Categorie: Predikant

Vrede op aarde?

Dirk van Keulen

ds. Dirk van Keulen

Donderdag 19 november 2015: dat is de dag waarop ik dit stukje schrijf. Het zijn bewogen dagen, in kerk en wereld.

Bij de kerk denk ik aan de dienst die op het moment dat u dit leest al weer even achter ons ligt: de laatste zondag van het kerkelijk jaar, waarop we de namen van de overleden gemeenteleden hebben genoemd en waarop we ter gedachtenis van hen en vele anderen die ons lief zijn kaarsen hebben aangestoken. Die kaarsen staan voor het licht van Christus. Zo hebben we hen in het licht van God geplaatst.

Tijdens de dienst is ook een gedicht in het Fries gelezen. Ik neem het hier nog even op, zodat u de gelegenheid hebt het nog eens te lezen:

 

Hoe grut is de himel?                                   Hoe groot is de hemel?

Kinsto hearre wat ik sis?                             Kun jij horen wat ik zeg?

Kinsto my noch sjen?                                   Kun je mij zien?

Fielst dat ik dy mis?                                      Voel jij dat ik je mis?

 

Binnen reisdripkes de triennen,                 Zijn de regendruppels jouw tranen

dyst op de ierde falle litst?                       die op de aarde vallen?

En skynt de sinne op ú sierde,                 En schijnt de zon op onze aarde,

ast bliid en lokkich bist?                             als je blij en gelukkig bent?

 

Wit dat ik dy net ferjit                                 Weet dat ik je niet vergeet

Wit dat ik dy mis.                                           Weet dat ik je mis

En wit dat ik ea by dy kom,                        En weet dat ik bij je kom,

as it myn tiid ek is.                                        Als mijn tijd gekomen is.

Het zijn ook bewogen dagen in de wereld. Al lange tijd zijn we getuige van een onvoorstelbare barbarij die over de wereld raast. In het Midden-Oosten: Irak, Syrië, Jemen (al horen we daar niet zoveel over); in Afrika: Soedan, Nigeria, enz. enz. Vandaag is het nog geen week geleden, dat het in Parijs helemaal mis ging: een klein groepje bleek erop uit te zijn zoveel mogelijk mensen mee te slepen in hun zelfverkozen dood. Al lange tijd zijn we ook getuige van een grote vluchtelingenstroom: mensen op drift, zoekend naar vrede en veiligheid.

In deze bewogen dagen – en wie weet wat er allemaal nog zal gebeuren tussen het moment dat ik dit schrijft en het moment dat u dit leest – zullen we straks het kerstfeest vieren. Hoe kunnen we dat doen? Daar zijn heel veel antwoorden op te geven. Iedereen heeft zo zijn eigen gewoontes.

In de kerk zullen we het kerstevangelie lezen. Mij treft in dat evangelie dit jaar vooral de zin waarmee de engel Maria en de herders begroet: ‘Wees niet bang’.

In de onzekere tijd waarin wij leven is dat een woord dat ook ons aanspreekt. Oog in oog met alle dingen die gebeuren kan het ons bang te moede worden. Waar gaat het naartoe? Wat zal er allemaal gebeuren? Hoe zal dat onze levens beïnvloeden? Wat is de vrede ver te zoeken!

In die situatie klinkt ook tot ons dat woord: ‘Wees niet bang’. Dat is een woord om je hart voor open te zetten en in je hart mee te dragen. De engel sprak dat woord als boodschapper van God. De wereld waarin wij leven is Gods wereld. En daarom is het ook God die uiteindelijk deze wereld draagt. Waar Hij op uit is, is door de engelen bezongen midden in het duister van de nacht: ‘Vrede op aarde’. Moge die boodschap ons helpen om zoveel als in ons is te leven in vrede met alle mensen.

Doop

In het vorige nummer kon ik het bericht opnemen, dat Vanessa Krol is geboren. Haar ouders, Sjaak René en Wendy Krol hebben gevraagd of zij de doop kan ontvangen. Natuurlijk kan dat: we zijn er blij mee. Het gebeurt niet zo vaak meer in onze gemeente dat we de doop kunnen meemaken. Daarom neem ik dat nu al vast op in ons kerkblad: zodat u er rekening mee kunt houden in de agenda: zondag 10 januari!

