Veertigdagentijd – Vastentijd

Dit nummer komt uit in de eerste week van maart. Op de eerste woensdag van maart (6 maart) is het dit jaar Aswoensdag. Deze dag markeert het begin van de veertigdagentijd. Dat is elk jaar opnieuw een bijzondere periode.

Daarom is het goed er in dit nummer van ons kerkblad even bij stil te staan.

Veertigdagentijd: dat is de periode van Aswoensdag tot Pasen – dit jaar van woensdag 6 maart tot en met zondag 21 april. Als je je agenda er even bijneemt, kan al snel de vraag bij je opkomen: hoezo veertigdagentijd? Kunnen ze in de kerk niet tellen? Want als je van woensdag 6 maart doortelt tot zondag 21 april, dan kom je toch op meer dan veertig dagen uit?

Laten we eerst even stilstaan bij het getal veertig. Dat is een getal dat op allerlei plaatsen in de bijbel opduikt. Zo lezen we bijvoorbeeld in Genesis 7, dat het veertig dagen en veertig nachten lang stortregent terwijl Noach met zijn gezin en de dieren in de Ark schuilt. In het boek Exodus (24:18 en 34:28) horen we dat Mozes veertig dagen en veertig nacht op de berg verblijft voordat hij van God de Tien Geboden ontvangt. De tocht van het volk Israël door de woestijn naar het beloofde land duurt veertig jaar. En Jezus brengt veertig dagen en veertig nachten vastend in de woestijn door voordat hij door de duivel op de proef wordt gesteld (Mt. 4:1-11; Mk. 1:12-13; Lk. 4:1-13).

Al vroeg in de geschiedenis van de christelijke kerk – ongeveer derde-vierde eeuw – ontstond de gewoonte om je veertig dagen op het feest van Pasen voor te bereiden. Het is bedoeld als een periode van bezinning, een tijd om even stil te staan en je af te vragen waar je staat en hoe het met je gaat. Ben je gelukkig? Wat schenkt je geluk? Waar ben je onrustig over? Waar loop je voor weg? Schuif je iets voor je uit? Hoe zijn de relaties met mensen om je heen? Hoe is je relatie met God?

Vaak werd er in die periode ook gevast. Ook dat heeft bijbelse wortels.

Maar waarom noemt men dan de periode van Aswoensdag tot Paasmorgen veertigdagentijd, terwijl als je goed telt het meer dan veertig dagen zijn? Het antwoord is niet zo moeilijk: de zondagen tellen niet mee! Zo kom je precies op veertig uit.

De reden waarom de zondagen niet meetellen, is dat elke zondag eigenlijk ook een Paasdag is. Elke zondag is er voor ons de mogelijkheid om bij elkaar te komen en samen de bijbel te lezen, te zingen, te bidden, enz. Dat is natuurlijk ook een soort gewoonte. En vaak beseffen we niet meer dat elke zondag ook herinnert aan Pasen.

Die veertigdagentijd brengen we als het ware samen met Jezus door in de woestijn. Daarom wordt traditioneel op de eerste zondag in de veertigdagentijd dat verhaal over de beproeving van Jezus in de woestijn gelezen. Het is een verhaal dat ons bepaald bij de vraag waar voor ons beproevingen en uitdagingen liggen.

Waar laat jij je door meeslepen? Zo meeslepen, dat het een al te grote plaats in je leven krijgt en gevolgen heeft die levensgeluk in de weg staan? Daar was in het verleden ook dat vasten voor bedoeld. Vanzelfsprekende gewoonten worden even doorbroken om ruimte te scheppen voor iets anders. Vasten is heel lang een gewoonte geweest in de rooms-katholieke traditie. Maar de laatste jaren hebben steeds meer mensen de waarde van vasten herontdekt. Ook in de protestantse traditie.

Ga jij dit jaar ook ergens in vasten? Bekend zijn inmiddels allerlei voorbeelden van vasten. Zo is er het laten staan van alcohol – een paar weken lang niet uit gewoonte, bijna onnadenkend dat biertje uit de koelkast pakken. Of vasten in de sociale media – niet ieder moment van de dag je leven laten onderbreken door geluidjes van je telefoon. Dat schept de mogelijkheid om de dingen die je doet met meer aandacht te doen. En je kunt ook bewust bepaalde andere dingen doen, waar je je gewoonlijk geen tijd voor gunt.

