Categorie: Predikant

Afscheid

De titel van dit stukje is dubbel.

We nemen afscheid van ons blad ‘De Schakel’. Het gele blaadje, dat elke maand nieuws uit de kerk bevat en dat een overzicht biedt van de kerkdiensten voor de komende weken. De ervaring heeft wel geleerd – zeker in het jaar dat achter ons ligt – dat dat nieuws vaak wat belegen was. Vele keren heb ik het gevoel gehad een stukje te schrijven waarvan ik bij voorbaat eigenlijk al wel wist, dat het op het moment van uitkomen van het blaadje al weer achterhaald was. Daarom is het goed om voor het kerknieuws nu te kiezen voor een vorm die meer bij deze tijd past.

Afscheid heeft ook betrekking op mijn eigen afscheid van Luttelgeest. Op het moment dat ik dit schrijf, ligt de dienst waarin ik afscheid heb genomen een paar dagen achter ons. Ik ben nog steeds wat aan het ‘bijkomen’ van die dienst.

Wie de dienst heeft gezien, heeft gemerkt dat het afscheid me niet onberoerd heeft gelaten. Voor, tijdens en na de dienst gingen heel veel herinneringen door me heen. Ik ging heen en weer tussen momenten van groot verdriet, momenten van vreugde, momenten van diepgang. Herinneringen aan mensen en aan gesprekken kwamen in me boven. En – Karolien benoemde dat moment heel mooi in haar filmpje – ook momenten als het planten van kleine plantjes in de kas van Tesselaar. Ja, ik was drijfnat van het zweet en heb er dagen spierpijn van gehad. Al die herinneringen doen me beseffen, dat het ambt van predikant iets heel veelzijdigs is. Ik besef ook, dat in alle veelzijdigheid ik zeker niet in alles even goed ben. Het een ligt me beter dan het ander.

Het afscheid na de dienst heeft me enorm verrast. Zo bijzonder om door Johan Schipper en Gerard Blok te worden toegesproken. Johan legde terecht de vinger bij het feit dat ik beginnend predikant was, nog veel moest leren, en de valse start. Gerard raakte me met de symboliek van de Ginkgo Biloba. Zo bijzonder om zittend naast Barbara in de lege kerk te kijken en te luisteren naar de filmpjes van gemeenteleden.

Een grote verrassing was ook de muziek gespeeld door Jan Moens. Blijkbaar kenden jullie me beter dan ik dacht. Want ja, muziek is heel belangrijk voor me. Geen dag zonder dat er muziek klinkt in huis. Geen dag zonder Bach – ja, ‘die mag de maat der engelen slaan, de lieve lange dag’ (liedboek 737). Maar er zijn meer componisten die me lief zijn. Ik ga ze niet opnoemen. Of toch één: Arvo Pärt – hij leeft nog. Ken je ‘Spiegel im Spiegel’? Zo prachtig!

Wat een verrassing: de kruiwagen! We gaan in Rijssen een grotere tuin hebben dan in Zwolle. Wat geweldig handig, om dan een kruiwagen voor het grijpen te hebben staan. En zo leuk, dat we de tuin kunnen verfraaien met bollen uit Luttelgeest (dank daarvoor!). En de inhoud van de kruiwagen: we eten in Zwolle en in Utrecht (waar Barbara woont) deze week fijn groenten en fruit uit Luttelgeest. Ik heb ook wat uitgedeeld aan de buren in Zwolle. Dat hoort immers bij Dankdag.

Tot slot: dat boek met A4tjes. Het ligt op tafel. Ik blader erin, ik lees wat jullie hebben geschreven. Ik ben er heel dankbaar voor.

Veel dank dus! Een mooi afscheid.

Ik wens jullie alle goeds en Gods zegen toe.

En tot ziens! (volgend jaar hoop ik twee keer in een dienst te komen voorgaan)

Met hartelijke groeten,

Ds. Dirk van Keulen

Heer, herinner U de namen.