Met hartelijke groeten,

 

Ds. Dirk van Keulen

Vragen

Dirk van Keulen

ds. Dirk van Keulen

In het kerkblad van De Open Kring in Zwolle kwam ik een tijdje geleden een serie ‘vragen voor dertigers’ tegen. De predikant van De Open Kring had ze niet zelf bedacht. Zij was ze ook ergens anders tegengekomen.

De vragen mogen bedoeld zijn voor dertigers – op zondag 15 november gaan zij met elkaar eten en wat doorpraten over sommige van deze vragen – de vragen zijn ook uitdagend genoeg om over na te denken of te praten als je niet tot de dertigers behoort. Daarom maak ik gebruik van de maandelijkse taak een stukje op deze plaats te schrijven, om ze u allen te laten lezen:

 

  1. Waar liggen je wortels?

(waar begint je leven? waar kom je vandaan? wat voor invloed heeft je opvoeding op je? welke ballast draag je met je mee en wat is daarvan aangeboren en wat misschien wel aangeleerd? kun je je wortels ook ergens anders vinden dan enkel in je familieoorsprong?)

 

  1. Wat zegt uiterlijk je?

(hoe zie je jezelf? hoe wil je gezien worden en wat doe je daaraan? hoe zie jij de buitenkant van anderen? hoeveel heb je voor een mooi uiterlijk over en wat is dat eigenlijk? hoe voelt het om te merken dat je uiterlijk verandert?)

 

  1. Wie zijn je vrienden?

(wie zijn je echte vrienden? wie mag jouw tranen zien en met wie kun je lachen? raakt het begrip vriendschap vertroebeld door de huidige nadruk op netwerken en connecties? hoe belangrijk is het voor je om gekend te zijn? helpen nieuwe communicatiemiddelen om elkaar beter te verstaan of werken die juist averechts?)

 

  1. Wat zijn je ambities?

(strookt datgene wat je doet, met wat je zelf écht wilt? hoe groot is de druk van buiten? welke rol spelen verwachtingen van ouders, vrienden of collega’s? hoe zwaar weegt de drang tot kennisvermeerdering in deze kennismaatschappij? wanneer overheerst “carrière maken” je leven?)

 

  1. Welke rol speelt de liefde?

(hoe vind je de partner van je keuze? hoe houd je die? wat vraagt het van je om een relatie te laten bloeien? hoe belangrijk is het eigenlijk om een relatie te hebben, terwijl vrijheid tegelijkertijd als een grote deugd wordt beschouwd? wat betekent eenzaamheid? kun je ook eenzaam zijn in je relatie? hoe belangrijk is seks en wat is het verschil met intimiteit?)

 

  1. Wat wil je nalaten?

(Wil je kinderen? waarom eigenlijk? wat als je geen relatie hebt? en wat gebeurt er als je het uitstelt? als het misschien niet wil lukken? hoe verschillen mannen hierin van vrouwen? kun je ook op een andere manier dan de letterlijke iets nalaten aan de wereld?)

 

  1. Wat vormt je wereld?

(vind je jezelf een wereldburger? wanneer ben je dat eigenlijk? als je sushi eet en naar ‘urban music’ luistert? of is er meer voor nodig? wil je de wereld verkennen? dat kan ver weg, maar ook dichtbij: voel je je betrokken bij je straat, dorp, stad; bij de politiek? hoe ga je om met het vreemde, de vreemdeling? de vluchteling? wat brengt de confrontatie met wereldleed bij je teweeg?)

 

  1. En wat is de zin van dat alles?

(waar gaat het om in het leven? waar vind jij je antwoorden? in oude of in nieuwe spiritualiteit? of in een vleugje van van alles en nog wat? waardoor wordt het leven voor jou zinvol? wat inspireert jou? wie inspireert jou? sta je überhaupt stil bij dat soort vragen?)

 

Genoeg om over te denken of over door te praten. En wie het leuk vindt om iets te schrijven naar aanleiding van deze vragen: voel u vrij om me te mailen (predikant@pknluttelgeest.nl).

