Categorie: Algemeen

Oecumenisch gesprek

De Raad van Kerken Emmeloord organiseert ook dit jaar een oecumenisch gesprek waarvoor kerken polderbreed worden uitgenodigd. Het oecumenisch gesprek is bedoeld om elkaar als mensen uit verschillende kerken en andere zinzoekers beter te leren kennen. Het is een gesprek, geen discussie of woordenstrijd.

Dit vierde oecumenisch gesprek heeft als onderwerp:   bidden

Voor veel mensen is bidden, op welke manier ook, een belangrijk deel van hun geloofsleven. Anderen weten er misschien niet goed raad mee. Mensen bidden in

en buiten de kerk op verschillende manieren. Dit en meer kan ter sprake komen.

Het gesprek over bidden wordt ingeleid door: pastoor Victor Maagd (R.K.Emmaüs-parochie) en ds. Gerda Keijzer (P.G.Emmeloord). Daarna gaan de deelnemers met elkaar in gesprek.

Deze bijeenkomst wordt gehouden op: maandag 9 maart in De Ontmoeting,aanvang 20.00 u.

We nodigen kerkgenootschappen en oecumenische werkgroepen uit de dorpen uit in de hoop het onderling contact te verstevigen of aan te halen. Naast leden van de parochieraden, kerkenraden en werkgroepen zijn vanzelfsprekend ook gemeente-leden hartelijk welkom.

Waarom zou je naar de kerk gaan?

Op zondag naar de kerk gaan: voor velen was dat vroeger vanzelfsprekend. Je ging gewoon. Je zat elke zondag ongeveer op dezelfde plek. En je maakte de ochtenddienst en misschien ook de middagdienst mee.

Tegenwoordig is naar de kerk gaan veel minder vanzelfsprekend. Daar kunnen goede redenen voor zijn. Voor velen is het leven vandaag de dag zo enorm druk. Vooral in gezinnen met kleine kinderen. Je bent de hele week bezig alle ballen in de lucht te houden. Ook op zaterdag gaat dat door. Je vliegt maar heen en weer, je raakt er buiten adem van. En dan komt de zondag. Eindelijk een dag rust. Tijd om op adem te komen. Ik kan best begrijpen, dat uitslapen en tijd voor je gezin dan heel belangrijk zijn.

Daar komt bij dat je ook best kunt geloven zonder naar de kerk te gaan. Misschien mis je wat als je niet gaat. Maar je kunt toch best je geloof en dat wat je ooit als kind aan geloofsopvoeding en levensinstelling hebt meegekregen behouden zonder dat je naar de kerk gaat.

Sterker dan vroeger kan daarom de vraag opkomen: waarom zou je naar de kerk gaan?

Zoals er goede redenen kunnen zijn om dat niet te doen, zo kunnen er evenveel redenen zijn om dat wel te doen.

Ik noem er een paar.

Een goede reden kan bijvoorbeeld zijn: om een gewoonte vol te houden. Of om een traditie voort te zetten. Gewoontes en tradities kunnen dingen zijn om te koesteren en blij mee te zijn. Gewoontes zijn ook dingen waar je niet over na hoeft te denken. Er zijn zoveel dingen waar je wel over na moet denken. Wat kan het heerlijk rustig zijn om iets te doen waar je niet over na hoeft te denken.

Een andere reden: om God te zoeken. Ja, dat is wel vanzelfsprekend.

Of: om even tot rust te komen – je gaat zitten, je zingt misschien mee, je luistert naar wat wordt gezegd. Maar één woord kan al genoeg zijn om in je gedachten eigen wegen te gaan. Daar kun je heel rustig van worden!

Om te bidden: voor anderen, voor jezelf, voor diegenen die je lief zijn, voor de wereld. Natuurlijk kun je overal en altijd bidden. Maar de kerk is een plaats bij uitstek om dat te doen.

