Category: Predikant

Een paar woorden van de dominee

Normaal gesproken zijn het kerkgebouw de Schakel en de mensen die daar lid van zijn het middelpunt van de Protestantse Gemeente Luttelgeest. Gedurende deze rare dagen waarin de wereld van veel mensen een stuk kleiner is geworden, zoekt dominee Dirk van Keulen naar andere vormen van samen zijn.

Pas op de plaats.

De dokter keek me aan en zei: ‘dan is het nu tijd om pas op de plaats te maken’. Ik was er even stil van. Ik had me bij hem gemeld met rugpijn. Er is een foto gemaakt. Die brengt een probleem aan het licht, dat hoogstwaarschijnlijk zichzelf oplost. Maar het duurt wel even.

‘Ja, pas op de plaats!’, zei hij nog een keer.

 

Sinds dat moment gaan die woorden af en toe in me rond.

Pas op de plaats: nee, dat is niks voor mij.

 

Ik dacht wel: het is ook wel een uitdrukking die past bij de tijd van het kerkelijk jaar waar we nu in zitten. De veertigdagentijd is immers begonnen. Tijd van bezinning.

Een paar weken geleden had ik een bijlage van de krant even opzij gelegd omdat daar zo’n fraaie variant op de titel van een veelbekeken televisieprogramma op stond: ‘Heel Holland vast’. Maar daar ga ik nu verder niks over schrijven.

We maken pas op de plaats: we denken eens na over waar we staan. Hoe gaat het? En met de mensen om ons heen? En met ons werk? En met ons bedrijf? En met de vogels op het erf of in de tuin? En met de wereld?

En hoe zou het met God gaan? En hoe is onze relatie met God?

Zou God ook weleens pas op de plaats maken?

 

Met hartelijke groeten,

ds. Dirk van Keulen

Een goed verhaal – in vele stemmen.

Afgelopen maanden hebben we ons in vorming- en toerusting-activiteiten bezig gehouden met het jaarthema van de Protestantse Kerk in Nederland: ‘Een goed verhaal’.

In een grote groep zaten we dicht opeengepakt in de consistorie om Paulus’ Brief aan Filemon te lezen. We ontdekten dat Paulus het opneemt voor een weggelopen slaaf.

In een klein groepje hebben we Bijbelvertalingen vergeleken. We lazen een bekend verhaal (de barmhartige Samaritaan) in zes vertalingen: zes kolommen naast elkaar. Welke vertaling spreekt je nu het meest aan? Er waren meer mensen uit Bant (3) dan uit Luttelgeest (2). We zouden zo’n avond nog een keer kunnen doen – laat maar weten of er interesse voor is.

En in een weer iets grotere groep heb ik vorige maand verteld over de geschiedenis van de gereformeerden en de bijbel: hoe keken zij tegen de bijbel aan? Hoe legden ze de bijbel uit? En wat is er in de loop van ongeveer honderd jaar veranderd?

 

Natuurlijk is het binnen kerk en geloof allereerst van belang om de bijbel zelf te lezen. Maar de bijbel is niet altijd even makkelijk te begrijpen; laat staan te verbinden met je eigen leven. Daarom kan het ook helpen om over de bijbel te lezen. Maar wat kun je lezen? Wanneer je een boekwinkel binnenloopt of op internet zoekt, valt er een boekenkast over je heen. Daarom wil ik dit stukje gebruiken om reclame te maken voor een boek (of beter gezegd: twee boeken).

 

Het boek dat ik bedoel is geschreven door John Barton, die werkte voor de Universiteit van Oxford in Engeland. Het verscheen vorig jaar. En eind vorig jaar verscheen ook de Nederlandse vertaling ervan. Het heet: De Bijbel; ondertitel: Het boek, de verhalen, de geschiedenis.

Barton heeft zijn leven lang onderzoek gedaan naar de bijbel. Zijn kennis is enorm. En hij heeft nu alles samengebracht in dat ene boek. Een heel dik boek. In 732 bladzijden vertelt hij hoe de bijbel als boek – als verzameling geschriften – is ontstaan en hoe de bijbel in de loop van de eeuwen is gelezen en geïnterpreteerd.

We lezen natuurlijk over de twee verzamelingen die samen de bijbel vormen en die we kennen als Oude en Nieuwe Testament. Barton vertelt over historische achtergronden waarbinnen de teksten zijn ontstaan. En we lezen ook over soorten teksten: verhalen zijn iets anders dan Psalmen, wetsteksten iets anders dan profetieën, evangeliën iets anders dan brieven.

Veel nadruk valt op de veelheid van stemmen die er in al die geschriften van Oude en Nieuwe Testament klinkt. Die veelstemmigheid betekent ook, dat niet al die stemmen hetzelfde zeggen. Dat is niet erg. Speel stemmen niet tegen elkaar uit, maar laat ze elkaar aanvullen. Ik vind het een prachtboek.

 

Verwacht ik nu ook dat jullie in groten getale naar de boekwinkel rennen om dit boek te bestellen? Om eerlijk te zijn: nee, dat verwacht ik niet. Er kleeft namelijk één nadeel aan het boek. En dat nadeel is: het is heel duur – maar liefst vijftig euro. Dat was mij ook te veel. Daarom heb ik voor iets meer dan dertig euro het Engelse origineel gekocht: A History of the Bible. The Book and its Faiths (let op: Barton schreef al eens eerder een boek onder de titel A History of the Bible – kijk dus goed naar de ondertitel als je het boek zou willen kopen).

 

Vijftig euro is wel heel veel. En niet iedereen leest zo makkelijk het Engels. Is er dan niet iets anders? Gewoon in het Nederlands. En niet zo duur.

Ja hoor! Dan denk ik aan een boek van Marius (Th.M.) van Leeuwen. Het heet: Van horen zeggen. Geschiedenis en uitleg van de bijbel. Het is al meer dan twintig jaar geleden voor het eerst verschenen. Maar ook een aantal keren herdrukt. Ook in dat boek veel aandacht voor de veelstemmigheid in de bijbel. Omdat het boek al jaren op de markt is, is het antiquarisch voor een paar euro te koop (bijvoorbeeld via de website www.antiqbook.nl).