Gedicht

Tijdens de oecumenische dienst van 11 oktober (over het thema ‘Loslaten’) werd tijdens een collecte via de beamer een gedicht geprojecteerd. Na de dienst vroegen mensen: waarom is het niet gelezen? Nu ging het wel heel snel. Velen hadden het niet door, druk als ze waren met het zoeken van de portemonnee en het doorgeven van het collectezakje. Daarom laat ik het hier nog een keer afdrukken. Wie het gedicht heeft gemaakt weet ik niet. Je kunt het her en der op internet vinden.

 

‘Als ik blijf kijken zoals ik altijd heb gekeken Blijf ik denken zoals ik altijd heb gedacht

Als ik blijf denken zoals ik altijd heb gedacht Blijf ik geloven zoals ik altijd heb geloofd

Als ik blijf geloven zoals ik altijd heb geloofd Blijf ik doen zoals ik altijd heb gedaan

Als ik blijf doen zoals ik altijd heb gedaan Blijft mij overkomen wat mij altijd overkomt

Maar als ik nu voor even buiten mijn cirkel durf te kijken…

Loslaat zoals ik altijd heb gedacht en geloofd en eens niet doe zoals ik altijd heb gedaan…

Dan zal ik zien wat ik nog nooit heb gezien, dan gaat er een wereld voor mij open!’

 

Meeleven

Mevrouw Van Driel (Amazonestraat 62) is een van onze oudste gemeenteleden. Ze heeft bij een val met haar fiets haar enkel gebroken. Wat een pech. Heel veel sterkte toegewenst!

Op 2 oktober werd geboren: Vanessa, dochter van Sjaak René en Wendy Krol (Lange Voor 17, 8316 BB Marknesse). Hartelijk gefeliciteerd!

Met hartelijke groeten,

Dirk van Keulen

Nog eens: goede buren

Dirk van Keulen

ds. Dirk van Keulen

Nu het jaarthema ‘Goede buren’ deze weken vaak door mijn hoofd gaat, denk ik ook terug aan een ervaring die ik ooit opdeed in Kenia. Het is al weer een aantal jaren geleden dat ik daar mijn zus opzocht. Zij werkte daar in de stad Nyahururu voor een organisatie met de naam St. Martin Catholic Social Apostolate.

Zoals de naam al aangeeft is dat een hulporganisatie. Deze richt zich op verschillende groepen mensen die zorg nodig hebben en zoekt op allerlei manieren naar een goede toekomst. De organisatie werkt met vijf verschillende programma’s: (1) hulp aan gehandicapten, (2) de opvang van straatkinderen, (3) een programma tegen huiselijk geweld, (4) hulp voor hen die lijden aan HIV/Aids of drugs- of alcoholverslaving, en (5) hulp bij sparen en het verschaffen van microkrediet.

Ik herinner me, dat ik op een dag mee ga met Luca, een Italiaanse fysiotherapeut, en zijn chauffeur. Heel vroeg in de ochtend stappen we in een grote witte Landrover met op beide zijkanten het logo van St. Martin CSA. Luca gaat op zoek naar gehandicapte kinderen.

Vanuit de groene en vruchtbare streek rond Nyahururu rijden we uren in noordelijke richting. De weg houdt op, maar we zijn er nog lang niet. We hobbelen over zandpaden verder. In de verte zie ik zebra’s lopen. Eenmaal komen we vast te zitten in diepe kuilen vol blubber door de regen van de voorgaande dagen. Met vereende krachten slagen we erin om de Landrover eruit te krijgen en kunnen we weer verder rijden. Ineens zie ik dat het land droog wordt. Zo droog dat er bijna niets meer groeit. Slechts hier en daar nog een boom. Dan houdt ook het zandpad op en rijden we in de grote Landrover dwars door niemandsland. We naderen het einde van de wereld, waar alleen nog kleine groepjes nomaden wonen; lange magere mensen met hun al even magere vee. Waar moeten we ook al weer links afbuigen, hoor ik Luca vragen. Bij die boom daar? Of is het een andere boom?

Plotseling doemt in de verte een klein hutje op. Het doet afwisselend dienst als schooltje of als gezondheidspost. Daar moeten we zijn. Er is niemand te zien. We besluiten een half uur te wachten.