Om een kaarsje aan te steken. Ook dat is een goede reden. Binnen de protestantse traditie zijn we dat wat uit het oog verloren. Maar misschien is het zo gek nog niet om dat terug te halen. Want als je een kaarsje aansteekt, voor jezelf of voor anderen, dan plaats je jezelf of die ander in het licht van God.

Om te zingen – ook dat kan een reden zijn om naar de kerk te gaan. Veel mensen houden er eigenlijk wel van om te zingen. Sommigen zijn daarom lid van een koor. Zingen doen we ook in de kerk. We zingen tot eer van God. We zingen ook om onze eigen gevoelens te uiten. Het kan ook gebeuren, dat je even niet kunt zingen. Dat je adem in je keel blijft steken, dat tranen je overmeesteren. Dan kan het fijn zijn om te horen dat anderen om je heen zingen, ook voor jou zingen. En een andere keer kunnen de rollen omgedraaid zijn: dan zing jij zonder dat je het misschien merkt voor iemand die twee stoelen voor je zit.

Om deel uit te maken van de geloofsgemeenschap: ook dat kan een goede reden zijn om naar de kerk te gaan. Binnen de gemeente proberen we naar elkaar om te zien. Daarvoor is het belangrijk om elkaar te ontmoeten. Om even te kunnen vragen: hé, hoe gaat het met jou? Of om die vraag zelf te krijgen. Daarom is het zo’n groot verlies voor Luttelgeest dat de Rooms-Katholieke Kerk nu gesloten is. Dat betekent een plek minder om te bidden, tot rust te komen, naar elkaar om te zien.

Je kunt ook naar de kerk komen om je bijdrage aan de gemeente leveren. Iedereen heeft gaven en talenten. Daarmee kun je kerk en gemeente helpen in stand te houden. Wanneer je wordt gevraagd: zou jij misschien…, dan is een van onze eerste reacties vaak: hoeveel tijd gaat me dat kosten. Dat is een gedachte die ik wel begrijp. Onze levens zijn zo druk. Maar realiseren we ons ook, dat je bijdrage ergens aan leveren, je ook enthousiast kan maken? Je ook energie kan geven?

Waarom gaat u, waarom ga jij naar de kerk? Of niet?

Met hartelijke groeten,

ds. Dirk van Keulen

Beste leden van PKN Luttelgeest

Graag wil ik me aan u  voorstellen. Ik ben Marijke Bleeker, 27 jaar en sinds eind oktober 2014 actief als  buurtwerker van Luttelgeest en Bant. Ik ben opgegroeid in de Espel en woon nu in Tollebeek.

Misschien heb ik u al eens ontmoet of kom ik u binnenkort tegen. Als buurtwerker zal ik veel in het dorp aanwezig zijn, zoek veel mensen op en leer veel mensen kennen. Mensen met vragen, problemen, maar ook mensen met ideeën en die iets te bieden hebben. Ik probeer  verbindingen te leggen tussen mensen, instanties en organisaties. Dus daarom maak ik ook contact met de kerk. Ook met u kom ik graag in contact en ik denk graag met u mee. Bijvoorbeeld

–          als u zich zorgen maakt

–          als u iets wilt veranderen

–          als u iets op wilt zetten

–          als u in actie wilt komen

Buurtwerk is onderdeel van Team Doen waar u ook over kunt lezen in de dorpskrant/folder en op de informatiepagina achter in de Kijk op Luttelgeest of op http://www.noordoostpolder.nl/doen

Wilt u met mij in gesprek? Dat kan bij u thuis, of op een andere locatie naar keuze in het dorp of bij Carrefour in Emmeloord.

Ik ben te bereiken op 0683529025 en marijke.bleeker@carrefour.nu.

Stichting Carrefour Welzijnsgroep NOP 0527-630000 www.carrefour.nu.