Ten slotte: de tijd waarin we gewend zijn groothuisbezoek te houden komt er ook weer aan. We hebben afgesproken, dat ik probeer er dit jaar in alle groepen bij te zijn. Op die avonden zullen we ook stilstaan bij het jaarthema van ‘Een goed verhaal’. Daarbij zullen we op een bijzondere manier proberen een bekend bijbelverhaal dichter naar ons toe te halen.

Hartelijke groeten, ds. Dirk van Keulen

Goede machten

Dit nummer van ons kerkblad verschijnt begin januari. Daarom is het passend om te beginnen met jullie allen alle goeds toe te wensen. Wat dat goede is, is niet voor iedereen hetzelfde. Het kan in het leven van de een best iets anders zijn dan in het leven van de ander. Immers, wanneer je oud bent, niet meer zo goed ter been, kijk je anders naar de zegeningen die je gelukkig maken, dan wanneer je jong bent.

 

Ik kan het niet laten aan het begin van dit jaar een lied naar voren te halen – nummer 511 in ons Liedboek:

Door goede machten trouw en stil omgeven,
behoed, getroost, zo wonderlijk en klaar,
zo wil ik graag met u, mijn liefsten, leven,
en met u ingaan in het nieuwe jaar.

Wil nog de oude pijn ons hart vernielen,
drukt nog de last van ’t leed dat ons beklemt,
o Heer, geef onze opgejaagde zielen
het heil waarvoor Gij zelf ons hebt bestemd.

En wilt Gij ons de bittere beker geven
met gal gevuld tot aan de hoogste rand,
dan nemen wij hem dankbaar zonder beven
aan uit uw goede, uw geliefde hand.

Maar wilt Gij ons nog eenmaal vreugde schenken
om deze wereld en haar zonneschijn,
leer ons wat is geleden dan herdenken,
geheel van U zal dan ons leven zijn.

Laat warm en stil de kaarsen branden heden,
die Gij hier in ons duister hebt gebracht,
breng als het kan ons samen, geef ons vrede.
Wij weten het, uw licht schijnt in de nacht.

Valt om ons heen steeds meer het diepe zwijgen,
de eenzaamheid, die nergens uitkomst ziet,
laat ons dan allerwege horen stijgen
tot lof van U het wereldwijde lied.

In goede machten liefderijk geborgen
verwachten wij getroost wat komen mag.
God is met ons des avonds en des morgens,
is zeker met ons elke nieuwe dag.

Het is, zoals uit de eerste strofe duidelijk wordt, een nieuwjaarslied. Misschien wel het meest indrukwekkende nieuwjaarslied dat ik ken. Het werd ter gelegenheid van de jaarwisseling van 1944-1945 geschreven door Dietrich Bonhoeffer.

Bonhoeffer werd geboren in 1906 en groeide op in Berlijn. Van 1923-1927 studeerde hij theologie, eerst in Tübingen, later in de stad waar hij opgroeide (theologiestudenten in Duitsland wisselden vaak een keer van universiteit waar zij studeerden). Hij werkt een tijdje als pastor in een Duitse gemeente in Barcelona. Hij werkt en studeert in New York. Hij is pastor van een Duitse gemeente in een voorstad van Londen. In 1935 keert hij terug naar Duitsland om leiding te gaan geven aan het predikantenseminarie in Finkenwalde. Tijdens de jaren van de Tweede Wereldoorlog raakt hij betrokken bij het verzet tegen de nazi’s.

Later dit jaar zullen we stilstaan bij het feit dat 75 jaar geleden er een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog. Binnen kerk en theologie zullen we er dan ook aan denken, dat 75 jaar geleden een einde kwam aan Bonhoeffers leven. Hij werd namelijk vlak voor het einde van de oorlog, op 9 april 1945, op persoonlijk bevel van Hitler vermoord.

Het lied ‘In goede machten’ schreef Bonhoeffer in de gevangenis. Het is een lied dat getuigt van groot vertrouwen in God. Want waar op dat moment binnen en buiten de gevangenis de machten van het kwaad rondgaan, schrijft hij over goede machten die ons ook omgeven – goede machten, waarin wij liefderijk geborgen zijn.

*

*   *

Er zou meer over het lied te schrijven zijn – over de oude pijn, over die bittere beker, over diepe zwijgen en de eenzaamheid, die nergens uitkomst ziet.

Maar opdat dit stukje niet te lang wordt, nu nog een paar woorden over een ander thema: kerkbalans 2020. Binnen het moderamen hebben we afgesproken, dat ik daar ook iets over zou schrijven.

De meesten van jullie weten volgens mij wel, waar de actie ‘kerkbalans’ voor staat. Aan het begin van elk jaar gaan de kerkrentmeesters rond met brieven waarin zij vragen om een bijdrage voor het werk van de kerk in het dorp. Afgelopen jaren heb ik talloze keren horen zeggen dat het belangrijk is, dat er een kerk in het dorp blijft. Dat begrijp ik: het is voor het dorp van wezenlijk belang dat er een plaats, een gebouw blijft, waarin mensen samen kunnen komen – om te zingen en te bidden, om stil te zijn en een kaarsje aan te steken, om uit de Bijbel én andere bronnen te lezen op zoek naar zin. Bij die ‘zin’ horen voor mij bijvoorbeeld de goede machten, waar het lied van Bonhoeffer over spreekt. En niet alleen het gebouw is belangrijk: ook de gemeenschap. Als predikant probeer ik daar mijn bijdrage aan te leveren.

In de brief van over ‘kerkbalans’ staat een vraag: wat is de dorpskerkgemeenschap jou waard? Net zoals het lied van Bonhoeffer het waard is om bij stil te staan, is dat een vraag om niet te gauw overheen te lopen. Wil er in Luttelgeest een dorpskerk kunnen blijven, dan is jouw bijdrage daaraan heel welkom. Ik hoop dat jullie allen voor komend jaar een gulle bijdrage toezeggen!

Hartelijke groeten, ds. Dirk van Keulen

Gedachte-experiment

In de schoolklas die nu in de kerk haar lokaal heeft, loopt de spanning op het moment dat ik dit schrijf al aardig op: het Sinterklaasfeest is in aantocht. Heel spannend!

Later deze maand krijgen we het kerstfeest en de jaarwisseling. Ja, de maand december staat niet voor niets bekend als de feestmaand.