Tijd genoeg om van Luca te horen over het lot dat gehandicapten in Kenia gewoonlijk wacht: een geïsoleerd leven, afgeschermd van het licht van de zon en andere mensen. Het doel van St. Martin CSA is deze mensen uit de verborgenheid te halen om hen met de noodzakelijke aanpassingen en zorg een waardig leven te gunnen. Een cruciale rol in dat proces is weggelegd voor familie en buren: de mensen uit de sociale omgeving van de gehandicapte, die leren hem of haar te aanvaarden en waar nodig bij te staan. Iemand wordt niet geholpen met een zak geld uit een westers land – die is zo op; maar door goede buren. Het motto van St. Martin CSA luidt daarom ‘Only through Community’: alleen door gemeenschap. Anders gezegd: met elkaar, door elkaar en voor elkaar.

Terwijl Luca gepassioneerd vertelt, duiken uit allerlei richtingen ineens mensen op. Luca doet de ouders en een paar buren van een gehandicapt kind voor welke oefeningen ze dagelijks met hun kind moeten doen. En hij laat het ze nadoen: nee, niet zo, maar zó! Kijk! Ja, ja, zó doe je het goed!

Dan rijden we verder. De volgende gezondheidspost ligt weer iets meer in de bewoonde wereld. Opnieuw is er niemand te zien. Maar een bewoner uit de buurt zorgt voor de oplossing: zij weet waar de mensen wonen, die we zoeken. En zo bezoeken we de mensen thuis. Familie komt samen. En Luca laat ook de buren erbij komen. En weer doet hij voor wat voor dagelijkse oefeningen behulpzaam zijn en laat hij de familie en de buren het nadoen. En hij maakt afspraken voor een volgend bezoek: iemand heeft hulpmiddelen nodig.

Zo ontdek ik tijdens deze tocht wat ‘Only through Community’ daadwerkelijk betekent. In iedere gemeenschap schuilt voldoende kracht, spirit en gaven om zelf de problemen de baas te kunnen. Goede buren vormen als vrijwilligers de as van het werk. Terwijl Luca aan het werk is, praat ik hier en daar met een van de buren. Het valt me op dat de motivatie verschilt, de gaven verschillen en de taken verschillen. Maar gemeenschappelijk is de overtuiging dat een betere toekomst alleen mogelijk is met elkaar, door elkaar en voor elkaar.

Een paar buren vertellen me ook hoe ze zelf veranderd zijn door wat ze doen. Hun blik is veranderd, zeggen ze, en ze zijn rijker geworden: rijker aan ervaringen, rijker aan contacten, rijker aan solidariteit, rijker aan waardering. Net zoals in de legende over Sint Maarten, die zijn mantel deelde met een bedelaar.

Meeleven

Harke en Trijntje Tuinhof waren recent vijftig jaar getrouwd. Hoe naar de ziekte van Harke ook is en hoe verdrietig dat hij niet meer thuis kan wonen, toch is die vijftig jaar wel gevierd. Hartelijk gefeliciteerd!

En voor u allen: hartelijke groeten!

ds. Dirk van Keulen

Goede buren

Dirk van Keulen

ds. Dirk van Keulen

Luttelgeest telt niet zo heel erg veel straten. Maar tussen die straten kan wel behoorlijk veel verschil zijn.

Een van de verschillen is de afstand tussen de woningen. Aan wegen als de Uiterdijkenweg, de Lindeweg, de Luttelgeesterweg en de Kuinderweg kunnen woningen en bedrijven soms behoorlijk ver uit elkaar liggen. Vanuit de ramen in je huiskamer kijk je over het land. En als je voor je huis uit de auto stapt en je buurman loopt buiten, dan kun je vanuit de verte naar elkaar zwaaien.

In het dorp zelf, in straten als de Schoolstraat, de Tuinstraat en de Ruiterstraat zijn de huizen naast elkaar gebouwd. Stap je daar voor het huis uit de auto en je buurvrouw loopt buiten, dan groet je elkaar: ‘Hé buurvrouw!’ En kun je een even praatje maken: ‘Jullie zijn terug van vakantie zie ik; hoe hebben jullie het gehad?’