Na de feestdagen – De wegen van een hert (2)

Op het moment dat ik dit schrijf, is het een paar dagen voor kerst. Het feest waarop we de geboorte van Jezus vieren en erbij stilstaan hoe God ons nabij wil zijn. De evangelist Johannes noemt Christus ook het licht voor de mensen en het licht dat schijnt in de duisternis. Na alle barbarij die we het afgelopen jaar en de afgelopen dagen – die moordpartij op een school in Pakistan! wat is het erg – hebben zien gebeuren, gaat er een zin in mijn hoofd rond: het licht heeft het koud. Die zin komt uit een gedicht van Hans Andreus. Misschien komt die zin wel terug in de overweging op kerstmorgen.

Op het moment dat u of jij dit leest, hebben we ook de jaarwisseling achter de rug. Laat ik – al heb ik zelf op het moment het gevoel dat ik wel erg op de dingen vooruit loop – de kans aangrijpen jullie allen alle goeds en Gods zegen toe te wensen voor het nieuwe jaar. Het zijn verwarrende en onzekere tijden waarin we leven. We weten niet wat het jaar zal brengen. Laten we binnen de gemeente én in het dorp naar elkaar omzien en bidden om vrede.

Dan nog een laatste keer over het hert uit Psalm 42. Ik schreef er de vier voorgaande nummers ook over. In het laatste nummer ging het over gedichten van Willem de Mérode, Lloyd Haft, Anton Ent en de Zwolse dominee Siebren van der Zee. Ik kondigde toen al aan, dat ik in dit nummer nog een paar gedichten naar voren zou brengen, waarin het hert uit Psalm 42 zijn weg heeft gevonden.

Ik begin met een gedicht van Lode Bisschop. Hij dwaalt weg van de Psalm en gaat op de loop met het beeld van de jacht, dat – zo zagen we in een van de vorige afleveringen van deze serie – in de bijbelse Psalm 42 niet voorkomt, maar een vondst was van de Psalmberijmers. Toch blijft de thematiek wel dicht bij de bijbelse Psalm 42. Het gedicht loopt uit op het verlangen naar God:

‘Psalm

 

Zoals een hert dorst naar water

zo verlang ik naar U, o God

ik ben vastgeklemd in een strik

in het bos toen ik met rilde benen

wilde vluchten naar U: de boze

boswachter heeft de strik tussen

twee groene bomen gezet en ik

snoof water en strekte mijn gewei

en rende over mos en struiken naar

de levendige bron, maar mijn voeten

vielen in des bozen val en nu

hunker ik te meer, mijn gewei laat

van mijn hoofd los, mijn tong

schiet uit en mijn zachte ogen staan

ver, ik hoor de honden jagen achter mij

aa en de kraaien zwermen boven mij

om en ik hijg naar het echte water …

 

alzo hijgt mijn ziel naar U, o mijn God’

 

Het hert uit Psalm 42 heeft ook zijn weg gevonden in seculiere poëzie. Een treffend voorbeeld is een gedicht van Peter van Lier. Hij heeft het de titel gegeven: ‘Psalm 42’. Die Psalm zat dus in zijn achterhoofd toen hij het volgende gedicht schreef. Het staat helemaal los van de bijbelse Psalm. Alleen het beeld van het hert komt er nog in voor:

‘Wanneer een moeder, even afgeleid door een koopje onder de koopjes,

haar kinderen uit het oog verliest in het onoverzienbare winkelcentrum zal het smeken van haar ogen,

onder het slaken van kindernamen en gilletjes, overeenkomstig het: “gelijk een hinde die naar waterbeken smacht,”

slechts uit zorg voor haar kroost aanwezig op de vlakte verder dan het oog reikt, zal, overeenkomstig het dierlijke rillen, de wanhoop zo hartverscheurend moeten zijn,

dat vergeving, bij dit weer, niet kan uitblijven, als het zelfs bij de meest goedaardigen alleen maar weerzin wekt’.

Als derde voorbeeld een gedicht van M. Vasalis:

‘Cannes

 

In een woestijn van zon, dicht langs de zee

staan de platanen in een brede allee:

dorstige herten, plotseling betoverd

en in hun ren naar ’t water star gebleven,

het groene lichaam wit gevlekt, hoornen geloverd,

het wit gewei breed opgeheven.

