«

»

Domme discipelen?

De laatste keer dat ik in De Schakel voorging in de dienst – dat was op zondag 7 mei  stond er op het leesrooster een stukje uit het Johannesevangelie: Johannes 16:16-23a. Het maakt deel uit van een groter geheel, waaruit vaak wordt gelezen in de tijd tussen Pasen en Pinksteren.

Dat grotere geheel bestaat uit de hoofdstukken 13-17. Deze vijf hoofdstukken vormen samen een geheel. Er wordt verteld over een maaltijd. In hoofdstuk 13, bij het begin van de maaltijd, wast Jezus de voeten van zijn leerlingen. Daarna lezen we hoofdstukken lang over de gesprekken bij de maaltijd. Aan het eind  hoofdstuk 17 spreekt Jezus een gebed uit. Daarna volgt in hoofdstuk 18-21 de arrestatie, het verhoor, de kruisiging en de verhalen rond de opstanding. Hoofdstuk 13-17 vormen zo een scharnier tussen het eerste en het laatste deel van het evangelie.

In de overweging op zondag 7 mei zei ik: je zou die hoofdstukken 13-17 eigenlijk zelf eens een keer achter elkaar moeten doorlezen. Na de dienst zei een van de kerkgangers tegen me: denk je nou echt dat mensen dat gaan doen? Nou, om eerlijk te zijn: dat verwachtte ik eerlijk gezegd niet. Maar ik wil er nu in ons blad toch nog wel een keer voor pleiten. Studerend voor de preek in de dienst van 7 mei las ik zelf die vijf hoofdstukken wel achter elkaar door. Ik kreeg oog voor dingen die me niet zouden zijn opgevallen wanneer ik me had beperkt tot dat kleine stukje dat op het leesrooster stond.

Dat herinnerde me ook aan de jaren waarin ik theologie studeerde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Een van de docenten zei toen tegen ons: we zijn in de kerk gewend om altijd maar een klein stukje uit een bijbelboek te lezen. Maar waarom zou je een evangelie niet eens van voor naar achter doorlezen? Wanneer je dat doet, ga je dingen ontdekken die je niet ziet wanneer je altijd maar een klein stukje leest. Ik nam de raad ter harte en las alle vier evangeliën een keer van begin tot eind door. Eerst het Evangelie volgens Markus, omdat dat het meest kort is. In een middag lees je het helemaal door. Toen ik dat had gedaan, snapte ik wat die docent bedoelde: je gaat meer zien en ontdekken!

Daarom nog een keer: pak eens je bijbel, en lees de hoofdstukken 13-17 uit het Johannesevangelie achter elkaar door. Wat ga je dan ontdekken? Een paar voorbeelden. Het gaat om de laatste maaltijd voorafgaand aan Jezus’ arrestatie. Mattheüs, Markus en Lukas berichten ook over zo’n maaltijd. Zij vertellen dan onder andere over de instelling van het avondmaal. Dat vind je bij Johannes niet!

Je gaat ook ontdekken dat er niet zoveel gebeurt. Johannes concentreert zich op wat er wordt gezegd: de tafelgesprekken. Het is vooral Jezus die aan het woord is. Een paar keer zegt een van de leerlingen iets. Petrus in hoofdstuk 13. Grote woorden! We weten waar ze op zijn uitgelopen. Tomas, Filippus en de andere Judas komen ook aan het woord. En de leerlingen praten onderling. Wat dan opvalt is: ze snappen er niks van! Ze begrijpen niet waar Jezus over praat. Hoe kan dat? Ze reisden toch met Jezus mee en hadden vele keren naar hem geluisterd. Zijn ze echt zo dom? Dat is maar de vraag. Ik denk dat we hier te maken hebben met een literaire vormgeving; een literaire truc. Door de discipelen neer te zetten als niet-begrijpend, worden wij als lezers uitgedaagd om het wel te begrijpen! De leerlingen verstaan alles wat Jezus zegt letterlijk-fysiek. Wij worden uitgedaagd om net even verder te kijken: net voorbij het letterlijke. En dat past ook bij iets wat eerder in het Johannesevangelie werd gezegd: het moet je van boven worden gegeven (hoofdstuk 3).

Voorts ga je ontdekken, dat het Jezus’ afscheidstoespraak is. Of beter gezegd: toespraken, want het zijn er eigenlijk twee: hoofdstuk 14 en hoofdstuk 16 – eerste en tweede afscheidstoespraak. Hoofdstuk 15 is een intermezzo. Maar, de thematiek van die twee afscheidstoespraken ligt dicht tegen elkaar aan. Telkens weer gaat het erom dat Jezus teruggaat naar de Vader. Dat was een moeilijk thema binnen de gemeente waarvoor Johannes schreef. Die gemeente bevond zich in beroerde omstandigheden: er waren vervolgingen uitgebroken (hoofdstuk 16:20v.). Daarom gaat het in deze hoofdstukken ook een paar keer om verdriet. In die gemeente zullen sommigen hebben gezegd: zijn wij – vergeleken met de discipelen – niet veel slechter af nu Jezus niet meer onder ons is? En dan is het antwoord in deze hoofdstukken verrassend: nee, we zijn beter af! Door de komst van de Heilige Geest blijven we verbonden met Jezus en de Vader. Sterker: we worden mee opgenomen in die relatie. Daarom komt het aan op: blijven liefhebben.

 

Met hartelijke groeten, ds. Dirk van Keulen