Het blijft lastig: op de twintigste van de maand een kerkbladstukje schrijven. En eigenlijk van te voren weten: dit stukje zal wel weer achterhaald zijn op het moment dat de gele boekjes bij jullie thuis worden bezorgd. Met dat in het achterhoofd schrijf ik dit stukje:

 

Afgelopen tijd hebben we gemerkt hoe snel het kan gaan met dat akelige virus. Hadden we in het voorjaar de ‘eerste golf’, nu zitten we midden in de ‘tweede golf’. Inmiddels heeft de kerkenraad besloten dat de diensten weer alleen via de computer te volgen zullen zijn. Dat is natuurlijk heel jammer. Maar ik ben het er helemaal mee eens!

Het betekent dat ik in de dienst van 8 november afscheid van jullie zal nemen via een beeldscherm. Natuurlijk is dat niet ‘leuk’. Ik had me een afscheid anders voorgesteld. Maar we moeten het samen uithouden in de huidige situatie. Omdat er – naar ik begrijp – corona in het dorp is vastgesteld, kunnen we niet voorzichtig genoeg zijn.

 

De huidige situatie zal ook wel gevolgen hebben voor de laatste dienst die ik voorlopig in Luttelgeest zal doen: de dienst van 22 november – de laatste zondag van het kerkelijk jaar.

Dat is altijd een bewogen zondag.

We gedenken hen die ons zijn ontvallen: ‘Heer, herinner u de namen’.

 

We noemen de namen van gemeenteleden die het afgelopen jaar zijn overleden. Dit jaar zijn dat er vier: de oude mevrouw Verhage (op dat moment ons oudste gemeentelid), Theo de Boer, Bert Verhage en Auke Hibma. In de dienst van 22 november zullen we zoals we gewend zijn ter gedachtenis van hen een kaars aansteken.

Gewoonlijk steekt meestal een familielid de kaars aan. Maar nu we naar het zich laat aanzien geen gemeenteleden in de kerk kunnen verwelkomen, lijkt het mij het beste dat de ouderling van dienst dan de kaars aansteekt.

Meestal deelde ik aan het eind van die dienst dan de stenen uit, die kortere of langere tijd op de gedenktafel hebben gelegen. Gelet op de situatie lijkt het mij het beste dat we die stenen nog maar een jaar laten liggen. Velen van ons hebben immers die stenen nog niet of nauwelijks op de gedenktafel zien liggen. Hopelijk zal ergens in het jaar dat komt een moment aanbreken dat dat wel weer kan.

 

Maar we zijn op de laatste zondag van het kerkelijk jaar gewend niet alleen de namen te noemen van dit jaar overleden gemeenteleden. We gaven ook altijd de gelegenheid dat iedereen naar voren mocht komen om een lichtje aan te steken. Een lichtje ter gedachtenis van iemand met wie je het leven deelde, vriendschap deelde, liefde deelde; iemand die je het leven schonk of aan wie je leven gaf.

 

Hoe moet dat nu? In de zeven jaar dat ik jullie predikant ben, heb ik gezien hoeveel dat aansteken van die lichtjes voor velen van jullie betekent. Dat kunnen we toch niet zomaar achterwege laten?

Daarom stel ik voor, dat je op het moment dat je op 22 november naar de dienst gaat kijken zorgt dat er een lichtje klaar ligt – een kaars of een waxinelichtje – en dat je lucifers bij de hand hebt. Net als alle voorgaande jaren zal ik het moment van het aansteken van de lichtjes aankondigen. Doe dat dan thuis. Denk aan degenen die nu bij God zijn. En realiseer je – hoe lastig dat misschien ook is –, dat je niet de enige bent die op dat moment een lichtje aansteekt. Zou juist de wetenschap dat ook anderen op dat moment lichtjes aansteken niet een verbondenheid tot stand kunnen brengen? Een vreemde verbondenheid, dat geef ik toe.

Maar… we steken lichtjes aan, omdat het licht van God ons en allen die ons voorgingen omstraalt. En liefde… liefde is over de dood heen.