 

Langslopend, te gezond, te naakt

en door een lichte wijn in een soort droom bewegend,

besef ik plotseling de enige werkelijke zonde:

dat ik door het verwonderlijkste nauw geraakt,

zonder besef door het bestaan gezegend

en door de schadelijkste dingen nauw geschonden,

ver van de werkelijkheid ben geraakt’.

 

‘Cannes’ is een tweestrofig, rijmend gedicht van respectievelijk zes en zeven regels. De witregel markeert de overgang van de buiten- naar de binnenwereld. Een, laten we maar aannemen, vrouwelijke ik-figuur, wat aangeschoten door de witte wijn, begeeft zich over een allee in het Zuid-Franse Cannes, begroeid met platanen. De platanen met hun takken doen de vrouw denken aan ‘dorstige herten’ (komen ze uit Psalm 42?) die als het ware in een fotoshot zijn bevroren voordat zij het water konden bereiken. Daarmee geconfronteerd overvalt haar ‘plotseling’ een besef van zonde: altijd is zij gedachteloos aan de wonderlijke en nadelige kanten van het bestaan voorbij gestapt en zo ver van de echte werkelijkheid geraakt.

Ik sluit af met een gedicht van Karel Eykman. Misschien kent u zijn naam nog van de kinderbijbel die hij vroeger heeft geschreven. Eykman behoort tot die groep, die bij alle honderdvijftig Psalmen een gedicht heeft gemaakt. Ze zijn gebundeld in een boek met de prachtige titel Een knipoog van u zou al helpen. Ik ga over zijn gedicht bij Psalm 42 niks zeggen. Het spreekt voor zich:

‘Het hijgend hert

 

Stel, je bent een hert.

Zitten ze met honden en geweren achter je aan

weet je nog maar net te ontsnappen

ren je voor je leven de longen uit je lijf.

Sta je na te hijgen buiten schot en buiten adem

dan zit er alleen maar in je kop:

water, nu eerst water, alleen maar water.

De rest komt later wel.

 

En ik, waarom zit ik in de zenuwen en ben ik in de war?

Alles zit mij tegen, het klopt niet meer in mijn hart.

Het klikt niet meer tussen mij en mijzelf.

 

Stel, je bent een mens.

Zitten ze scheldend en schreeuwend achter je aan

om je op je ziel te trappen

red je het niet meer, heb je het helemaal gehad.

‘Wat heb jij nog aan God? Jij bent toch godvergeten?’

Dan maalt alleen maar in je hoofd:

God, nu eerst God, alleen maar God.

De rest komt later wel.

 

En ik weet dan waar het op aankomt in mijn hart en ziel.

Dan kan ik ertegen, dan ben ik op mijn plek.

Zit dat goed, dan gaat het me goed’.

 

Met hartelijke groeten,

ds. Dirk van Keulen

 

Geraadpleegde literatuur:

–    Jan de Bas, En wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren. Psalmen in de Nederlandse poëzie vanaf 1900, Kampen 2010, 23 (Lode Bisschop) en 110 (Peter van Lier).

–    Karel Eykman, Een knipoog van u zou al helpen. Bij iedere psalm een gedicht, Zoetermeer 2013, 56.

–    M. Vasalis, De vogel Phoenix, Amsterdam 1992 (19e druk), 23.

Vanuit de kerkenraad jan 2015

Op het moment dat ik dit schrijf zitten we vlak voor de kerstdagen, op het moment dat u dit leest zitten we alweer in het nieuwe jaar! Hoe snel kan de tijd gaan!

Ik heb geen idee hoe de komende dagen zullen verlopen. Hebben we een fijne kerst met een volle kerk? Hoe is de oudejaarsdienst? Zinger er veel mensen mee met  het gelegenheidskoor?

