Categorie: Predikant

Onzeker

De zomer is weer voorbij.

Dit nummer van het kerkblad komt begin september uit.

Ik schrijf dit stukje op donderdag 20 augustus. De 20e van de maand is altijd de laatste dag waarop kerkbladstukjes kunnen worden ingeleverd.

Vele keren heb ik er wat mee geworsteld – die 20e van de maand. Maar nooit eerder heb ik zo sterk het gevoel gehad: wat kan ik nu schrijven? Is alles wat ik nu schrijf immers niet volgende week al weer door de realiteit ingehaald?

 

Jullie begrijpen wel wat ik bedoel.

Sinds de uitbraak van het coronavirus in ons land hebben we een moeilijke tijd doorgemaakt. Velen van ons waren vaak maar alleen. Wat betreft de kerk hebben we ons een tijd lang moeten beperken tot filmpjes. Nu komen we op zondag wel bij elkaar in de kerk – maar we moeten wel afstand houden, we zingen niet, we drinken geen koffie na de dienst. Terwijl juist het onderlinge contact zo waardevol is in ons kerkelijk leven. Ik weet dat er mensen zijn die graag naar de kerk komen juist om dat bakje koffie na de dienst. Even een praatje: hoe ga jij? Heb je al gehoord dat…? Is het een idee als…? Een woord van begrip. Een gebaar van troost.

 

Door ons met z’n allen aan de aangegeven richtlijnen te houden nam het virus af.

Maar de laatste weken lijkt het weer de verkeerde kant op te gaan. Niet voor niks gaven premier Rutte en minister De Jonge eerder deze week – ja, ik heb het over de week van de 20e augustus… – een waarschuwende boodschap af.

En daar wringt hem ook de schoen voor dit stukje.

Hoe zal het verder gaan? We weten het niet! Dat zorgt voor veel onzekerheid.

Zal er misschien nog voor dit kerkblad verschijnt weer een nieuwe persconferentie komen? En krijgen we dan weer met nieuwe maatregelen te maken, die ook ons kerkelijk leven raken?

 

Later deze maand staat de startzondag gepland. Dat was afgelopen jaren altijd een bijzondere zondag. Ik denk met vreugde terug aan die van vorig jaar. We moesten stoelen erbij zetten. En wat werden er een leuke bijdragen en filmpjes gemaakt. De jongeren in de tuin – een groep dames speelde barmhartige Samaritaan op het pad voor de kerk.

Maar wat is er mogelijk op de komende startzondag? Wat kan er wel, wat mag niet?

We zullen het in de onzekerheid moeten uithouden.

En laten we ook naar elkaar blijven omzien.

Hoewel ik dat laatste ook wel weg had kunnen laten. Want ik weet uit verhalen die ik hoor, dat omzien naar elkaar een van de grote kwaliteiten van het dorp is.

 

Met hartelijke groeten, Dirk van Keulen

Kikkertje

Vorige maand eindigde ik mijn stukje met: lopen.

Ik schreef dat lopen deel uitmaakt van de traditie van het christelijk geloof. In de bijbel wordt immers in heel veel verhalen gelopen: door de woestijn, door een dorp, door een stad, naar Emmaüs, over het water.

En door de eeuwen heen hebben velen als pelgrim gelopen: naar Rome, naar Jeruzalem, naar Santiago de Compostella, naar talloze andere plaatsen, ook veel dichterbij.

Met dat lopen ben ik zelf ook begonnen. Natuurlijk liep ik altijd wel. Af en toe. Vooral in het winkelcentrum. Tsja.

Maar ik probeer nu elke dag een stuk te lopen.

Dat komt door een boekje dat ik las. Misschien denk je nu: daar gaat hij weer – weer over een boek schrijven. Ja, dat is zo; maar leg dit gele boekje nog niet weg, blader nog niet door, lees nog even verder!

Ik las over dat boekje in de krant. ‘Bij vlagen om te huilen zo mooi’, schreef de recensent. Ik kocht het boekje. Ik las het. En ik las het nog een keer. Een boekje om langzaam te lezen.

Het heet: Je keek te ver en is geschreven door Marjoleine de Vos.

Een klein boekje, niet meer dan 71 bladzijden – maar groot van inhoud.

Ze schrijft over een wandeling die zij vanuit haar huis in het Noord-Groningse Zeerijp maakt – maar zo’n wandeling kun je op elke plaats maken, waar je ook maar woont.