Buren. Je woont naast elkaar. Afhankelijk van de ruimte tussen de woningen hoor je elkaar (of niet), zie je elkaar (of niet). Soms gaat het niet goed tussen buren. Dat is erg jammer. Maar meestal gaat het wel goed. Als buren kun je veel voor elkaar betekenen. Niet voor niks luidt het spreekwoord: beter een goede buur dan een verre vriend.

De Protestantse Kerk in Nederland, waar wij deel van uitmaken, heeft dit jaar als jaarthema gekozen: goede buren. Dat is een thema waar allerlei kanten aan zitten.

We kunnen bijvoorbeeld denken aan de kerk als geheel. En ons afvragen: wat voor ‘buur’ zijn wij als kerk, als gemeente voor het dorp? Welke plaats nemen wij in? Wat is de betekenis van ons als gemeente in het dorp? Zijn wij een goede buur? En hoe dan? En wat maakt dat we een goede buur zijn?

We kunnen ook denken aan onze rol als gemeenteleden. Als gemeentelid representeer je de gemeente. Ben jij als gemeentelid een goede buur? En wat maakt jou tot zo’n goede buur?

Kenmerkend voor het goede-buren-zijn is in elk geval dat het gaat om relaties. Om belangstelling hebben voor elkaar. Elkaar groeten. Een praatje op straat. Om vragen naar elkaar. Oog hebben voor elkaar. Open staan voor elkaar. Een complimentje. Een schouderklopje. Een grapje. Een helpende hand. Een kop koffie. Elkaar iets gunnen.

Afgelopen jaren heb ik een aantal keren gezien, dat de afstand tussen woningen er dan niet toe doet. Of je nu woont aan de Rozenstraat of de Amazonestraat, de Oosterringweg of de Kalenbergerweg, de Orchidee of de Blankenhammerweg, overal kun je een goede buur zijn.

Een bijbelse omschrijving voor zo’n goede buur is: Laat iedereen je kennen als een vriendelijk mens (Filippenzen 4:5).

Uitstapje naar het ikonenmuseum

Op zaterdag 5 september a.s. is er (voor gemeenteleden én voor andere belangstellenden!) de mogelijkheid voor een bijzonder bezoek aan het ikonenmuseum in Kampen. Een gids van het museum zal ons rondleiden en vertellen over ikonen en hun plaats in de geloofsbeleving.

Vertrek: 13.30 vanaf De Schakel (we proberen met elkaar mee te rijden)

14.15 in het museum

Kosten: 7 euro (met museumjaarkaart gratis)

I.v.m. de organisatie graag even laten weten dat u meegaat (bij ds. Dirk van Keulen – predikant@pknluttelgeest.nl)

Met hartelijke groeten,

 

Dirk van Keulen

Geometrie van de liefde

Dirk van Keulen

ds. Dirk van Keulen

Een zomerdag, een paar jaar geleden. Ik loop over een smal, stoffig weggetje door Frankrijk. Ik kijk om me heen, geniet van een leeuwerik die zingend steeds hoger klimt. Ik maak een foto van een prachtige grote oranje vlinder. Later zal ik met behulp van mijn vlinderboekje ontdekken dat het een Keizersmantel was.

Ik loop door en denk ook even: ‘ik lijk wel gek, waarom lig ik niet met een mooi boek onder een boom langs een beekje nu het zo heet is’. In de zinderende hitte zie ik verderop een oud kerkje. Ik loop ernaar toe in de hoop in het gebouw wat verkoeling te vinden, misschien een slok water, en om de kerk van binnen te bekijken. Ik morrel aan de deur. Op slot! Teleurgesteld wil ik verder lopen als een oud vrouwtje met haar wandelstok haastig aan komt schuifelen. Ze begint te praten. Ik meen te begrijpen dat ze vraagt of ik wil bidden. Ik mompel een vaag antwoord – kan me ook niet zo goed redden in het Frans.

Uit haar schort tovert de vrouw een onwaarschijnlijk grote sleutel. Ze opent de deur en laat me binnen. Voorzichtig stap ik de drempel over. Krakend valt de deur achter me weer dicht. Het is aangenaam koel in de kerk. Stap voor stap loop ik heel langzaam door het middenpad naar voren. Ik neem de tijd om het gebouw op me te laten inwerken: het tegeltjespatroon op de vloer. De pilaren, de zuilen, die het gebouw groter doen lijken dan het in werkelijkheid is. Links en rechts voor een kleine kapel. Het koor met het altaar. Het licht valt binnen door kleine ramen hoog in de muren. Een crucifix hangt aan het plafond, precies op de plaats waar de lengte- en de breedtelijnen van de kerk elkaar kruisen. Tegen een van de pilaren een beeld van een heilige. Aan de muren links en rechts de kruiswegstaties. In de kapel rechts voorin een eenvoudig Mariabeeld.

