen, we lezen het kerstevangelie.

En op kerstmorgen zal Gabriel van Andel worden gedoopt. Gabriel is de zoon van Guido en Irene van Andel, en broertje van Junia. Ze wonen in Trondheim in Noorwegen. Irene is de dochter van Christa Verhage.

Bij de naam Gabriel moet ik ook denken aan een andere bijbellezing. Laten we dat bijbelverhaal op kerstmorgen ook lezen.

Hartelijke groeten, ds. Dirk van Keulen