Stel, dat er geen kerstfeest zou zijn. Zouden we dat missen? En zo ja, wat zouden we dan missen?

Laten we eens een paar dingen bedenken: geen kerstboom in de huiskamer. Ja, die zou ik wel missen. Die boom met lichtjes geeft toch altijd iets feestelijks. Het versieren van de boom is altijd ook een leuk moment. Ik begin altijd met een geel beertje. Dat dateert al uit de tijd dat ik een kind was. Mijn moeder nam ons mee naar de winkel, waar mijn broer, mijn zus en ik – mijn adoptiezussen maakten nog geen deel van het gezin uit – een “kerstbal” voor in de boom mochten uitkiezen. Ik koos een geel beertje met een groen giletje aan. Vele jaren later, toen mijn moeder niet meer allemaal gekleurde dingen in de boom wilde, kreeg ik ‘mijn’ beertje mee. En zo hang ik hem nu elk jaar bij mij thuis in de boom. Ja, dat zou ik missen. Ik geef toe, dat dit nostalgie is.

Mijn moeder hing tijdens de weken voor kerst ook altijd een kerstster met een lampje voor het raam. Zo’n ster heb ik niet, maar ik zou hem best willen hebben. Ik vind het wel een mooi symbool voor de adventstijd: uitzien naar het doorbreken van het licht in de duisternis. Het grote licht van de vrede voor alle mensen.

En zo zijn er vast wel meer dingen, die ik zou missen.

Tegelijkertijd kan me ook een heleboel gestolen worden. Alles wat er nu gebeurt rond de feestdagen… De winkels vol. Wat moet ik ermee? Wat zou er mis zijn met een lekker bordje boerenkool? Een pan erwtensoep?

Ho ho ho – daar komt de kerstman met zijn slee: ook daar heb ik niks mee.

Wanneer ik het kerstevangelie lees, gaat het over heel andere dingen, die zich daar niet mee laten verbinden. Niks geen jingle bells, jingle bells. Ik lees een verhaal over een hele harde wereld. Een kind dat wordt geboren in een stal: een kind waar dus eigenlijk geen plek voor is. Een verhaal met een hoge actualiteitswaarde in onze wereld vol vluchtende mensen.

Zouden we dat verhaal niet net zo goed op een ander moment in het jaar kunnen lezen?

Hoe gek is dit gedachte-experiment? Behoorlijk gek natuurlijk. Weinig realistisch.

Hoewel?

Het kerstfeest is een late ‘uitvinding’ van de kerk. In de eerste eeuwen van het bestaan van de christelijke geloofstraditie bestond er helemaal geen kerstfeest. Pasen was – en is – het feest dat de kern van alles vormt. En dat is niet moeilijk te begrijpen: zonder de verhalen over de gekruisigde die niet dood is maar leeft, zou er geen christelijke geloofstraditie zijn.

Het kerstfeest is pas eeuwen later ontstaan. We weten dat in het jaar 336 in Rome een soort kerstfeest is gevierd. Voor die tijd vierde men in Europa het zonnewendefeest – het feest van de geboorte van de onoverwinnelijke zon (natalis sol invictus). Toen het christendom steeds meer voet aan de grond kreeg wilde men dat zonnewendefeest kerstenen, christianiseren. Zo is het kerstfeest ontstaan. De eerste eeuwen van de christelijke geloofstraditie bestond er dus helemaal geen kerstfeest.

Daarom is het gedachte-experiment: stel dat er geen kerstfeest zou zijn, nog helemaal niet zo gek. Wat zou u, wat zou jij missen als het kerstfeest niet bestond?

Ondertussen: maak je geen zorgen. We zullen deze maand naar het feest van kerst toeleven: het zijn de adventsweken. En op 25 december zullen we het kerstfeest vieren. We zingen kerstliederen, we lezen het kerstevangelie.

En op kerstmorgen zal Gabriel van Andel worden gedoopt. Gabriel is de zoon van Guido en Irene van Andel, en broertje van Junia. Ze wonen in Trondheim in Noorwegen. Irene is de dochter van Christa Verhage.

Bij de naam Gabriel moet ik ook denken aan een andere bijbellezing. Laten we dat bijbelverhaal op kerstmorgen ook lezen.

Hartelijke groeten, ds. Dirk van Keulen

Helemaal gratis!

De ene dag als dominee is altijd weer anders dan de vorige of de volgende. Dat komt door al die verschillende taken die je als dominee hebt. En door de mensen die er op je weg komen. Graag vertel ik nu iets over een bijzondere dag die ik meemaakte.

 We gaan terug naar een donderdag, eind september (het vorige nummer van ons kerkblad was nog niet verschenen, maar de tekst ervoor had ik al wel ingestuurd; daarom kan ik nu pas schrijven over wat ik eind september meemaakte).

Ik heb mijn witte toga uit de kast gepakt en heb hem met een van de stola’s er overheen opgehangen aan een spijker die in de muur zit onder het smalle hoge glas-in-lood raam in onze kerk. Ik doe dat omdat er bezoek komt.

Dienke Nijeboer verzorgt (binnen het kader van Levensbeschouwelijk Onderwijs) op de Floreant lessen over christelijk geloof. Zij heeft gevraagd of ze met groepen leerlingen op bezoek mag komen in de kerk. Natuurlijk kan dat. Donderdag 26 september komen ’s morgens eerst de groepen 5-6 in de kerk; ’s middags volgen de groepen 7-8.

 Wanneer de kinderen de kerk binnenkomen, geven ze me allemaal een hand en noemen ze hun naam. En dan gebeurt wat ik al ken van het oefenen voor de kerk-en-schooldiensten tijdens de afgelopen jaren. De kerk is een grote, hoge ruimte. Kinderen willen daarin het liefst rennen en heel veel lawaai maken. De juffen die meegekomen zijn, slagen erin om de kinderen allemaal op een stoel voorin de kerk te laten zitten. Ik stel me kort voor. Juf Dienke legt de kinderen uit wat de bedoeling is: in kleine groepjes mogen de kinderen door de kerk lopen. In een schrijfblokje mogen ze alle vragen opschrijven die in ze opkomen.

En daar gaan ze dan: de hele kerk door. Een voor een mogen ze op de preekstoel staan. Ze gaan naar boven op het balkon. Het liefst willen ze ook het trapje op naar het oude orgel. Maar dat mag niet. De kinderen uit groep 7-8 kunnen hun nieuwsgierigheid niet bedwingen en gaan het hele gebouw door.