Als u dit leest hebben we de antwoorden te pakken. Ik weet wel dat er in de voorbereiding naar de feestdagen toe enorm veel werk wordt verzet door heel veel mensen binnen onze kerk, terwijl dat vaak zo vanzelfsprekend lijkt. Opeens staat er een kerstboom in de kerk. Hoe komt die daar? Op kerstmorgen een kerstspel met een heel aantal spelers. Hoe is dat gegaan, is er veel geoefend? En een delegatie van Melodia die de dienst begeleidt, hoe komen die nou weer aan de juiste bladmuziek en gaat dat vanzelf zo gesmeerd of is daar extra tijd ingestoken?

En die oudejaarsdienst, wie regelt er zo’n koor, en de rest?

Wat is het toch fijn dat er zo veel mensen zijn die het mogelijk maken dat alles inderdaad zo gesmeerd loopt. Die gestalte geven aan het credo:” kerk zijn doe je samen”!

Op 23 november is er voor het laatst gekerkt in de katholieke kerk in ons dorp. We weten allemaal dat het niet meer kan, in ieder dorp een katholieke kerk. We beseffen best dat er kerken dicht moeten, maar als je eigen kerk in je eigen dorp voorgoed de deuren sluit dan doet dat behoorlijk veel pijn. We leven dan ook mee met onze katholieke dorpsgenoten. Gelukkig zullen  de oecumenische vieringen gewoon doorgaan zoals we dat gewend waren, maar dan  in de Schakel. En als er eens een parochiaan op onze kerkbanken neerstrijkt, weet dat u welkom bent, we hebben tenslotte veel meer dat ons bindt dan dat ons scheidt!

En hoe het verder gaat in ons dorp met kerk en parochie, de tijd zal het leren. Als we maar onthouden dat we elkaar vast blijven houden, dat we elkaar soms zo nodig kunnen hebben om ons dorp leefbaar te houden.

Op naar het nieuwe jaar. Er staat ons weer veel te wachten, goede dingen, moeilijke dingen, blijde dingen. Het is maar goed dat we ons leven dag voor dag leven zodat het in kleine porties op ons af komt. Laten we ook dit nieuwe jaar weer in vertrouwen tegemoet gaan, wetende dat we mensen zijn die alle dagen mogen leven met de zegen van onze Heer.

Een hartelijke groet namens de kerkenraad, Johan Schipper

BAZAAR

Noteer de datum alvast: 14 februari 2015 Bazar in de Schakel.

Met natuurlijk mooie prijzen op het rad, verloting, leuke spelletjes, heerlijke patat en tijd voor ontmoeting! In de volgende Schakel meer over deze gezellige bazar voor jong en oud!

Je geraakt weten!

Op zaterdag 4 oktober hebben we vanuit de verschillende kerk dorpen een mooie hoeveelheid kleding opgehaald.

Het was in de periode dat vanuit Syrië grote groepen naar Nederland kwamen. Ook naar Luttelgeest. Ons was gevraagd kleding naar het AZC te brengen voor deze mensen. Kleding die op 4 oktober werden aangeboden hebben we na toestemming van de gevers direct naar het AZC gebracht.

Hier waren ze er heel erg bij mee. De mensen stonden op dat moment in de rij om kleren en goederen in ontvangst te nemen. Ook voor Hongarije staan intussen al weer 2 grote bigbags klaar. Maar er kan nog meer bij. Daarom komen we zaterdag 17 januari weer ons rondje doen.

Ens, 9.30 uur. Kraggenbrug, 10.00 uur. Marknesse, 10.30 uur en Luttelgeest 11.00 uur. We staan bij onze R.K kerken.

Verder wensen we u/ jullie  Gezegende Kerstdagen en een voorspoedig 2015.