Ze schrijft over leven, over zijn op de plaats waar je woont; over waarnemen (zien, horen, ruiken, tasten) en mijmeren over wat je waarneemt; over omgaan met verlies; over drukte in ons hoofd – al die gedachten; over taal; over het echte leven: ‘het leven op aarde. Niet te bevatten’; over verlangen naar harmonie; over het magerebrugwonder; over leven met vragen, zonder antwoorden; en over nog veel meer.

Heel vaak wordt er op aangedrongen, dat we in beweging moeten komen; als een opdracht: voor onze gezondheid. Die opdracht hoorde ik altijd wel. Maar van in beweging komen kwam toch niet zoveel terecht. Heb ik een hekel aan opdrachten? Zit daar teveel moeten in? Vind ik geen voldoening in dat ‘moeten’? Heb ik in m’n jeugd teveel opdrachten gekregen?

Toen ik Je keek te ver las, kwam er een uitnodiging naar me toe: de uitnodiging om ook te gaan lopen.

Zo komt het dat ik de laatste weken vrijwel elke dag hetzelfde rondje loop: een paar straatjes door, dan de wijk uit, het fietspad tussen de weilanden door; links af het oude kronkelweggetje met bomen, ver weg een koekoek, dichtbij de roep van een tjiftjaf; ik kom voorbij het weiland waar een paar dagen lang ganzengezinnetjes bivakkeerden; na de oude boerderij het pad naar links (in het weiland twee lakenvelder stieren – wat is die zwarte groot! zo kolossaal); om de Wijde Aa heen, het pad door de prachtige kronkelende groenstrook door de Aa-landen, de gouden zang van de merels, een zanglijster; en links aanhouden richting huis.

Al lopend oefen ik me in waarnemen. Laatst werd ik beloond. Bijna ging ik met mijn lompe voet op een heel klein kikkertje staan. Ik zag het kikkertje net op tijd opzij springen.

Ik keek.

Ik hield m’n hand vlak voor het kikkertje: het sprong erop. Zo kon ik het van heel dichtbij bekijken.

Het was zo groot als de breedte van een vinger.

Ik zag de bolle ogen.

De grote dubbelgevouwen achterpoten – klaar voor de afzet van de sprong; de dunne voorpoten met de brede vingers.

Zo kwetsbaar. Verwondering.

Ik hield m’n hand vlak boven het gras: het kikkertje sprong verder dan ik verwacht had.

De dagen daarna was ik me onder het lopen bewust van de aanwezigheid van die kleine kikkertjes en zag ik ze elke wandeling.

De kikkertjes brengen me bij het hier en nu. Leven hier en nu.

Bij de vragen die zich vandaag aan me opdringen. Heb ik een antwoord?

Al lopend komen er meer gedachten op. Wat een onrust weer in m’n hoofd.

Opdracht en uitnodiging kwam ook nog weer naar boven.

Is het evangelie opdracht of uitnodiging? Wat mij betreft het laatste.

Ik wens jullie allen een goede zomer toe!

 

Met hartelijke groeten,

  1. Dirk van Keule

De stilte zingt U toe, o Here.

 De titel die boven dit stukje staat, zingt de laatste dagen rond in mijn hoofd. Het is de eerste regel van Psalm 65 – in de ‘nieuwe’ berijming (die trouwens al weer tientallen jaren oud is). Ik heb in mijn jeugd twee jaar op een basisschool gezeten, waar ik elke maandagmorgen een psalmversje uit het hoofd moest opzeggen. Ook al waren dat toen nog psalmversjes uit de ‘oude’ berijming van 1773, toch zal dat ook wel hebben geholpen, dat zinnen of hele verzen van Psalmen van die ‘nieuwe’ berijming zich in mij hebben genesteld. Soms gaat er ineens een laatje open en dwarrelen er zinnen in mij rond.

Ik herinner me, dat toen ik als kind in de Brugkerk of de Petrakerk in Veenendaal zat, ik het maar een rare zin vond: ‘De stilte zingt u toe, o Here’. Ik vroeg me af: hoe kan dat nou? Bij zingen maak je geluid. Je kunt zacht zingen of uit volle borst – geluid is er toch altijd. Hoe kan de stilte dan zingen?

