Christus wordt weer gekruisigd

Het boek heeft ongeveer de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. De Griekse schrijver Nikos Kazantzakis schreef het in 1948. Als gevolg van de Griekse burgeroorlog in die jaren werd het pas in 1954 in het Grieks gepubliceerd. Enkele vertalingen kwamen al eerder op de markt. De Nederlandse in 1952. Recent is het boek opnieuw vertaald. De titel: Christus wordt weer gekruisigd.

Het verhaal speelt zich af in de binnenlanden van Anatolië, in Turkije. Het dorpje Lykóvrysi heeft een Griekse bevolking, maar wordt bestuurd door een Turk: de aga. Hij is moslim, de Grieken zijn christenen.

Kort na Pasen komen de vijf notabelen van het dorp – de plaatselijke priester, pope Grigoris, de oude heer Geórgias Patriarcheas, grootgrondbezitter en schatrijke oude heer Ladás, kapitein Fourtounas en onderwijzer Chatzi-Nikolís (een broer van Grigoris) – onder leiding van de priester bijeen. Ze wijzen de dorpsgenoten aan, die een jaar later in de paasweek het passiespel zullen spelen. Patriarcheas ziet graag dat zijn zoon Michelís de rol van Christus krijgt. Maar daar zien de anderen niets in: ‘Je zoon is een herenjong en heel dik en weldoorvoed, van het goede leventje, terwijl Christus arm en mager was’ (p. 15). De rol van Christus gaat naar de herder Manoliós, want ‘hij is rustig en de vriendelijkheid zelve, hij kan lezen en schrijven […] en hij heeft blauwe ogen en een baardje zo blond als honing. Zo wordt Christus ook geschilderd. En hij is godvrezend […]’. Michelís krijgt wel een andere rol: die van de discipel Johannes. Marskramer Yannakós krijgt de rol van Petrus, cafébaas Kostandis wordt de rol van Jakobus toebedeeld. Weduwe en dorpshoer Katarina wordt aangewezen voor de rol van Maria Magdalena. Panayótaros – ‘Een woeste vent, pokdalig gezicht, beresterk, een echte orang-oetan […] En, het belangrijkste, hij heeft precies de baard en het haar die we moeten hebben: zo rood als maar kan, net de duvel’ (p. 15) – moet tegen zijn wil de rol van Judas op zich nemen. Patriarcheas is bereid de rol van Pilatus te spelen en de oude Ladás de rol van Kajafas. Allen hebben bijna een vol jaar de tijd om zich in te leven in hun rol.

Diezelfde avond komt in het dorp een grote groep vluchtelingen aan. Hun leider is een magere geestelijke: pope Fotis. Ze zijn door de Turken verdreven uit hun eigen dorp. Ook zij zijn Grieken. Ze zijn er slecht aan toe en hopen in Lykóvrysi te worden opgenomen en daar een nieuw bestaan op te bouwen.

Degenen die het voor het zeggen hebben in Lykóvrysi zien daar niks in. Pope Grogoris haalt een oude truc uit om de bevolking van zijn eigen dorp angst aan te praten voor de vluchtelingen. Ze zijn niet welkom, worden aan hun lot overgelaten en trekken zich nog diezelfde avond terug op de Sarakina, een kale berg met een paar grotten in de buurt van Lykóvrysi.

Daarna ontwikkelt het verhaal zich. Degenen die een rol hebben gekregen voor het passiespel blijken zich die rol al snel eigen te maken. Manoliós, Michelís, Yannakós en Kostandis hebben sympathie voor de vluchtelingen en trachten hen te helpen. Enkele andere rollen blijken feitelijk door anderen te worden gespeeld. Zo lijkt pope Grigoris aan het eind wel wat trekken van Kajafas te hebben en heeft de Turkse aga onmiskenbaar de rol van Pilatus. Zo wast hij zelfs op zeker moment zijn handen in onschuld (p. 418).

Kazantzakis heeft het vluchtelingendrama nauw verbonden met het lijdensverhaal uit het evangelie. Door het hele boek heen vind je er verwijzingen naar, evenals naar een aantal andere evangelieverhalen.

Ook is duidelijk, dat de auteur andere, in de tijd waarin hij schrijft actuele, thema’s door zijn boek heen weeft. Een daarvan is het communisme. Manoliós en de vluchtelingen worden bijvoorbeeld ‘Bolsjewieken’ genoemd. Dat maakt, dat je het boek op vele niveaus kunt lezen. Het ‘Nawoord van de vertaler’ (Hero Hokwerda) is wat dat betreft heel informatief (p. 431-443).

Ik denk dat het geen toeval is, dat het boek nu opnieuw in het Nederlands is vertaald. Door de huidige vluchtelingenstroom in Europa heeft het boek ineens weer een grote actualiteitswaarde gekregen. Het stelt indringende vragen, bijvoorbeeld over de navolging van Christus. Hoe doe je dat? Welke weg kies je? (p. 294, 307) Hoe lees je het evangelie? Lees je dat met het hoofd, je verstand, of met het hart? (p. 161, 188) Hoe versta je de Bergrede? (158v., 170) De botsing tussen pope Grigoris en pope Fotis – zowel in woord als met de vuist: ze slaan er op los en rukken elkaar delen van de baard uit (p. 397v.) – draagt alle kenmerken van kritiek op religie, kerk en geestelijkheid in zich. Wie is de ware leider? (p. 271) Is Christus alleen een weerloos lam, of is hij ook een leeuw, die kan brullen? (p. 391) Wie is God – de kleine stem, die aan ons innerlijk ontspringt en ons oproept? (p. 349) Hangt dat wat er in de wereld gebeurt met God samen en zo ja, hoe? (p. 162, 209, 228, 265v., 337, 371, 388) Is de stem van het volk de stem van God? (p. 412, 423) Wat is rijkdom? Wat is onze redding? (pope Fotis zegt: werk en liefde; p. 293v.). Hoe moeten we God liefhebben? (pope Fotis zegt: door mensen lief te hebben; p. 294) Wie zijn het zout der aarde? (p. 428)

Kortom: Christus wordt weer gekruisigd is een indrukwekkend boek dat aan het denken zet. Ook een boek om eens met een groep over door te praten.

Ik wens u allen een goede zomer toe.

Met hartelijke groeten,

 

Dirk van Keulen

Voor wie het boek wil lezen:

Nikos Kazantzakis, Christus wordt weer gekruisigd, vertaald door Hero Hokwerda, Amsterdam (Wereldbibliotheek) 2016 (€29,99).