De stilte zingt U toe, o Here.

 De titel die boven dit stukje staat, zingt de laatste dagen rond in mijn hoofd. Het is de eerste regel van Psalm 65 – in de ‘nieuwe’ berijming (die trouwens al weer tientallen jaren oud is). Ik heb in mijn jeugd twee jaar op een basisschool gezeten, waar ik elke maandagmorgen een psalmversje uit het hoofd moest opzeggen. Ook al waren dat toen nog psalmversjes uit de ‘oude’ berijming van 1773, toch zal dat ook wel hebben geholpen, dat zinnen of hele verzen van Psalmen van die ‘nieuwe’ berijming zich in mij hebben genesteld. Soms gaat er ineens een laatje open en dwarrelen er zinnen in mij rond.

Ik herinner me, dat toen ik als kind in de Brugkerk of de Petrakerk in Veenendaal zat, ik het maar een rare zin vond: ‘De stilte zingt u toe, o Here’. Ik vroeg me af: hoe kan dat nou? Bij zingen maak je geluid. Je kunt zacht zingen of uit volle borst – geluid is er toch altijd. Hoe kan de stilte dan zingen?

De zin kwam in mijn gedachten toen ik nadacht over hoe het verder zou kunnen met onze vieringen. Sinds de uitbraak van het corona virus begin maart, hebben we geen kerkdiensten meer gehad. We hebben ons moeten beperken tot filmpjes.

Inmiddels lijkt er ruimte te komen om voorzichtig weer te kunnen denken aan kerkdiensten. Vanaf 1 juni zijn bijeenkomsten van dertig mensen weer toegestaan – mits we anderhalve meter afstand houden. De landelijke leiding van de PKN heeft geadviseerd om de maand juni te gebruiken om te oefenen met kleine aantallen mensen.

Dat oefenen is wel nodig. Immers: we zullen voorlopig wel vast zitten aan wat de anderhalve-meter-samenleving is gaan heten. We zullen afstand moeten blijven houden om niet terug te vallen in een nieuwe golf van besmettingen met het virus.

Dat brengt ook onmiddellijk grenzen aan in wat er mogelijk is wat betreft kerkdiensten. Immers: ons kerkgebouw De Schakel mag dan wel een van de grootste gebouwen van het dorp zijn, dat neemt niet weg dat het nu ook weer niet zo groot is. Familieleden mogen bij elkaar zitten. Maar verder zal er anderhalve meter ruimte moeten zijn. Er zullen looproutes moeten komen. Afspraken hoe we afstand houden bij binnenkomst en weer naar huis gaan. Koffie drinken na de dienst zal niet mogelijk zijn. Handen schudden na de dienst doen we natuurlijk ook niet.

Kortom: het weer gaan houden van kerkdiensten is nog niet zo eenvoudig. Ook zullen we afspraken moeten maken wie er op een bepaalde zondag wel kunnen komen en wie niet. Dat is heel moeilijk!

Tijdens de diensten zullen we ook merken, dat bepaalde dingen gewoon weer kunnen zoals we het gewend waren, terwijl we met andere dingen heel terughoudend moeten zijn. Uit de Bijbel lezen kan natuurlijk. Bidden ook. Een overweging kan ook. Met de inzameling van gaven zullen we anders moeten omgaan.

Het grootste punt is het zingen. Velen van ons houden daarvan. Jullie hebben in de afgelopen zeven jaar ongetwijfeld gemerkt: ik ook! Maar samen zingen in de kerk kan op dit moment niet. Hoewel er nog nader onderzoek naar gedaan moet worden, zou het weleens kunnen dat zingen het risico op overdragen van het virus vergroot. Dan is duidelijk dat we daar niet voorzichtig genoeg mee kunnen zijn. Hoezeer we ook het gevoel kunnen hebben, dat zingen bij de kerkdienst ‘hoort’, we kunnen nu beter niet zingen.

Als gevolg van het ontbreken van samen zingen, zullen onze vieringen voor ons gevoel misschien wat anders van karakter zijn. Dat betekent niet, dat ze niet minder waardevol kunnen zijn. In plaats van te kijken naar wat we missen, kunnen we ook eens onderzoeken wat voor andere vormen er mogelijk zijn.

Daarover nadenkend kwam die psalmregel in m’n hoofd.

In onze kerk zijn we niet gewend om met stilte om te gaan. Ik heb er tijdens kloosterbezoeken wel mee kennis gemaakt. Aanvankelijk moest ik er erg aan wennen. Ik zat al gauw onrustig te schuiven op mijn plaats. Mijn gedachten vlogen alle kanten op. Later ging ik die stilte waarderen. Ik leerde met stilte om te gaan. Ik leerde me te concentreren. Ik leerde dat stilte niet alleen ‘leeg’, maar ook heel ‘gevuld’ kon zijn. Daarom is die psalmregel helemaal zo gek nog niet. Ja, de stilte kan wel degelijk God toezingen.

Daarnaast ga ik eens zoeken wat er nog meer mogelijk is. Bijvoorbeeld met muziek.

Laat ik een voorbeeld geven: ik heb vorig jaar een doosje met zeven cd’s gekocht. Seven days walking heet het. Voor elke dag een cd: ‘Day One’, ‘Day Two’, ‘Day Three’, enz. Het is muziek van Ludovico Einaudi (hij werd onder meer bekend doordat hij de muziek bij die prachtige film Intouchables maakte). Daar zou ik weleens iets mee willen doen.

We zijn het ons niet zo bewust, maar lopen maakt deel uit van de traditie van het christelijk geloof. Wanneer we de Bijbel lezen, zijn er veel verhalen waarin wordt gelopen – door de woestijn, door een dorp, door een stad, naar Emmaüs, over het water. En door de eeuwen heen hebben velen als pelgrim gelopen.

Lopen is dus een thema om eens met elkaar bij stil te staan. Als we dat doen, dan zou de muziek van ‘Seven days walking’ daar weleens heel mooi bij kunnen passen.

En zo zijn er vast nog andere mogelijkheden.

Met hartelijke groeten, ds. Dirk van Keulen