Als ze alles hebben bekeken mogen ze hun vragen stellen.

 Wat is die witte jurk? Die is van mij; die heb ik aan als ik een kerkdienst doe. Zal ik hem aantrekken? Jaaaaaaaa!, roepen de kinderen. Ik trek mijn ‘witte jurk’ over m’n hoofd – en even wordt het stil. Blijkbaar een spannend moment. Ben ik ineens iemand anders geworden? Misschien wel. En toch niet. Want ik praat nog steeds op dezelfde manier.

 Wat is dat grote boek?

Waarom heeft het zulke rare letters?

Hoe oud is het boek?

Ik vertel over de bijbel. Een meisje vraagt: wat vind jij het mooiste verhaal uit de bijbel?

 Wat staat er op die kaars?

Waarvoor is dat lantaarntje?

Waarom liggen daar stenen? We lezen de namen die erop staan: Dirk Hoekstra en Fokje Kuiken-de Bildt, en hun geboorte- en sterfdatum. En we praten even over blijven denken-aan-wie-gestorven-zijn.

Wanneer ze vragen naar de doopvont gaan we er met z’n allen omheen staan. We praten over wat de doop is. Zit er water in? Laten we eens kijken: de deksel eraf. Ja, er zit water in.

En wat doe je dan als je een kind gaat dopen?

Heel veel kinderen willen even het doopwater voelen.

’s Ochtends had ik er geen vers water in gedaan. Wat is dat water koud. Oh, maar als er een kind wordt gedoopt, doen we warm water in de doopvont. Daarom heb ik voor de middaggroep warm water in de doopvont gedaan.

Hoeveel kinderen heb jij gedoopt?

Wanneer ga je weer dopen? Over een paar weken. En hoe heet het kind? Intussen is Midas gedoopt.

En dan komt een van de meest bijzondere vragen: hoeveel kost het om gedoopt te worden? Het kost niks, het is helemaal gratis! ’s Middags wordt precies dezelfde vraag gesteld. Het doet me beseffen dat de kerk daarin bijzonder is. Want wat is er gratis in ons leven? De liefde van God!

 Is het leuk om dominee te zijn?

En wat verdien je als dominee? Ja, de kinderen vragen alles.

Waarom heb jij zoveel boeken? Eeeeh…, ja, hoe leg ik dat uit?

 Wat staat er op de ramen?

Dat is een vraag waar ik eens goed over na moet denken. Want ik heb vaak naar de ramen gekeken, maar wat zien we nou eigenlijk?

Ik vraag terug: wat zie jij? Wat zien jullie?

Ja, een mens; en handen. Er zit een gat in die handen. Dan zal het Jezus zijn. Maar wat zien we nog meer?

We zien iemand op de rug. Even zou je kunnen denken dat het een zaaier voorstelt. Dat zou passen bij het dorp Luttelgeest. Als we heel goed kijken kunnen we links en rechts nog twee andere gestalten onderscheiden.

Dan gaat het me dagen wat we zien: drie gestalten te midden van rode vurige vlammen. Het raam verbeeldt het verhaal uit Daniël 3: Sadrach, Mesach en Abednego, die door koning Nebukadnezar in een vurige oven worden geworpen.

Later op de middag komt Dirk Hoen de tafels en stoelen voor de kaartclub klaarzetten. En samen met hem kijk ik nog een keer naar de ramen. Helemaal rechts, wijst hij aan, kun je een schip zien.

Heb jij weleens goed naar de ramen gekeken? Wat zie jij?

 

Hartelijke groeten, ds. Dirk van Keulen

Een goed verhaal

Het nieuwe seizoen is weer begonnen. Een paar weken geleden – zondag 15 september – hadden we onze startzondag. Voor wie er niet bij was: dat was een mooie ochtend. De opstelling van de kerk was helemaal anders: de grote tafel stond voor het gebrandschilderde raam en in de kerkzaal overal tafels met stoelen eromheen. Het bleek dat we te weinig hadden neergezet. Er moesten tafels en stoelen bij. Dat heeft me enorm bemoedigd.

Naast de grote tafel stond op de startzondag de standaard met onze hele grote oude Bijbel. Dat was niet zonder reden. Ons jaarthema is: Een goed verhaal. Goede verhalen zijn er vele. Sommige zijn heel oud, andere ontstaan misschien vandaag. Je kunt zeggen, dat het in de kerk ook gaat om een goed verhaal. Dan denk ik aan het Evangelie: Gods goede boodschap voor alle mensen. Willen we weten wat Gods goede boodschap is, dan pakken we de Bijbel. Daarin vinden we het goede verhaal.

Daarom hebben we op de startzondag elkaar verteld wat je favoriete verhaal uit de Bijbel is. Rondlopend tussen de groepjes hoorde ik allerlei verhalen voorbijkomen. Wat is dat toch bijzonder, dat er zoveel verschillende stukken in de Bijbel zijn die je kunnen aanspreken, die je meedraagt in je hart, die jou te denken geven in je leven! Elk groepje maakte van een van die verhalen een verbeelding: een foto of een filmpje. De kinderen en jongeren maakten zelfs vier filmpjes. Tot slot van de viering hebben we elkaar de foto’s en filmpjes laten zien. Mooi dat dat tegenwoordig kan via de beamer. Zo hadden we weer een heel ander soort dienst met andere vormen die bij de tijd van nu passen.

Komend seizoen willen we op meer momenten stilstaan bij de Bijbel. Natuurlijk zullen we op zondag tijdens de dienst uit de Bijbel lezen. Maar ook op een paar andere momenten willen we wat nader naar een Bijbelgedeelte kijken.

Op maandagavond 7 oktober (20.00 in ons kerkgebouw) lezen we met elkaar de Brief van Paulus aan Filemon. Filemon woonde waarschijnlijk in de stad Kolosse in Klein-Azië. Paulus schrijft hem vanuit een gevangenis een persoonlijke brief. Die brief is niet zo bekend. Het is bijzonder dat deze brief bewaard is gebleven. Er zijn namelijk ook brieven van Paulus verloren gegaan. Kijk maar eens in de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs (hoofdstuk 5, vers 9): blijkbaar is er vóór die eerste brief van Paulus aan de Korintiërs nog een eerdere brief aan de Korintiërs geweest. Maar die kennen we niet meer. En kijk ook eens in Kolossenzen 4:16. Blijkbaar is er ook een Brief van Paulus aan de Laodicenzen geweest. Maar ook die kennen we niet meer.