 

Met hartelijke groeten,

Ds. Dirk van Keulen

Luttelgeestelijke

De naam ‘Luttelgeest’ komt, zo las ik ooit, van een plaats met die naam die vroeger bij Kuinre lag. De betekenis van de naam is gemakkelijk te begrijpen. ‘Luttel’ betekent: klein – je hoort er het Engelse ‘little’ in. En ‘geest’ is de naam voor hoger gelegen zandgronden. Dat hoor je ook terug in de naam ‘geestgronden’ – zo worden in Noord Holland de gebieden wel genoemd net achter de duinen. In Bennebroek, waar ik zo’n zeven jaar heb gewoond, heette het psychiatrisch ziekenhuis vroeger ook: ‘De geestgronden’. Dat was een creatief gebruik van dat woord ‘geestgronden’.

 

Op 19 mei 2013 deed ik intrede als predikant van Luttelgeest. Het was die dag de zondag van Pinksteren. We lazen natuurlijk het verhaal uit Handelingen 2.

Iemand maakte na de dienst een grapje: ‘je bent nu luttelgeestelijke geworden’. Daar kon ik wel om lachen. Sindsdien zit ‘luttelgeestelijke’ in m’n hoofd en duikt het af en toe op in mijn gedachten. Ik vind het wel een mooie typering voor de dominee van Luttelgeest. Immers, als dominee ben je een soort geestelijke. Het ambt van predikant kun je niet afleggen – je draagt het altijd met je mee. De toevoeging ‘luttel’ is tegelijkertijd een relativering. Luttel is klein – neem het ambt ook weer niet al te ernstig. Als predikant ben je altijd ook maar een gewoon mens.

 

Na ruim zeven jaar heb ik – jullie zullen het inmiddels al wel weten – het beroep door de Open Hof in Rijssen aangenomen. Dat was geen gemakkelijke beslissing. Immers, zoals het er nu naar uitziet, zal ik voorlopig de laatste eigen predikant van Luttelgeest zijn geweest. Dat maakt het moeilijk te vertrekken. Ik heb het gevoel jullie wat verweesd achter te laten. Maar het komt vast goed. En in de afgelopen jaren zijn er ook ontwikkelingen in gang gezet, die duidelijk maken dat jullie ook veel zelf kunnen. Dan denk ik bijvoorbeeld aan Zin in Zondag.

 

Waarschijnlijk zal ik per 1 december overgaan naar Rijssen. In de dienst van zondag 8 november zal ik ‘afscheid’ nemen. In die dienst zullen ook Sem Krol en Laura Krol worden gedoopt. Op zondag 22 november zal ik nog wel voorgaan in de dienst die bekend staat als de laatste zondag van het kerkelijk jaar; de zondag waarin we denken aan overleden geliefden.

Omdat die laatste dienst zich niet zo goed laat combineren met een ‘afscheid’, is het beter om dat op 8 november te plannen. Afscheid en doop gaan best samen.

Ondertussen denk ik na over de overgang van Luttelgeest naar Rijssen. Tijdens de laatste maanden heb ik een paar keer iets geschreven of verteld over mijn loopprojecten. Als overgang heb ik bedacht dat ik in etappes ga lopen van Luttelgeest naar Rijssen. Dat is bij elkaar zo’n honderd kilometer. Als een soort moderne pelgrim. Drie etappes heb ik al in de benen: Luttelgeest – Vollenhove, Vollenhove – Zwartsluis en Zwartsluis – Hasselt.

Al lopend denk ik wat na. Bijvoorbeeld over de zeven jaren in Luttelgeest. Wat is er gebeurd? Wat hebben we beleefd? Wat heb ik geleerd? Wat neem ik mee? Wat ga ik missen?

Een van de dingen die ik meeneem is de ‘luttelgeestelijke’. In strikte zin ben ik na mijn afscheid geen luttelgeestelijke meer. Maar ik geloof dat ik dat jasje toch niet hoef uit te trekken. Ik ben van dat jasje gaan houden. Het houdt me met beide benen op de grond.

 

Met hartelijke groeten, Dirk van Keulen

Onzeker

De zomer is weer voorbij.

Dit nummer van het kerkblad komt begin september uit.

Ik schrijf dit stukje op donderdag 20 augustus. De 20e van de maand is altijd de laatste dag waarop kerkbladstukjes kunnen worden ingeleverd.

Vele keren heb ik er wat mee geworsteld – die 20e van de maand. Maar nooit eerder heb ik zo sterk het gevoel gehad: wat kan ik nu schrijven? Is alles wat ik nu schrijf immers niet volgende week al weer door de realiteit ingehaald?