René Bos, André Verwer, Dik de Jong, Mariët Rommens, Annie Lathouwers en Jan-Piet Thibaudier

De wegen van een hert (1)

In de drie voorgaande nummers van ons kerkblad schreef ik over Psalm 42-43. Over het bij elkaar horen van die twee Psalmen en over berijmingen van Psalm 42. In het vorige nummer ging het over de plaats van Psalm 42 en 43 in de liturgie. Daarbij ontdekten we de verbinding tussen Psalm 42 en de doop. Dat verklaart waarom er in oude doopkapellen vaak afbeeldingen van herten zijn te vinden.

In het vorige nummer kondigde ik al aan dat ik nog niet klaar was met Psalm 42. Het hert uit de Psalm is op allerlei plaatsen terug te vinden in de moderne Nederlandse poëzie. Ik zal daar in dit nummer én in het volgende nummer een paar voorbeelden van geven.

Ik begin met de dichter Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning). Tussen 1932 en 1934 schreef hij dertig gedichten, gebaseerd op Psalmen. Daarbij bevindt zich ook een gedicht in negen strofen over Psalm 42-43. Ik citeer vier van de negen strofen (die zouden zijn te zingen op de welbekende melodie van Psalm 42):

 

‘Als een hert door dorst bevangen,

Naar de frisschen sprengen hijgt,

Zucht mijn ziel in heet verlangen

Tot den Heer, die toeft en zwijgt.

Ja, mijn ziel schreeuwt tot mijn God:

Levensgever, laat mij tot

Uwe woning mogen naadren,

Weder met uw volk vergaadren.

 

Niets dan tranen zijn mijn spijze

En mijn drank bij dag en nacht,

Daar zij spottend op mij wijzen.

Waar is God, dien gij verwacht,

Zeggen zij, en diep gekrenkt,

Zucht mijn ziel, als ze overdenkt,

Hoe ik bij ’t gejuich der vromen

Spelend voor den Heer mocht komen.

 

[…]

Balling ben ik van uw hooge

Huis en van uw heilig land.

Daarom is mijn ziel gebogen,

Dort mijn lijf in ’t brandend zand;

Daarom schreeuwt mijn hart en mond,

Als uw stormwind vaart in ’t rond,

Als uw wateren uit wolken

En rivieren mij omkolken.

 

[…]

Laat uw recht en uw gerichten

Tusschen mij zijn en dit rot.

En beschaam hun aangezichten

Door uw nederkomst, mijn God.

Red mij van bedrog en haat;

Ruk mij weg uit list en kwaad,

Laat niet toe dat wreede mannen

Mij omsinglen en verbannen’.

In dit gedicht blijft De Mérode enerzijds dicht bij de tekst van de Psalm zoals we die in de bijbel vinden. Anderzijds komen er ook zinnen en woorden in voor, die we zo niet vinden in de bijbel. Juist die zinnen – vooral die van de laatste strofe – maken dit tot een aangrijpend gedicht, dat de situatie weerspiegelt waarin de dichter zich bevindt. De Mérode werkte tot februari 1924 als onderwijzer in het plaatsje Uithuizermeeden, in het hoge noorden van de provincie Groningen. Op de avond van de 26e februari werd hij gearresteerd vanwege wat toen heette ‘een jongenszaak’ en werd daarvoor veroordeeld. In oktober 1924 kwam hij weer op vrije voeten. Zijn beroep van onderwijzer zou hij nooit meer uitoefenen. Die situatie klinkt door in de wijze waarop hij zich Psalm 42-43 toe-eigent.

Recent hebben meerdere Nederlandse dichters bij alle 150 Psalmen een gedicht gemaakt. Drie wil ik er hier noemen. Ze maken zichtbaar hoe breed de wegen van een Psalm kunnen uitwaaieren.

Het eerste gedicht is van de hand van de ‘geboren Amerikaan’, maar ‘Nederlander van keuze’ Lloyd Haft. Zijn gedicht naar Psalm 42 luidt als volgt:

 

‘Als een hert naar het water

hijgt mijn hart:

ik wil u levend weten, niet

dood zoals zij zeggen.