Op 7 oktober lezen we de hele brief van Paulus aan Filemon. Even zou je kunnen denken: pffff, een hele brief; maar meer dan één kantje is het niet. Ik zal er iets bij vertellen. En natuurlijk zullen we ook de vraag stellen wat die brief ons vandaag nu te zeggen heeft. Jullie zijn allen welkom!

Wie erbij waren tijdens de startzondag hebben ook al gehoord, dat ik wil proberen dit jaar bij alle groothuisbezoeken te zijn. We zijn gewend om dan ook op een of andere manier met het jaarthema bezig te zijn. Ik heb daarom nog weer een andere werkvorm bedacht hoe we met een Bijbelverhaal aan de slag kunnen. Zó aan de slag kunnen, dat het verhaal ons dichtbij kan komen.

Voorbereiding kerst

Dit nummer van het kerkblad verschijnt begin oktober. De herfst is net begonnen. Hoewel we ons daar nog niet van bewust zijn komt de decembermaand al weer snel dichterbij. Daarom nu de vraag: wie wil er meewerken aan de voorbereiding van de dienst van kerstmorgen?

Voor nu: hartelijke groeten,

  1. Dirk van Keulen

Naar Amerika – Op de drempel van een nieuw seizoen

Na vijf weken niet in Luttelgeest te zijn geweest ben ik vandaag (maandag 19 augustus) weer terug. Vijf weken is een lange periode. Drie van de vijf weken waren vakantie. De twee laatste weken was ik in Amerika in verband met mijn andere baan. Sommigen van u hebben zich afgevraagd: wat doet hij daar toch?

 

Ik verbleef in Grand Rapids in de staat Michigan. Dat is in het Noorden van de Verenigde Staten, tussen de steden Chicago en Detroit. Elke dag liep ik vanaf het hotel naar Calvin Theological Seminary. In een leslokaal werkten we in een team van vijf mensen (John Bolt, Nelson D. Kloosterman, Jessica Joustra, Antoine Theron en ikzelf) aan de Engelse uitgave van mijn nieuwe boek. Dat nieuwe boek is een uitgave van een niet eerder gepubliceerd manuscript van de theoloog Herman Bavinck.

Bavinck (1854-1921) geldt als een van de belangrijkste Nederlandse theologen van het laatste deel van de negentiende en het eerste deel van de twintigste eeuw. Hij is korte tijd dominee geweest in Franeker (1881-1883). Daarna was hij van 1883-1902 professor aan de Theologische School te Kampen en van 1902-1921 professor aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Bavinck is vooral beroemd geworden door zijn in vier delen uitgegeven Gereformeerde Dogmatiek. Aan de hand van die vier boeken zijn vele generaties dominees opgeleid in het vak van de dogmatiek. In dat vak wordt geprobeerd onder woorden te brengen wat we geloven.

Die Gereformeerde Dogmatiek is enkele jaren geleden in het Engels vertaald: Reformed Dogmatics. Behalve in Amerika worden de boeken ook op vele andere plaatsen gelezen. Waar Bavinck in Nederland nu meestal wordt gezien als een theoloog uit het verleden, wordt hij op dit moment buiten Nederland gewaardeerd als een theoloog wiens werk het waard is om telkens opnieuw bestudeerd te worden.

 

Een paar jaar geleden ontdekte ik in het Bavinck Archief een onbekend manuscript. Het heeft de titel: Gereformeerde Ethiek. Ondanks het feit dat het heel omvangrijk is – bijna 1.100 met de hand geschreven bladzijden –, is het onvoltooid. Bavinck is van plan geweest om het net als zijn Gereformeerde Dogmatiek als boek uit te geven. Beide werken hadden naast elkaar moeten staan op de boekenplank en samen gelezen. Ze sluiten namelijk naadloos op elkaar aan. Bavinck heeft zo het gereformeerde denken over de dogmatiek (de geloofsleer) en de ethiek willen actualiseren.

Waarom hij zijn Ethiek niet heeft voltooid weet ik niet. Misschien was hij na er jaren aan te hebben gewerkt toch niet tevreden en vond hij dat er een stuk over ‘filosofische ethiek’ aan vooraf moest gaan. Het zou ook kunnen dat hij op de Vrije Universiteit zijn collega Geesink, die verantwoordelijk was voor het vak ethiek, niet voor de voeten heeft willen lopen.

Ook al is het boek onvoltooid, toch verdient de tekst het om alsnog te worden uitgegeven. De Nederlandse versie van het boek wordt op 19-20 september gepresenteerd op een conferentie in Kampen.

Voor de Engelse vertaling en bewerking ben ik afgelopen vijf jaar naar Grand Rapids geweest. Die Engelse versie zal ik drie delen verschijnen: Reformed Ethics.

Tot zover over de vraag wat ik in Amerika deed.

 

Dan nu nog enkele woorden over het nieuwe seizoen, dat op het punt staat te beginnen. Het nieuwe seizoen staat evenals de jaren hiervoor in het teken van het jaarthema van de Protestantse Kerk in Nederland. Was vorig jaar het thema: ‘Een goed gesprek’ – dit komende jaar is het thema: ‘Een goed verhaal’.

Dat is een thema waar je vele kanten mee op kunt. Zo kun je bijvoorbeeld denken aan levensverhalen. Wat maakt het verhaal van een leven, van jouw leven, tot een goed verhaal?

We kunnen ook denken aan de Bijbel. De verhalen over Jezus’ leven noemen we ook wel: het Evangelie. Dat Evangelie is een goed verhaal. Je kunt ook zeggen: de hele Bijbel samen vormt een goed verhaal.

Zo nodigt het jaarthema van de PKN ons uit er een Bijbeljaar van te maken. Dat kan natuurlijk op vele manieren. Elders in dit nummer vindt u een overzicht van activiteiten voor komend seizoen. Daar zitten een paar Bijbelavonden bij: zo gaan we een avond Bijbelvertalingen vergelijken; op een andere avond lezen we een onbekende Brief van Paulus (die aan Filemon); en op nog weer een andere avond gaan we na hoe de gereformeerden in de twintigste eeuw hebben gedacht over de Bijbel (daar zal ik over vertellen – het was het thema van het boek waarop ik ben gepromoveerd).