De zin kwam in mijn gedachten toen ik nadacht over hoe het verder zou kunnen met onze vieringen. Sinds de uitbraak van het corona virus begin maart, hebben we geen kerkdiensten meer gehad. We hebben ons moeten beperken tot filmpjes.

Inmiddels lijkt er ruimte te komen om voorzichtig weer te kunnen denken aan kerkdiensten. Vanaf 1 juni zijn bijeenkomsten van dertig mensen weer toegestaan – mits we anderhalve meter afstand houden. De landelijke leiding van de PKN heeft geadviseerd om de maand juni te gebruiken om te oefenen met kleine aantallen mensen.

Dat oefenen is wel nodig. Immers: we zullen voorlopig wel vast zitten aan wat de anderhalve-meter-samenleving is gaan heten. We zullen afstand moeten blijven houden om niet terug te vallen in een nieuwe golf van besmettingen met het virus.

Dat brengt ook onmiddellijk grenzen aan in wat er mogelijk is wat betreft kerkdiensten. Immers: ons kerkgebouw De Schakel mag dan wel een van de grootste gebouwen van het dorp zijn, dat neemt niet weg dat het nu ook weer niet zo groot is. Familieleden mogen bij elkaar zitten. Maar verder zal er anderhalve meter ruimte moeten zijn. Er zullen looproutes moeten komen. Afspraken hoe we afstand houden bij binnenkomst en weer naar huis gaan. Koffie drinken na de dienst zal niet mogelijk zijn. Handen schudden na de dienst doen we natuurlijk ook niet.

Kortom: het weer gaan houden van kerkdiensten is nog niet zo eenvoudig. Ook zullen we afspraken moeten maken wie er op een bepaalde zondag wel kunnen komen en wie niet. Dat is heel moeilijk!

Tijdens de diensten zullen we ook merken, dat bepaalde dingen gewoon weer kunnen zoals we het gewend waren, terwijl we met andere dingen heel terughoudend moeten zijn. Uit de Bijbel lezen kan natuurlijk. Bidden ook. Een overweging kan ook. Met de inzameling van gaven zullen we anders moeten omgaan.

Het grootste punt is het zingen. Velen van ons houden daarvan. Jullie hebben in de afgelopen zeven jaar ongetwijfeld gemerkt: ik ook! Maar samen zingen in de kerk kan op dit moment niet. Hoewel er nog nader onderzoek naar gedaan moet worden, zou het weleens kunnen dat zingen het risico op overdragen van het virus vergroot. Dan is duidelijk dat we daar niet voorzichtig genoeg mee kunnen zijn. Hoezeer we ook het gevoel kunnen hebben, dat zingen bij de kerkdienst ‘hoort’, we kunnen nu beter niet zingen.

Als gevolg van het ontbreken van samen zingen, zullen onze vieringen voor ons gevoel misschien wat anders van karakter zijn. Dat betekent niet, dat ze niet minder waardevol kunnen zijn. In plaats van te kijken naar wat we missen, kunnen we ook eens onderzoeken wat voor andere vormen er mogelijk zijn.

Daarover nadenkend kwam die psalmregel in m’n hoofd.

In onze kerk zijn we niet gewend om met stilte om te gaan. Ik heb er tijdens kloosterbezoeken wel mee kennis gemaakt. Aanvankelijk moest ik er erg aan wennen. Ik zat al gauw onrustig te schuiven op mijn plaats. Mijn gedachten vlogen alle kanten op. Later ging ik die stilte waarderen. Ik leerde met stilte om te gaan. Ik leerde me te concentreren. Ik leerde dat stilte niet alleen ‘leeg’, maar ook heel ‘gevuld’ kon zijn. Daarom is die psalmregel helemaal zo gek nog niet. Ja, de stilte kan wel degelijk God toezingen.

Daarnaast ga ik eens zoeken wat er nog meer mogelijk is. Bijvoorbeeld met muziek.

Laat ik een voorbeeld geven: ik heb vorig jaar een doosje met zeven cd’s gekocht. Seven days walking heet het. Voor elke dag een cd: ‘Day One’, ‘Day Two’, ‘Day Three’, enz. Het is muziek van Ludovico Einaudi (hij werd onder meer bekend doordat hij de muziek bij die prachtige film Intouchables maakte). Daar zou ik weleens iets mee willen doen.