De oude vrouw met haar schort en haar sleutel is verdwenen. Ik neem de tijd. Ik ga zitten op een van de voorste banken. Ik probeer tot me door te laten dringen, dat op deze plaats al eeuwenlang de liturgie wordt gevierd: bidden, bijbel lezen, zingen, doop, eucharistie. Hoeveel mensen zijn hier getrouwd? Hoeveel mensen zijn vanuit deze kerk naar hun laatste rustplaats gedragen? Ik probeer het stof van eeuwen op te snuiven en betreur het dat de oude vrouw is verdwenen. Ik had haar in mijn gebrekkige Frans best wat over haar kerkje willen vragen.

Mijn interesse in het kerkje werd gevoed door het boek dat ik die vakantie las: Geometrie van de liefde. Margaret Visser vertelt in dit boek het verhaal van de Sant’Agnese fuori le Mura (Sint-Agnes buiten de muren), de kerk gewijd aan de heilige Agnes, die aan het begin van de vierde eeuw op twaalfjarige leeftijd de marteldood stierf.

De auteur neemt ons mee naar Rome, op reis door het gebouw. Ze nodigt ons mee uit over de drempel te stappen en onze zintuigen open te stellen: narthex en plattegrond, schip, altaar, apsis, kapellen ter linker en ter rechterzijde, de omgeving van de kerk, crypte, toren en ten slotte het graf. Margaret Visser leert de lezers van haar boek kijken naar ruimte en structuur, naar licht en kleur, naar symbolen en patronen. Tegelijkertijd vertelt ze twee verhalen: het levensverhaal van Agnes (en van Emerentiana, die evenals Agnes de marteldood stierf en bij haar ligt begraven) én het verhaal van het kerkgebouw, waar al zo vele eeuwen de liturgie wordt gevierd.

Hoezeer beide verhalen in elkaar grijpen wordt duidelijk als we aan het slot van het boek bij het graf van de twee martelaressen staan: ‘Deze eenvoudige kerk voorziet in een plaats waar christenen elkaar kunnen ontmoeten en bidden, waar ze kunnen luisteren naar het woord van de Schrift, en samen de mysteriën van hun geloof kunnen vieren. Deze kerk herinnert iedereen aan zijn of haar vroegere vermoedens van het licht, en stelt een nieuwe benadering voor van wat het geweest is wat deze christelijke martelaressen en duizenden anderen heeft geïnspireerd. Het verhaal van de heilige Agnes is, net als het kerkgebouw zelf, een weerspiegeling van Christus. Zowel kerk als heilige weerkaatst, door de ruimtelijke werking en door het verhaal, het licht en het leven. “En het leven was het licht der mensen”, aldus de evangelist Johannes. “Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet gegrepen”’.

Voor wie geïnteresseerd is in oude kerkjes en liturgie is Geometrie van de liefde een werkelijk prachtig vakantieboek. Het scherpt je blik voor dingen waar je oog gewoonlijk aan voorbij ziet. Ik laat het boek deze zomer op mijn werktafel in de consistorie liggen. Ga het maar halen als je het wil lenen (leg wel even een briefje neer, zodat ik weet waar het boek is en anderen weten: jammer, er is iemand me voor geweest).

(n.a.v. Margaret Visser, Geometrie van de liefde. Ruimte, tijd, mysterie en betekenis in een gewone kerk, Amsterdam 2002).

Meeleven

Ik noem hier twee namen. De ene is die van Harke Tuinhof. Al weer zo lange tijd verzorgd in de Talma Hof. De andere is die van mevrouw Fokkens. Ze is ziek, naar het zich laat aanzien ernstig ziek. Reden voor zorg. Laten we hen dragen in onze gebeden!

Ik wens jullie allen een goede zomer toe!