 

Jullie begrijpen wel wat ik bedoel.

Sinds de uitbraak van het coronavirus in ons land hebben we een moeilijke tijd doorgemaakt. Velen van ons waren vaak maar alleen. Wat betreft de kerk hebben we ons een tijd lang moeten beperken tot filmpjes. Nu komen we op zondag wel bij elkaar in de kerk – maar we moeten wel afstand houden, we zingen niet, we drinken geen koffie na de dienst. Terwijl juist het onderlinge contact zo waardevol is in ons kerkelijk leven. Ik weet dat er mensen zijn die graag naar de kerk komen juist om dat bakje koffie na de dienst. Even een praatje: hoe ga jij? Heb je al gehoord dat…? Is het een idee als…? Een woord van begrip. Een gebaar van troost.

 

Door ons met z’n allen aan de aangegeven richtlijnen te houden nam het virus af.

Maar de laatste weken lijkt het weer de verkeerde kant op te gaan. Niet voor niks gaven premier Rutte en minister De Jonge eerder deze week – ja, ik heb het over de week van de 20e augustus… – een waarschuwende boodschap af.

En daar wringt hem ook de schoen voor dit stukje.

Hoe zal het verder gaan? We weten het niet! Dat zorgt voor veel onzekerheid.

Zal er misschien nog voor dit kerkblad verschijnt weer een nieuwe persconferentie komen? En krijgen we dan weer met nieuwe maatregelen te maken, die ook ons kerkelijk leven raken?

 

Later deze maand staat de startzondag gepland. Dat was afgelopen jaren altijd een bijzondere zondag. Ik denk met vreugde terug aan die van vorig jaar. We moesten stoelen erbij zetten. En wat werden er een leuke bijdragen en filmpjes gemaakt. De jongeren in de tuin – een groep dames speelde barmhartige Samaritaan op het pad voor de kerk.

Maar wat is er mogelijk op de komende startzondag? Wat kan er wel, wat mag niet?

We zullen het in de onzekerheid moeten uithouden.

En laten we ook naar elkaar blijven omzien.

Hoewel ik dat laatste ook wel weg had kunnen laten. Want ik weet uit verhalen die ik hoor, dat omzien naar elkaar een van de grote kwaliteiten van het dorp is.

 

Met hartelijke groeten, Dirk van Keulen

Kikkertje

Vorige maand eindigde ik mijn stukje met: lopen.

Ik schreef dat lopen deel uitmaakt van de traditie van het christelijk geloof. In de bijbel wordt immers in heel veel verhalen gelopen: door de woestijn, door een dorp, door een stad, naar Emmaüs, over het water.

En door de eeuwen heen hebben velen als pelgrim gelopen: naar Rome, naar Jeruzalem, naar Santiago de Compostella, naar talloze andere plaatsen, ook veel dichterbij.

Met dat lopen ben ik zelf ook begonnen. Natuurlijk liep ik altijd wel. Af en toe. Vooral in het winkelcentrum. Tsja.

Maar ik probeer nu elke dag een stuk te lopen.

Dat komt door een boekje dat ik las. Misschien denk je nu: daar gaat hij weer – weer over een boek schrijven. Ja, dat is zo; maar leg dit gele boekje nog niet weg, blader nog niet door, lees nog even verder!

Ik las over dat boekje in de krant. ‘Bij vlagen om te huilen zo mooi’, schreef de recensent. Ik kocht het boekje. Ik las het. En ik las het nog een keer. Een boekje om langzaam te lezen.

Het heet: Je keek te ver en is geschreven door Marjoleine de Vos.

Een klein boekje, niet meer dan 71 bladzijden – maar groot van inhoud.

Ze schrijft over een wandeling die zij vanuit haar huis in het Noord-Groningse Zeerijp maakt – maar zo’n wandeling kun je op elke plaats maken, waar je ook maar woont.

Ze schrijft over leven, over zijn op de plaats waar je woont; over waarnemen (zien, horen, ruiken, tasten) en mijmeren over wat je waarneemt; over omgaan met verlies; over drukte in ons hoofd – al die gedachten; over taal; over het echte leven: ‘het leven op aarde. Niet te bevatten’; over verlangen naar harmonie; over het magerebrugwonder; over leven met vragen, zonder antwoorden; en over nog veel meer.