In mijn dorst is mijn ziel,

mijn dorst naar de levende

in wie ik op zou gaan,

ik die zou voorgaan:

op naar uw huis.

Niemand die u loven zou

als ik, als ik kon.

Ben ik hier in dieptes

die u nog niet ziet?

Boven mijn hoofd gaat altijd

hun gebulder, gebaren.

Ik wil het aan de stenen vragen:

word ik hier geweten?

Dieper dan een dolk

in mijn merg steekt uw stilte –

dood zouden zij zeggen, maar ik hoop:

niemand die u loven zal als ik.’

 

Lloyd Haft heeft zelf een moderne Psalm gemaakt naar aanleiding van de bijbelse Psalm 42. Hij pakt verschillende elementen uit de bijbelse Psalm op: het hert en het water, de dorst en het verlangen, het opgaan naar uw huis, de vraag ‘Waar is dan je God?’ en het loven van God. Maar hij maakt er een nieuwe Psalm van, die direct aansluit bij het levensgevoel van deze tijd. Worstelde Luther met de vraag naar een genadige God, voor veel mensen vandaag is de vraag: bestaat God eigenlijk wel? Waar is Hij? Dat klinkt door in zinnen als: ‘ik wil u levend weten, niet dood zoals zij zeggen’. En: ‘dieper dan een dolk in mijn merg steekt uw stilte – dood zouden zij zeggen’. Maar de dichter blijft hopen: ‘niemand die u loven zal als ik’.

Ook Anton Ent (een pseudoniem van Henk van der Ent – hij gebruikt ook het pseudoniem Marieke Jonkman) maakte een reeks van 150 gedichten bij de alle Psalmen. ‘Entiteiten’ noemt hij ze: ze brengen zijn persoonlijke beleving bij het lezen van de Psalmen onder woorden. Entiteit 42 heeft als titel ‘Loflied’ en luidt dan vervolgens:

 

‘Het loflied op de Maker brengt bijeen

wat nu vervallen en verworpen is.

 

Hymnen bouwen de kerk van mijn jeugd

om mij heen, die oude Breepleinkerk.

 

Het plafond bood geborgenheid,

de kroonluchter waarheid,

de witte muur vrijspraak,

ik was gekleed in kleding van licht.

 

Ik zing het loflied op de Maker

Dat orde in de chaos schept.’

 

Anders dan bij Lloyd Haft komt geen enkel beeld van de bijbelse Psalm meer terug. De lezing van Psalm 42 voert de dichter terug naar zijn jeugd: de Breepleinkerk in Rotterdam. Met genegenheid denkt hij eraan terug: geborgenheid, waarheid, vrijspraak en licht. Toch is het een tijd die voorbij is: het is vervallen en verworpen. Anton Ent noemt zichzelf op dit moment agnost.

Ten slotte de Zwolse predikant Siebren van der Zee. Zijn ‘persoonlijke ver-woording’ bij Psalm 42 luidt:

 

‘Leven op verlangen

 

zoals het hert niet weet

dat het zijn hals strekt

naar water om te leven

zo is mijn verlangen naar U

 

nu tranen mijn brood zijn

raak ik ver van mijn bron

daarbij die neerbuigende vragen:

“waar is nu Hij-die-is”?

 

waar is de tijd dat ik

kind bij U aan huis was

een lied vond in de nacht

toen alles in mij storm liep?

 

hoe kunt U, God, vergeten

de mens die op U hoopt?

…..

hoe kun jij, mens, verliezen

de God die jou eens zag?’

Een gedicht om meer dan eens te lezen en over na te denken!

Met hartelijke groeten,

ds. Dirk van Keulen

Geraadpleegde literatuur:

–    Willem de Mérode, Verzamelde gedichten, Baarn 1987, 1153-1155.

–    Hans Werkman, Bitterzoete overvloed. De wereld van Willem de Mérode, Soesterberg 2011.

–    De Psalmen in de bewerking van Lloyd Haft, Amsterdam 2003, 46.