 

Ook op de startzondag zullen we aandacht besteden aan het thema: Een goed verhaal. Neem op de startzondag een Bijbel mee naar de kerk. Het maakt niet uit welke vertaling. En denk vast wat na over de vraag wat jouw favoriete Bijbelverhalen zijn. Zoek ze vast op, en leg zo nodig een briefje bij de bladzijde(n) waar je het vindt. Neem ook je telefoon mee naar de kerk. Misschien heb je die tijdens de dienst nodig!

 

Met hartelijke groeten,  ds. Dirk van Keulen.

Het Luthers avondgebed – 2. In Nederland en de muziek

In het vorige nummer hebben we stilgestaan bij de tekst van wat wordt genoemd: het ‘luthers avondgebed’. Nu nog wat over de weg van dit gebed in Nederland en over de muziek waarop het kan worden gezongen.

 

We zijn in Nederland voor het eerst in aanraking gekomen met het ‘luthers avondgebed’ dankzij Willem Jan Kooiman (1903-1968). Kooiman is luthers predikant geweest in Wildervank (1927), Deventer (1929) en Amsterdam (1934-1945). Van 1945-1968 was hij hoogleraar aan het Evangelisch-Luthers Seminarium aan de Universiteit van Amsterdam.

Kooiman hield begin jaren vijftig een dagsluiting voor de NCRV-radio, waarin hij zijn vertaling van het avondgebed van Dieffenbach uitsprak. Er werd positief op gereageerd. Daarom werd de tekst opgenomen in de liedbundel Uit hart en mond (in 1953 uitgegeven door de Nederlands Lutherse Jeugdbond).[1]

Twintig jaar later werd de tekst breder bekend, omdat hij werd afgedrukt in het Liedboek voor de Kerken (1973), onder Lied 384. Als je dat vroegere liedboek nog hebt, zoek dan pagina 563 eens op. Dan zie je hoe in de manier waarop het gebed staat afgedrukt, is geprobeerd de structuur van de tekst zichtbaar te maken.

Zo raakte het ‘luthers avondgebed’ breed verspreid. Mensen gingen het gebed gebruiken ter afsluiting van bijvoorbeeld vergaderingen. Tevens kwam op zeker moment de vraag op of het gebed niet kon worden gezongen.

 

Twee predikanten, Hans Mudde (geb. 1939) en André F. Troost (geb. 1948), die beiden een eigen liedbundel hebben uitgebracht, hebben het gebed omgewerkt tot een lied dat kan worden gezongen. Anders dan de vertaling door Kooiman, zijn deze liederen strofisch van aard: ze zijn verdeeld in strofen, in coupletten.

De versie van Troost, die is te vinden in zijn in 1995 voor het eerst verschenen liedbundel Zingende gezegend, luidt:

 

Blijf bij ons Heer, wanneer de nacht zal komen –

nu wordt het stil en donker om ons heen.

Blijf bij ons, als ons alles wordt ontnomen,

Heer, laat uw kerk, uw schepping niet alleen.

 

Blijf ons nabij, al gaan wij eigen wegen;

blijf in uw goedheid naar ons toegewend

met uw genade, met uw troost en zegen,

blijf bij ons, Heer, in woord en sacrament.

 

Blijf ons nabij, als ons zal overkomen

de bange nacht vol twijfel, angst en nood,

blijf, als beproeving strijdt met onze dromen,

blijf, ook al dreigt de strenge, bitt’re dood.

 

Blijf bij ons Heer, hoever van huis wij zwerven,

blijf, wat dan ook ons van elkander scheidt,

blijf bij ons, Heer, in leven en in sterven,

blijf bij ons, Heer, in tijd en eeuwigheid.[2]

 

Dit lied is te zingen op de melodie van Psalm 12.

De versie van Mudde, die ik vind in zijn liedbundel Op de wijze van het lied (2005), luidt:

 

Blijf bij ons Heer, want het is avond

en komen zal weldra de nacht,

blijf bij uw kerk alom op aarde,

bij al wie op uw bijstand wacht.

 

Blijf bij ons allen aan de avond

van elke dag door U bereid

en aan de avond van het leven

en van de wereld mettertijd.

 

Blijf bij ons, Heer, met uw genade

en goedheid naar ons toegewend,

blijf bij ons met uw troost en zegen

en met uw Woord en Sacrament.

 

Blijf bij ons, als de nacht zal komen

van strijd, beproeving, angst en nood,

de nacht van aanvechting en twijfel

en van de strenge bittre dood.

 

Blijf bij ons, Heer, in al het duister

dat over ons wordt uitgespreid,

ja, blijf in leven en in sterven

bij ons, in tijd en eeuwigheid.[3]

 

In de liedbundel van Hans Mudde zijn twee melodieën (van Jaap Dragt en Jan van Rossem) opgenomen waarop het lied kan worden gezongen. Daarom heeft deze liedbundel de nummers 94A en 94B.

 

Mensen bleken echter ook gehecht aan de vertaling van Kooiman. Dat zal wel komen doordat deze vertaling, opgenomen als hij was in het Liedboek voor de Kerken, breed verspreid en bekend is geraakt. Wanneer je eens goed naar de teksten van Troost en Mudde kijkt, zie je al snel dat deze op de vertaling van Kooiman zijn gebaseerd.

Vanwege die gehechtheid – en ook omdat in kringen binnen de Protestantse Kerk werd en wordt gezocht naar liturgievernieuwing: niet meer alleen liederen in een aantal coupletten, maar ook andere manieren van zingen – is de vertaling van Kooiman ook op muziek gezet.