Heel vaak wordt er op aangedrongen, dat we in beweging moeten komen; als een opdracht: voor onze gezondheid. Die opdracht hoorde ik altijd wel. Maar van in beweging komen kwam toch niet zoveel terecht. Heb ik een hekel aan opdrachten? Zit daar teveel moeten in? Vind ik geen voldoening in dat ‘moeten’? Heb ik in m’n jeugd teveel opdrachten gekregen?

Toen ik Je keek te ver las, kwam er een uitnodiging naar me toe: de uitnodiging om ook te gaan lopen.

Zo komt het dat ik de laatste weken vrijwel elke dag hetzelfde rondje loop: een paar straatjes door, dan de wijk uit, het fietspad tussen de weilanden door; links af het oude kronkelweggetje met bomen, ver weg een koekoek, dichtbij de roep van een tjiftjaf; ik kom voorbij het weiland waar een paar dagen lang ganzengezinnetjes bivakkeerden; na de oude boerderij het pad naar links (in het weiland twee lakenvelder stieren – wat is die zwarte groot! zo kolossaal); om de Wijde Aa heen, het pad door de prachtige kronkelende groenstrook door de Aa-landen, de gouden zang van de merels, een zanglijster; en links aanhouden richting huis.

Al lopend oefen ik me in waarnemen. Laatst werd ik beloond. Bijna ging ik met mijn lompe voet op een heel klein kikkertje staan. Ik zag het kikkertje net op tijd opzij springen.

Ik keek.

Ik hield m’n hand vlak voor het kikkertje: het sprong erop. Zo kon ik het van heel dichtbij bekijken.

Het was zo groot als de breedte van een vinger.

Ik zag de bolle ogen.

De grote dubbelgevouwen achterpoten – klaar voor de afzet van de sprong; de dunne voorpoten met de brede vingers.

Zo kwetsbaar. Verwondering.

Ik hield m’n hand vlak boven het gras: het kikkertje sprong verder dan ik verwacht had.

De dagen daarna was ik me onder het lopen bewust van de aanwezigheid van die kleine kikkertjes en zag ik ze elke wandeling.

De kikkertjes brengen me bij het hier en nu. Leven hier en nu.

Bij de vragen die zich vandaag aan me opdringen. Heb ik een antwoord?

Al lopend komen er meer gedachten op. Wat een onrust weer in m’n hoofd.

Opdracht en uitnodiging kwam ook nog weer naar boven.

Is het evangelie opdracht of uitnodiging? Wat mij betreft het laatste.

Ik wens jullie allen een goede zomer toe!

 

Met hartelijke groeten,

  1. Dirk van Keule

De stilte zingt U toe, o Here.

 De titel die boven dit stukje staat, zingt de laatste dagen rond in mijn hoofd. Het is de eerste regel van Psalm 65 – in de ‘nieuwe’ berijming (die trouwens al weer tientallen jaren oud is). Ik heb in mijn jeugd twee jaar op een basisschool gezeten, waar ik elke maandagmorgen een psalmversje uit het hoofd moest opzeggen. Ook al waren dat toen nog psalmversjes uit de ‘oude’ berijming van 1773, toch zal dat ook wel hebben geholpen, dat zinnen of hele verzen van Psalmen van die ‘nieuwe’ berijming zich in mij hebben genesteld. Soms gaat er ineens een laatje open en dwarrelen er zinnen in mij rond.

Ik herinner me, dat toen ik als kind in de Brugkerk of de Petrakerk in Veenendaal zat, ik het maar een rare zin vond: ‘De stilte zingt u toe, o Here’. Ik vroeg me af: hoe kan dat nou? Bij zingen maak je geluid. Je kunt zacht zingen of uit volle borst – geluid is er toch altijd. Hoe kan de stilte dan zingen?

De zin kwam in mijn gedachten toen ik nadacht over hoe het verder zou kunnen met onze vieringen. Sinds de uitbraak van het corona virus begin maart, hebben we geen kerkdiensten meer gehad. We hebben ons moeten beperken tot filmpjes.