Bijvoorbeeld elke dag iets lezen. Korte tekstjes, die de rest van de dag met je meegaan en waar je soms wat over kunt lopen mijmeren.

Vorig jaar las ik elke dag een stukje uit het boek Oog in oog. Christelijke mystiek in woord en beeld. Voor dit jaar heb ik iets anders uitgekozen. Ik ga stukjes lezen van Thomas a Kempis. Hij leefde in de Middeleeuwen (ca. 1380-1471) en heeft in mijn woonplaats Zwolle gewoond. Hij behoorde tot de Moderne Devotie, een richting binnen de kerk van die tijd, die streefde naar vernieuwing. Daar is veel over geschreven. Vorig jaar verzorgde Erik de Boer, een van mijn collega’s uit Kampen, samen met anderen een informatief en kleurrijk (veel plaatjes) boek: De Moderne Devotie. Spiritualiteit en cultuur vanaf de late Middeleeuwen. Inspirerend om te lezen is ook de door Mariska van Beusichem – nu stadspastor van Zwolle en dominee in Nagele – samengestelde glossy Thomas a Kempis (2013). Op de achterkant daarvan lees ik in grote letters: ‘Zorg voor je ziel’. Ja, daar gaat het om in de veertigdagentijd. Ergens anders las ik ooit dat de veertigdagentijd is bedoeld om ‘het tuintje van je ziel aan te harken’.

Thomas is beroemd geworden door zijn boek De navolging van Christus. Dat is in allerlei talen vertaald – er wordt wel gezegd dat het lange tijd het op de Bijbel na meest vertaalde boek was. In de glossy lees ik over dit boek: ‘Thomas lijkt meteen het hoogst haalbare resultaat te willen, als een voetbaltrainer voor wie uitsluitend de doelpunten tellen’. Maar ook: ‘Pas later viel me op hoeveel lofzangen op de liefde het boek óók bevat’.

Thomas heeft veel meer geschreven. De laatste jaren zijn allerlei teksten van hem vanuit het Latijn in het Nederlands vertaald. Dat heeft geleid tot boeken als De rozentuin (2009), Het leliedal (2010) en Gelijk het gras. Erkenning van onze broosheid (2011).

Maar misschien denk je nu: daar gaat die dominee weer! Daar valt weer een boekenkast om. We wisten al lang dat hij boeken leest. Maar dat lezen is helemaal niks voor mij! Hou op zeg, ik moet er niet aan denken! Sorry: ik kon het weer eens niet laten. Maar gelukkig is lezen niet verplicht (hoewel… op de middelbare school soms wel).

Je kunt ook iets anders doen! Iets waar je blij van wordt; iets wat je inspireert. Met aandacht iets doen in je tuin en luisteren wat uit de stilte in jezelf opborrelt. Een wandeling op een plek die je lief is en met aandacht kijken naar het licht. Elke dag een kaartje in de brievenbus doen bij mensen die wel wat steun kunnen gebruiken.

Tot slot: we zagen dat de zondagen niet meetellen in de veertigdagentijd. Die zondagen zijn als het ware oases in de woestijn. Dan wordt er niet gevast. Want de zondagen lopen vooruit op het feest van Pasen dat komt.

Ik sluit af met nog een paar zinnen uit de glossy: ‘Zodra ik me bekommer om “mijn” liefde, om “mijn” nood eraan en misschien zelfs om “mijn” tekortkomingen in “mijn” liefdesbetuigingen jegens “mijn” geliefde, vergeet ik dat ware liefde niet iets is dat je kunt krijgen, hebben of verliezen, maar dat je het kunt zijn – of niet kunt zijn. Liefde is niet maakbaar: liefde is leefbaar. Sociaal, gericht op anderen. Op het werk, bij de stomste klusjes. Dag in, dag uit. Van liefde kom je in beweging, liefde geeft je vleugels, liefde tilt je op uit de zwaartekracht, maakt dat je aldoor wilt blijven geven en niet werkelijk moe wordt, omdat je ervan doordrongen bent dat er een zon buiten en een lichtbron binnen zijn die in hun goddelijke zorgzaamheid precies weten wat jij op welk moment nodig hebt om zelf te kunnen stralen; voor wie dan ook’ (Désanne van Brederode).