–    Anton Ent, Entiteiten, uitgave in eigen beheer, nummer 42 (later zijn de gedichten ook uitgegeven als: Anton Ent, Man van twee wegen. Gedichten geënt op de Psalmen, ’s-Hertogenbosch 2007).

–    Siebren van der Zee, Psalmen vandaag. Persoonlijke ver-woording bij veelal knoestige psalmen, Gorinchem z.j., 47.

Nieuws vanuit het dorpskerkenoverleg herfst 2014

Nieuws vanuit het dorpskerkenoverleg herfst 2014

Er staan voor komende winter en voorjaar verschillende activiteiten op de agenda, de dominees van de verschillende dorpskerken hebben een aantal bijeenkomsten gepland. Deze bijeenkomsten staan open voor alle gemeenteleden van de dorpskerken. Verderop in deze uitgave treft u een beschrijving aan van de bijeenkomsten. Ook hangt er in uw dorpskerk een poster met alle data van de bijeenkomsten. De onderwerpen zijn zo gekozen dat er voor iedereen vast wel iets bij zit waar zijn/haar belangstelling naar uit gaat.

De cursus Pastoraat bij verlies en rouw en de cursus Leiderschap in de kerk  zijn gestart, we zijn blij dat hiervoor voldoende opgaves waren.

De vacante dorpskerken hebben een avond met elkaar ervaringen uitgewisseld over het beroepingswerk en de toegevoegde waarde  is het proces van bewustwording over eventuele mogelijkheden tot samenwerking.

Na een mooie presentatie over de organisatie van  ” De Passion” in Creil  als interkerkelijke jeugdactiviteit  hebben we met elkaar de intentie uitgesproken om op Witte Donderdag 2 april 2015 zoveel mogelijk jongeren van dorpskerken bij elkaar te brengen om “De Passion” te bekijken met elkaar.

De komende vergadering gaan we met elkaar bekijken hoe de gedenk/gedachtenishoek in de verschillende dorpskerken gerealiseerd is.

Iedere dorpskerk is vertegenwoordigd met een afgevaardigde, via deze persoon kunt u altijd reageren of ideeën aandragen, we staan er open voor!

Namens het dorpskerkenoverleg,

Tineke Bijdevaate ( voorzitter)

Margreet Langebeeke (secretaris)

Symbolisch bloemschikken, Adventsproject ‘Verderkijkers’

Kijk eens in de verte wat zie je dan?

Wat kun je verwachten en waar droom je van?

Met de wachters en Johannes,

met Jesaja en Maria,

met de herders kijken wij.

Want het donker gaat voorbij.

 

De basis van de schikking is een V vorm: symbool van de ‘Verderkijkers’. Ook in de verhalen komen veel V’s voor. Vanuit of bij de V worden de schikkingen  gemaakt. Elke zondag staat er een andere ‘Verderkijker’ centraal die wordt uitgebeeld door bloemen  en wordt er een kaars aangestoken als teken dat het licht steeds verder door de duisternis heen breekt.

Tijdens de 1e, 2e, en 4e adventszondag  is de kleur paars: symbool van ingetogenheid.  De 3e zondag van advent komt daar roze bij: Licht dat doorbreekt. Met Kerst is de kleur wit: vreugde.

Het jute dat gebruikt wordt staat symbool voor soberheid.

De eerste adventszondag is de ‘Verderkijker’ de deurwachter. Marcus vertelt over Verwachting. Wie Vol  Verwachting leeft, lijkt op die deurwachter.

De tweede adventszondag is dit Johannes de doper, de Verteller met een Verwachtingsvol  verhaal.

De derde adventszondag  is dit Jesaja, hij ziet nieuwe Vergezichten en heeft een Visioen van Vrede.

De vierde adventszondag staat Maria centraal, zij Verwacht dat de boodschap van de engel uitkomt.

Kerst: de geboorte van de Messias de Verlosser.

Namens de bloemengroep Alda en Hilda.

Laad meer