Met hartelijke groeten,

 

Dirk van Keulen

‘Ken je mij?’

Dirk van Keulen

ds. Dirk van Keulen

Een paar maanden geleden – het was op de laatste zondag van het kerkelijk jaar – hadden we een dienst rond Psalm 139. We lazen de hele Psalm, afgewisseld door korte overdenkingen en liederen. Na de laatste overdenking luisterden we naar Trijntje Oosterhuis. Zij zong:

‘Ken je mij? Wie ken je dan?

Weet jij mij beter dan ik?

Ken je mij? Wie ben ik dan?

Weet jij mij beter dan ik?

Het is het refrein van het lied dat haar vader Huub Oosterhuis maakte bij Psalm 139.

Via via hoorde ik, dat sommige gemeenteleden vragen hadden bij dit lied. De grootste vraag was wel: God wordt in dit lied met ‘jij’ aangesproken. Kan dat wel? Mag dat wel? Is dat niet oneerbiedig?

Om te beginnen: wij zijn het niet gewend om God met ‘je’ of met ‘jij’ aan te spreken. Onze oren zijn gewend aan: ‘U’ of ‘Gij’. Dat is natuurlijk prima. Het heeft ook te maken met onze taal: het Nederlands. Want wanneer we in Duitsland naar een kerkdienst gaan, en het Onze Vader wordt gebeden, dan ontdekken we dat in Duitstalige landen God met ‘je’ (Du/Dein) wordt aangesproken. De oude Duitse vertaling van het Onze Vader begint namelijk met:

 

‘Vater unser, der Du bist im Himmel,

geheiliget werde Dein Name’.

 

De sinds 1971 gangbare oecumenische versie luidt net iets anders:

 

‘Vater unser im Himmel,

geheiligt werde dein Name’.

Maar ook in deze vertaling blijft het: ‘dein Name’ – ‘jouw Naam’. Ik vind het wel bijzonder, dat juist terwijl men in Duitsland zeer terughoudend is in het tutoyeren, en men gewoonlijk ‘Sie’ (U) tegen elkaar zegt en men elkaar wel heel goed moet kennen, wil men ‘du’ (jij) gaan gebruiken, God wel met ‘Du’ wordt aangesproken.

Overigens had het maar een haar gescheeld, of ook wij in Nederland waren ermee opgegroeid God met ‘Jij’ of ‘Je’ aan te spreken. Hoe zit dat?

Het heeft te maken met oude Psalmberijmingen uit de tijd van de Reformatie en kort daarna. De oudste Psalmberijming in het Nederlands draagt de naam: ‘Souterliedekens’. Ze werd in 1540 uitgegeven. Kenmerkend voor de Souterliedekens is, dat de Psalmen zijn berijmd op de melodieën van populaire wereldse liedjes. Dat werd door lang niet iedereen op prijs gesteld. Daarom zijn de Souterliedekens aanvankelijk wel hier en daar gezongen, maar nooit algemeen binnen protestantse gemeenten in die tijd gebruikt.

Een van de leidende Nederlandse theologen uit die tijd, Petrus Datheen (1531-1588), maakte daarom een eigen Psalmberijming. Hij gebruikte daarvoor de melodieën, die door Clément Marot en Théodore de Bèze in Genève zijn gemaakt voor de Franse Psalmberijming (en die nu nog steeds in ons Liedboek staan). Datheens Psalmberijming zou van circa 1566-1773 het belangrijkste liedboek worden voor de protestanten in Nederland. Voor de vraag hoe het komt dat wij gewend zijn God met ‘U’ of ‘Gij’ aan te spreken, kunnen we bijvoorbeeld kijken naar zijn berijming van Psalm 139. Die begint met:

‘Gij hebt mij, Heer, gans’lijk doorgrond,

Gij weet mijn kracht voor dezen stond;

Hetzij dat ik zit ofte sta,

Heere, Gij slaat zulkes al ga;

Gij verstaat, Heer, door Uwe krachten,

Van verre alle mijn gedachten’.

 

We zien in dit couplet, dat Datheen God aanspreekt met ‘Gij’ en ‘U’.

