jun 28

Het is zomer !

Het gebeurde eind februari van dit jaar – die twee weken waarin het koud was. Mijn dochter Hanna kwam thuis uit school. Ze trok haar wanten uit, deed haar sjaal af en hing haar jas aan de kapstok. En toen zei ze: ‘Pap, ik verlang zóóóóó naar de zomer!’ ‘Naar de zon!’ ‘Naar dat het lekker warm is!’

Nu is het zover: het is zomer!

Afgelopen weken hebben we al een hele reeks warme dagen gehad. Dagen waarop de zon uitbundig heeft geschenen. Wie buiten op het land of in de kassen werkt, heeft het zweet van het voorhoofd gewist. In de consistorie van de kerk is het nu heel aangenaam. ’s Winters is het daar koud. Het eerste wat ik dan doe als ik aankom, is de kachel aanzetten. En dan zit ik er eerst een tijd met de jas aan. Nu hoeft dat niet: ja, het is zomer!

Ik houd ook van de zomer: van het licht, de bloemen, de vlinders, de vogels.

De zomer is voor velen een tijd van ontspanning. Niet voor iedereen – op het land en in de kassen moet er genoeg gebeuren. Voor de kinderen in elk geval wel. Zij zijn een paar weken vrij van school. Wie de mogelijkheid heeft, trekt er even op uit: vakantie.

Nu ik zo even stilsta bij de zomer komt er een lied in mijn gedachten. Ik geloof niet dat ik het in de afgelopen jaren hier in Luttelgeest een keer heb laten zingen. Maar daar kan ik iets aan doen. Het is lied 747 uit ons Liedboek (in het oude liedboek was het gezang 288):

Eens komt de grote zomer

waarin zich ’t hart verblijdt.

God zal op aarde komen

met groene eeuwigheid.

De hemel en de aarde

wordt stralende en puur.

God zal zich openbaren

in heel zijn creatuur.

Het is een lied waar een verhaal aan vastzit. Het is gemaakt door Johann Walter (1496-1570), een dichter en een componist uit de tijd van de Reformatie. Hij had contact met Luther en werkte onder meer als cantor – zangleider – in Thorgau, een stadje tussen Berlijn en Leipzig.

Hij hield van zingen. Dat wordt wel duidelijk uit het lied dat hij heeft gemaakt. Ondanks dat hij componist was, heeft hij de melodie niet zelf gecomponeerd. Hij schreef zijn lied op de melodie van een ‘werelds’ lied waarin de zomer wordt bezongen. Ik kan het niet laten dat lied hier ook op te nemen:

Herzlich tut mich erfreuen

die fröhlich Sommerzeit,

all mein Geblüt verneuen,

der Mai viel Wollust geit.

Die Lerch tut sich erschwingen

mit ihrem süssen Schall,

lieblich die Vöglein singen,

voraus die Nachtigall.

Geïnspireerd door dit zomerlied pakte Walter zijn pen op en schreef maar liefst 34 coupletten. Hij hield van zingen… Maar 34 coupletten is wel wat veel van het goede: er komt geen eind aan.

Het was wel een slim idee van hem om de melodie van een ‘werelds’ te gebruiken. Ik denk dat alle mensen die in de kerk kwamen die melodie kenden. Zo kon iedereen het lied gelijk meezingen. Maar zouden ooit in een dienst alle 34 coupletten zijn gezongen? Dan raak je toch buiten adem? In ons Liedboek hebben we nu acht coupletten. In Duitse liedboeken meestal negen.

De melodie past bij de tekst van ons lied. Zoals in het ‘wereldse’ lied vrolijk de zomer wordt bezongen, zo gaat het in ons lied – heel mooi vertaald door J.W. Schulte Nordholt – vrolijk over ‘de grote zomer’. In het Duitse liedboek wordt daar een sterretje bij gezet met een toelichting: beeld voor de eeuwigheid. Dat had voor mij niet gehoeven, want dat snappen we zelf ook wel!

Ik wens jullie allen een fijne zomer toe!

Met hartelijke groeten, ds. Dirk van Keulen