Inmiddels lijkt er ruimte te komen om voorzichtig weer te kunnen denken aan kerkdiensten. Vanaf 1 juni zijn bijeenkomsten van dertig mensen weer toegestaan – mits we anderhalve meter afstand houden. De landelijke leiding van de PKN heeft geadviseerd om de maand juni te gebruiken om te oefenen met kleine aantallen mensen.

Dat oefenen is wel nodig. Immers: we zullen voorlopig wel vast zitten aan wat de anderhalve-meter-samenleving is gaan heten. We zullen afstand moeten blijven houden om niet terug te vallen in een nieuwe golf van besmettingen met het virus.

Dat brengt ook onmiddellijk grenzen aan in wat er mogelijk is wat betreft kerkdiensten. Immers: ons kerkgebouw De Schakel mag dan wel een van de grootste gebouwen van het dorp zijn, dat neemt niet weg dat het nu ook weer niet zo groot is. Familieleden mogen bij elkaar zitten. Maar verder zal er anderhalve meter ruimte moeten zijn. Er zullen looproutes moeten komen. Afspraken hoe we afstand houden bij binnenkomst en weer naar huis gaan. Koffie drinken na de dienst zal niet mogelijk zijn. Handen schudden na de dienst doen we natuurlijk ook niet.

Kortom: het weer gaan houden van kerkdiensten is nog niet zo eenvoudig. Ook zullen we afspraken moeten maken wie er op een bepaalde zondag wel kunnen komen en wie niet. Dat is heel moeilijk!

Tijdens de diensten zullen we ook merken, dat bepaalde dingen gewoon weer kunnen zoals we het gewend waren, terwijl we met andere dingen heel terughoudend moeten zijn. Uit de Bijbel lezen kan natuurlijk. Bidden ook. Een overweging kan ook. Met de inzameling van gaven zullen we anders moeten omgaan.

Het grootste punt is het zingen. Velen van ons houden daarvan. Jullie hebben in de afgelopen zeven jaar ongetwijfeld gemerkt: ik ook! Maar samen zingen in de kerk kan op dit moment niet. Hoewel er nog nader onderzoek naar gedaan moet worden, zou het weleens kunnen dat zingen het risico op overdragen van het virus vergroot. Dan is duidelijk dat we daar niet voorzichtig genoeg mee kunnen zijn. Hoezeer we ook het gevoel kunnen hebben, dat zingen bij de kerkdienst ‘hoort’, we kunnen nu beter niet zingen.

Als gevolg van het ontbreken van samen zingen, zullen onze vieringen voor ons gevoel misschien wat anders van karakter zijn. Dat betekent niet, dat ze niet minder waardevol kunnen zijn. In plaats van te kijken naar wat we missen, kunnen we ook eens onderzoeken wat voor andere vormen er mogelijk zijn.

Daarover nadenkend kwam die psalmregel in m’n hoofd.

In onze kerk zijn we niet gewend om met stilte om te gaan. Ik heb er tijdens kloosterbezoeken wel mee kennis gemaakt. Aanvankelijk moest ik er erg aan wennen. Ik zat al gauw onrustig te schuiven op mijn plaats. Mijn gedachten vlogen alle kanten op. Later ging ik die stilte waarderen. Ik leerde met stilte om te gaan. Ik leerde me te concentreren. Ik leerde dat stilte niet alleen ‘leeg’, maar ook heel ‘gevuld’ kon zijn. Daarom is die psalmregel helemaal zo gek nog niet. Ja, de stilte kan wel degelijk God toezingen.

Daarnaast ga ik eens zoeken wat er nog meer mogelijk is. Bijvoorbeeld met muziek.

Laat ik een voorbeeld geven: ik heb vorig jaar een doosje met zeven cd’s gekocht. Seven days walking heet het. Voor elke dag een cd: ‘Day One’, ‘Day Two’, ‘Day Three’, enz. Het is muziek van Ludovico Einaudi (hij werd onder meer bekend doordat hij de muziek bij die prachtige film Intouchables maakte). Daar zou ik weleens iets mee willen doen.