Al snel na het uitkomen van Datheens Psalmberijming barstte ook de kritiek los. Het grootste bezwaar was dat tekst en melodie vaak niet met elkaar sporen. Daardoor vallen bij het zingen de klemtonen vaak precies op de verkeerde lettergrepen.

Filips van Marnix heer van St. Aldegonde (1540-1598) maakte daarom een nieuwe Psalmberijming, op de Franse melodieën die Datheen ook had gebruikt. Anders dan Datheen, die uitging van het Frans, baseerde Marnix zich op het Hebreeuws. De eerste druk van Marnix’ berijming verschijnt in 1580. Het eerste couplet in zijn berijming van Psalm 139 luidt (in oud-Nederlandse spelling):

 

‘Du hebst o Heer my wel doorgrondt,

End’ draegst mijns herten goet orkont.

Du kendst mijn sin verr’ ende nae,

T’sy dat ick liggh’ oft rechte stae,

Ick soud’ gantz niets kunnen versinnen,

Off du weetst mynen gront van binnen’.

Wat opvalt, is dat Marnix van St. Aldegonde God met ‘Du’ (of: ‘Dy’), de oud-Nederlandse vorm van ‘Jij’ aanspreekt.

Ondanks dat Marnix’ berijming niet de bezwaren had die tegen Datheens berijming bestonden, heeft men na veel discussie gekozen voor de berijming van Datheen. De argumenten waren wat triviaal: de mensen zijn net gewend aan de berijming van Datheen en hebben die in het hart gesloten; dan moeten we ze niet met een nieuwe berijming lastigvallen. En: de mensen hebben net een Psalmboek – en dat was kostbaar! – gekocht; we kunnen het niet maken om ze nu al weer een nieuw Psalmboek te laten kopen. En: ook de drukkers en de boekverkopers zitten niet op de berijming van Marnix te wachten, want ze hebben nog stapels van die van Datheen liggen. En er kleefden aan Marnix ook wat politieke problemen.

Tot 1773, wanneer de Statenberijming uitkomt, hebben de protestanten in Nederland daarom uit de berijming van Datheen gezongen. Was aan het eind van de zestiende eeuw de keuze echter toch gevallen op de berijming van Marnix – en veel heeft het niet gescheeld, want de synode van ’s-Gravenhage van 1586 wilde Marnix’ berijming op termijn wel invoeren – dan waren ook wij er net als de Duitsers aan gewend geraakt om God met ‘Du’ of ‘Dy’ aan te spreken. En dat was dan in de latere ontwikkeling van het Nederlands ‘Jij’ geworden.

Zo’n stukje geschiedenis laat zien, dat het aanspreken van God met: ‘U’, ‘Gij’ of ‘Jij’ ook samenhangt met bepaalde historische omstandigheden en ontwikkelingen. Ik ben zelf gewend aan: ‘Gij’ en ‘U’. Daarom zal ik in de kerkdienst God niet snel met ‘Je’ aanspreken. Daarbij speelt ook een rol, dat ik weet van de gevoelswaarde van woorden voor veel mensen. Toch vind ik het helemaal niet erg om God ook met ‘Je’ aan te spreken. Daarin kan een vertrouwdheid én een eerbied doorklinken, waar het precies in Psalm 139 om gaat (en die ik ook hoor in het refrein ‘Ken je mij’, waarmee ik begon). Als vanuit die eerbied en vertrouwdheid iemand ‘Je’ tegen God zegt, zou God dat dan erg vinden? Ik denk het niet.

Orgel

Het orgel achterin de kerk heeft veel mogelijkheden. Maar een deel was niet goed bruikbaar, omdat het orgel niet goed was afgesteld. Robert Knol weet hoe het werkt en heeft (in overleg met Ans Roubos) een middag met een laptop op de orgelbank zitten ‘sleutelen en stellen’. Het orgel klinkt nu weer veel beter. Hartelijk bedankt!

Meeleven

Ik hoorde dat Marissa Verbeek zich al een tijdje niet zo goed voelt. Onderzoek heeft uitgewezen wat er aan de hand is: ze heeft de ziekte van Pfeiffer. Dat verklaart de klachten. Het komt wel weer goed, maar het zal wel tijd nodig hebben. Sterkte Marissa, we leven met je mee!

Met hartelijke groeten,

ds. Dirk van Keulen

Laad meer