We zijn het ons niet zo bewust, maar lopen maakt deel uit van de traditie van het christelijk geloof. Wanneer we de Bijbel lezen, zijn er veel verhalen waarin wordt gelopen – door de woestijn, door een dorp, door een stad, naar Emmaüs, over het water. En door de eeuwen heen hebben velen als pelgrim gelopen.

Lopen is dus een thema om eens met elkaar bij stil te staan. Als we dat doen, dan zou de muziek van ‘Seven days walking’ daar weleens heel mooi bij kunnen passen.

En zo zijn er vast nog andere mogelijkheden.

Met hartelijke groeten, ds. Dirk van Keulen

Vragen – Een paar woorden van de dominee

Groeien in liefde – Een paar woorden van de dominee

Houd moed

HOUD MOED

Wat zijn onze levens ingrijpend veranderd! We moeten afstand van elkaar houden om de kwade macht van het corona virus in te dammen. En dat kunnen we alleen maar doen als we ons allemaal aan de regels houden.

Vandaag – de dag waarop ik dit stukje schrijf – is het maandag 20 april. Afgelopen dagen is er vooral veel gepraat in de media over de vraag of er al verruiming in alle maatregelen mogelijk is. Of de scholen misschien weer kunnen worden geopend. Velen hopen het. Morgen zullen we er meer over horen. Wat zal het worden? In die zin hobbelt dit stukje hopeloos achter de actualiteit aan.

In de week voor Pasen, om precies te zijn op 8 april, hebben we ons gemeentelid Bert Verhage moeten begraven. Elders in dit nummer van het kerkblad vinden jullie een ‘In memoriam’; en daarin schrijf ik ook iets over hoe ik de begrafenis heb ervaren: als een heel intense bijeenkomst. Tegelijkertijd natuurlijk ook een heel vreemde bijeenkomst. Het liefst hadden we gewoon een kerkdienst gehad waar ieder die erbij wilde zijn welkom was.

Dat roept ook de vraag op: wanneer kunnen we weer kerkdiensten houden? Een antwoord op die vraag weet ik niet. Zoveel lijkt wel duidelijk: we zullen nog lange tijd een ‘anderhalve meter afstand samenleving’ hebben. Zijn daarin kerkdiensten mogelijk? Dat weet ik niet. We zullen erover moeten nadenken. Maar we zullen heel voorzichtig moeten zijn. Want ervaringen als bijvoorbeeld in het vlakbij Zwolle gelegen Hasselt maken duidelijk, dat juist kerkdiensten al snel een bron kunnen zijn van waaruit het virus zich snel en gemakkelijk verspreidt.

Afgelopen weken heb ik de meeste ouderen uit de gemeente een keer opgebeld. Ik heb tegen iedereen gezegd: wanneer je het moeilijk hebt, en je wil erover praten: bel me! Mijn telefoonnummer vind je in dit gele boekje. En dat geldt natuurlijk niet alleen voor de ouderen!

In al die telefoongesprekken met gemeenteleden werd wel duidelijk, hoezeer het virus onze levens beheerst. De een heeft het er moeilijker mee dan de ander. Ouderen zijn vaak thuis, vaak ook alleen. En juist dat alleen-zijn is moeilijk. Van anderen hoorde ik, dat de situatie ook van invloed is op de bedrijfsvoering. Ook dat is moeilijk. Net als dat ik hoor, dat ook de droogte weer voor problemen zorgt.

Daarom heb ik de filmpjes die ik afgelopen weken heb gemaakt altijd afgesloten met: houd moed!

Die woorden ‘houd moed’ hadden ook een beetje een dubbele bodem. Ik heb ze namelijk ook tegen mezelf gezegd. Mijn rugprobleem is nog niet over. De dokter zegt dat dat vanzelf zal gebeuren en dat ik geduld moet hebben. Maar ik begin nu langzamerhand toch wel wat ongeduldig te worden.

Met hartelijke groeten,

ds. Dirk van Keulen

p.s.: net toen ik dit stukje klaar had belde iemand om te zeggen dat Jan Piet Thibaudier ter gelegenheid van koningsdag een lintje gaat krijgen. Wat leuk! Gefeliciteerd Jan Piet!

Vissen – Een paar woorden van de dominee

De tuin – Een paar woorden van de dominee

Pasen – Een paar woorden van de dominee

Stille Zaterdag – Een paar woorden van de dominee

Laad meer