We zijn het ons niet zo bewust, maar lopen maakt deel uit van de traditie van het christelijk geloof. Wanneer we de Bijbel lezen, zijn er veel verhalen waarin wordt gelopen – door de woestijn, door een dorp, door een stad, naar Emmaüs, over het water. En door de eeuwen heen hebben velen als pelgrim gelopen.

Lopen is dus een thema om eens met elkaar bij stil te staan. Als we dat doen, dan zou de muziek van ‘Seven days walking’ daar weleens heel mooi bij kunnen passen.

En zo zijn er vast nog andere mogelijkheden.

Met hartelijke groeten, ds. Dirk van Keulen

Vragen – Een paar woorden van de dominee

Groeien in liefde – Een paar woorden van de dominee

Houd moed

HOUD MOED

Wat zijn onze levens ingrijpend veranderd! We moeten afstand van elkaar houden om de kwade macht van het corona virus in te dammen. En dat kunnen we alleen maar doen als we ons allemaal aan de regels houden.

Vandaag – de dag waarop ik dit stukje schrijf – is het maandag 20 april. Afgelopen dagen is er vooral veel gepraat in de media over de vraag of er al verruiming in alle maatregelen mogelijk is. Of de scholen misschien weer kunnen worden geopend. Velen hopen het. Morgen zullen we er meer over horen. Wat zal het worden? In die zin hobbelt dit stukje hopeloos achter de actualiteit aan.

In de week voor Pasen, om precies te zijn op 8 april, hebben we ons gemeentelid Bert Verhage moeten begraven. Elders in dit nummer van het kerkblad vinden jullie een ‘In memoriam’; en daarin schrijf ik ook iets over hoe ik de begrafenis heb ervaren: als een heel intense bijeenkomst. Tegelijkertijd natuurlijk ook een heel vreemde bijeenkomst. Het liefst hadden we gewoon een kerkdienst gehad waar ieder die erbij wilde zijn welkom was.

Dat roept ook de vraag op: wanneer kunnen we weer kerkdiensten houden? Een antwoord op die vraag weet ik niet. Zoveel lijkt wel duidelijk: we zullen nog lange tijd een ‘anderhalve meter afstand samenleving’ hebben. Zijn daarin kerkdiensten mogelijk? Dat weet ik niet. We zullen erover moeten nadenken. Maar we zullen heel voorzichtig moeten zijn. Want ervaringen als bijvoorbeeld in het vlakbij Zwolle gelegen Hasselt maken duidelijk, dat juist kerkdiensten al snel een bron kunnen zijn van waaruit het virus zich snel en gemakkelijk verspreidt.

Afgelopen weken heb ik de meeste ouderen uit de gemeente een keer opgebeld. Ik heb tegen iedereen gezegd: wanneer je het moeilijk hebt, en je wil erover praten: bel me! Mijn telefoonnummer vind je in dit gele boekje. En dat geldt natuurlijk niet alleen voor de ouderen!

In al die telefoongesprekken met gemeenteleden werd wel duidelijk, hoezeer het virus onze levens beheerst. De een heeft het er moeilijker mee dan de ander. Ouderen zijn vaak thuis, vaak ook alleen. En juist dat alleen-zijn is moeilijk. Van anderen hoorde ik, dat de situatie ook van invloed is op de bedrijfsvoering. Ook dat is moeilijk. Net als dat ik hoor, dat ook de droogte weer voor problemen zorgt.

Daarom heb ik de filmpjes die ik afgelopen weken heb gemaakt altijd afgesloten met: houd moed!

Die woorden ‘houd moed’ hadden ook een beetje een dubbele bodem. Ik heb ze namelijk ook tegen mezelf gezegd. Mijn rugprobleem is nog niet over. De dokter zegt dat dat vanzelf zal gebeuren en dat ik geduld moet hebben. Maar ik begin nu langzamerhand toch wel wat ongeduldig te worden.

Met hartelijke groeten,

ds. Dirk van Keulen

p.s.: net toen ik dit stukje klaar had belde iemand om te zeggen dat Jan Piet Thibaudier ter gelegenheid van koningsdag een lintje gaat krijgen. Wat leuk! Gefeliciteerd Jan Piet!

Vissen – Een paar woorden van de dominee

Laad meer