In 1998 verschenen er drie muzikale versies. Twee vinden we er in het eerste deel van het Dienstboek. Deze staan op naam van Wilhelm Löwe/lutherse werkgroep en van Wilhelm Löwe/Nico Vlaming.[4]

De derde verscheen in Deel 6 van de bundel Zingend geloven  (Deze bundeltjes kwamen uit als een aanvulling op het Liedboek voor de Kerken en waren bedoeld als bijdrage tot de ontwikkeling van het nieuwe kerklied). De melodie is van de rooms-katholieke priester en componist Jan Valkestijn (1928-2017).[5] Deze melodie is met een kleine wijziging als Lied 202 terechtgekomen in ons Liedboek. Door de kleine wijziging in de muziek valt de klemtoon niet meer op ‘ons’ – Blijf bij ons – maar op ‘Blijf’. In deze versie ontbreekt het ‘Heer’ aan het begin als aanspreking van God. Dat is natuurlijk niet erg. Als je begint met: ‘laten we bidden’, is voor iedereen duidelijk tot wie de woorden gericht zijn. Ook zijn er veel meer liederen waarin God niet met een woord als ‘Heer’ wordt aangesproken, die toch wel een gebed zijn.

 

Het was deze laatste versie – Lied 202 uit het Liedboek – die ik zong aan het slot van ons samenzijn op Goede Vrijdag. Waarom koos ik daarvoor? Allereerst vind ik het ‘luthers avondgebed’ een passende afsluiting van de dienst op Goede Vrijdag. In die dienst klonken Jezus’ woorden aan het kruis: ‘mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ (Mat. 27:46). Is het dan niet passend dat we aan het slot bidden om Gods nabijheid? En dat daarbij ook die woorden klinken over de nacht van twijfel en aanvechting, de nacht van de strenge bittere dood.

Maar waarom koos ik dan voor Lied 202 uit het Liedboek? En is dat niet ‘rooms’?! – zoals wel werd opgemerkt.

Eerst over de keuze. Afgelopen jaren heb ik het ‘luthers avondgebed’ vaker gebruikt op Goede Vrijdag. Maar dan las ik de tekst. Je kunt ook ‘spelen’ met liturgie. Daar houd ik wel van. Het hoeft niet altijd op dezelfde manier. Daarom was er dit jaar op Paasmorgen niet één preek, maar waren er twee korte overwegingen. En daarom ben ik ook rond Hemelvaartsdag en

 

Pinksteren afgeweken van wat gebruikelijk is. Toen ik bij de voorbereiding van de liturgie voor Goede Vrijdag de tekst van het ‘luthers avondgebed’ in het Liedboek zocht – ik ken de tekst nog niet foutloos uit het hoofd –, werd ik me ervan bewust dat het kan worden gezongen. Dat is weer eens wat anders dan het gebed lezen. Ik was me eerlijk gezegd niet ervan bewust dat het ‘luthers avondgebed’ op minstens zes manieren kan worden gezongen (Troost, Mudde, Dienstboek 2x, Zingend geloven, Liedboek). Ik kende alleen de versie uit het Liedboek.

En dan: is de versie die ik zong niet ‘rooms’?! Ik kan me voorstellen dat de associatie met de rooms-katholieke kerk opkwam. Dat komt omdat de melodie van Jan Valkestijn is geënt op het gregoriaans. Het gregoriaans is een manier van zingen met heel oude papieren: ontstaan vóór het jaar duizend van onze jaartelling. Meer dan vijf eeuwen dus, vóórdat de kerk scheurde in de rooms-katholieke en verscheidene protestantse tradities. Binnen de rooms-katholieke traditie is de gregoriaanse manier van zingen – een andere manier van zingen – beter bewaard dan in al die protestantse tradities in Nederland. Daarom kan ik me voorstellen dat bij Lied 202 de gedachte aan de rooms-katholieke traditie kan opkomen.

Is dat laatste een probleem? Ik zou eerlijk gezegd niet weten waarom. Zou Lied 202 in het Liedboek zijn opgenomen en zou de Generale Synode van de Protestantse Kerk in Nederland dit Liedboek ‘met vreugde en dankbaarheid’ aan de gemeenten hebben aangeboden ‘als Psalm- en Gezangboek van de Protestantse Kerk’ als het wel een probleem zou zijn? En waarom zouden we toch altijd weer in hokjes denken? Willen we niet kerk voor het hele dorp zijn?

[1].    Ik ontleen dit aan: Hans Jansen, ‘Luthers Avondgebed – Lucas 24,29’, te vinden op de website: https://www.hans-jansen.com/?page=artikel&id=14.

[2].    André F. Troost, Zingende gezegend, Zoetermeer 20144, Lied 249.

[3].    Hans Mudde, Op de wijze van het lied. Liederen, Zoetermeer 2005, Lied 94A/94B.

[4].    Dienstboek. Een proeve. Schrift. Maaltijd. Gebed, Zoetermeer 1998, Lied 146 en 147 (pag. 749-752).

[5].    Zingend geloven. Bijdragen tot de ontwikkeling van het nieuwe kerklied, Deel 6, Zoetermeer 1998, Lied 110.

Het Luthers avondgebed – 1. de tekst

HET ‘LUTHERS AVONDGEBED’ – 1. DE TEKST

Op de avond van Goede Vrijdag dit jaar besloten we ons samenzijn in de kerk met wat wordt genoemd: het ‘luthers avondgebed’. In twee keer wil ik er wat nader bij stilstaan. Nu eerst over de tekst.

Oorspronkelijk is het gebed geschreven in het Duits. Auteur is niet – wat je misschien even zou denken – Maarten Luther, maar de veel later levende Duitse predikant en dichter Georg Christian Dieffenbach (1822-1901). Hij kwam wel uit de lutherse traditie. Laten we eerst de Duitse tekst lezen. Daaronder staat de Nederlandse vertaling:

Bleibe bei uns, Herr,
denn es will Abend werden,
und der Tag hat sich geneigt.
Bleibe bei uns und bei deiner ganzen Kirche.
Bleibe bei uns am Abend des Tages,
am Abend des Lebens,
am Abend der Welt.

Bleibe bei uns mit deiner Gnade und Güte,
mit deinem heiligen Wort und Sakrament,
mit deinem Trost und Segen.
Bleibe bei uns, wenn über uns kommt
die Nacht der Trübsal und Angst,
die Nacht des Zweifels und der Anfechtung,

die Nacht des bitteren Todes.
Bleibe bei uns und allen deinen Gläubigen
in Zeit und Ewigkeit.
Amen

En in Nederlandse vertaling (door W.J. Kooiman):

Heer, blijf bij ons,

want het is avond

en de nacht zal komen.

Blijf bij ons en bij uw ganse kerk

aan de avond van de dag,

aan de avond van het leven,
aan de avond van de wereld.

Blijf bij ons met uw genade en goedheid,
met uw troost en zegen,

met uw woord en sacrament

Blijf bij ons, wanneer over ons komt
de nacht van beproeving en van angst

de nacht van twijfel en aanvechting

de nacht van de strenge, bittere dood.

Blijf bij ons in leven en in sterven

in tijd en eeuwigheid.
Amen

Door een deel van de zinnen te laten inspringen heb ik geprobeerd de structuur van de tekst zichtbaar te maken. Het begint met wat wordt genoemd: de aanhef: ‘Heer blijf bij ons, want het is avond en de nacht zal komen’.

Daarna kunnen in de tekst enkele gedeelten worden onderscheiden. Deze beginnen telkens met: ‘Bleibe bei uns’ – ‘Blijf bij ons’. In het Duitse origineel zou je kunnen zeggen, dat het vijf gedeelten zijn; in het Nederlands zijn het er vier (want de eerste en tweede inzet met ‘Bleibe bei uns’, worden in de Nederlandse vertaling samengenomen). De laatste kun je ‘slot’ noemen.

De kernwoorden van de aanhef ‘Blijf bij ons, want het is avond en de nacht zal komen’  worden in het vervolg verder uitgewerkt. Drie woorden staan centraal:

–   Avond – van de dag, van het leven, van de wereld;

–   Blijf bij ons – met genade en goedheid, troost en zegen, woord en sacrament;

–   Nacht – van beproeving en angst, twijfel en aanvechting, de strenge bittere dood.

Er zit een beweging in de tekst. In de aanhef wordt God aangeroepen: ‘Blijf bij ons’ (en bij de kerk). Het is een avondgebed. Daarom vervolgt de tekst met een paar uitwerkingen van de avond: van de avond van de dag, via de avond van het leven, gaan we naar de avond van de wereld – de kring wordt steeds breder getrokken.

In het midden wordt met drie woordcombinaties God gebeden om wat wij nodig hebben, om dat wat ons leven draagt: genade en goedheid, troost en zegen, woord en sacrament (let op het verschil in volgorde van de twee laatste woordcombinaties in het Duitse origineel en de Nederlandse vertaling). Daarmee kunnen we nacht in. Maar die nacht kan zwaar zijn: beproeving en angst, twijfel en aanvechting kunnen over je komen; zelfs de strenge, bittere dood.

Daarom sluit het gebed af met een laatste roep tot God om nabijheid – in leven en in sterven, in tijd en eeuwigheid.

Dieffenbach zou het gebed weleens kunnen hebben gemaakt met een lied in zijn achterhoofd: ‘Ach bleib bei uns, Herr Jesu Christ’. We vinden dat lied in Nederlandse vertaling in ons Liedboek onder nummer 240. Ook dat is een avondlied, afkomstig uit de lutherse traditie. Het eerste couplet zou zelfs afkomstig zijn van Philippus Melanchthon (de naaste medewerker van Luther).[1]

Verschillende elementen uit het gebed vinden we ook in dit lied: blijf bij ons, avond (couplet 1), woord en sacrament (couplet 2), zegen (couplet 3), kerk, genade (couplet 4). De volharding en standvastigheid (couplet 2) kunnen we ook wel verbinden met wat het gebed zegt over de nacht.

Ten slotte wijs ik op het verschil in de vertaling van het slot:

Bleibe bei uns und allen deinen Gläubigen
in Zeit und Ewigkeit.

Blijf bij ons in leven en in sterven

in tijd en eeuwigheid.

Dieffenbach lijkt met ‘Kirche’ (aan het begin van het gebed) en ‘Gläubigen’ de kring te beperken tot de leden van de kerk/de gelovigen: voor hen wordt gebeden. In de Nederlandse vertaling ontbreken die ‘gelovigen’. In plaats daarvan vinden we: ‘in leven en in sterven’. Zo wordt er meer een eenheid van het slot gemaakt: van ‘de strenge bittere dood’, via ‘in leven en in sterven’, naar ‘in tijd en eeuwigheid’. Door in plaats van de ‘gelovigen’ te bidden voor ‘ons’ wordt grotere eenheid in de tekst tot stand gebracht (het ‘ons’ van het slot sluit aan bij het ‘ons’ van de aanhef en het herhaalde ‘Blijf bij ons’) en kan de kring van mensen waarvoor gebeden wordt ook ruimer worden gedacht (het ‘ons’ kun je opvatten als ‘ons mensen’). Zo zie je dat een vertaling ook altijd een interpretatie is.

In een op internet te vinden artikel van kerkmusicus Hans Jansen las ik een mooie waardering van het avondgebed van Dieffenbach:

‘Het is de verdienste geweest van deze Dieffenbach dat hij een gebed heeft gemaakt waarin geen woord te veel of te weinig staat en ook na jarenlang gebruik niets aan waarde inboet. De kracht van de herhaling wordt hier tot het uiterste benut, de logische indeling en de korte kernachtige zinnen maakt dat dit gebed snel uit het hoofd kan worden geleerd. Het feit dat niet goedkoop besloten wordt met de tweede strofe (genade en goedheid) maar met de beproeving en de angst, maakt dat dit gebed midden in de tijd staat, midden in het leven. Genade en goedheid zijn aanwezig, maar hebben voorlopig nog niet het laatste woord. De nacht van twijfel en aanvechting kan alleen maar achter ons worden gelaten door er doorheen te gaan’.[2]

Tot zover over de tekst. Volgende keer over de weg van dit gebed in Nederland en over de muziek.

Met hartelijke groeten, Ds. Dirk van Keulen

[1].    Dat staat niet aangegeven bij Lied 240 in ons Liedboek. We vinden dat wel in: Evangelisches Gesangbuch (ik gebruikte de ‘Ausgabe für die Nordelbische Evangelisch-Lutherische Kirche’, Hamburg/Kiel 1994), Lied 246: ‘Ach bleib bei uns, Herr Jesu Christ’.

[2].    Hans Jansen, ‘Luthers Avondgebed – Lucas 24,29’, te vinden op de website: https://www.hans-jansen.com/?page=artikel&id=14. Ik ontleen meer informatie aan dit artikel.

Load more