De Dorpskerken NOP in 2017

In dit artikel vertel ik over de Dorpskerken NOP en het jaar 2017 dat wel eens een heel belangrijk jaar zou kunnen worden. Het is de bedoeling dat dit artikel in alle kerkbladen van de Dorpskerken verschijnt om zo alle betrokken gemeenteleden te informeren. Misschien is dit de afgelopen tijd wel te weinig gebeurd, waardoor – en dat zou ik mij heel goed kunnen voorstellen – u en jij moeilijk een beeld kunnen vormen van wat er gaande is in die Dorpskerken NOP.

Sinds 2011 komen kerkenraadsleden uit de dorpen in de polder met regelmaat bijeen. In de beginjaren hadden die ontmoetingen vooral het karakter van elkaar leren kennen en uitwisselen wat er zoal in de dorpen speelt. Sinds 2014 wordt er concreter werk gemaakt van samenwerking en inmiddels zijn daar al een aantal vruchten van te plukken. Zo bouwen de predikanten en kerkelijk werkers aan teamvorming en komt er steeds meer samenwerking tussen jeugdwerkers van de grond. Momenteel is een gezamenlijke website www.dorpskerken-nop .nl in opbouw, wat verdere uitwisseling van bijvoorbeeld activiteiten mogelijk gaat maken.

Afgelopen najaar is tijdens een avond in Tollebeek uitgebreid gesproken over de mogelijkheden om de samenwerking verder uit te kunnen bouwen. Twee sprekers gaven hun visie vanuit financieel en kerkordelijk perspectief. Financieel ligt verdere samenwerking eigenlijk gewoon voor de hand, want dan kun je kosten delen. Met name gaat het dan om de kosten van een predikant of kerkelijk werker. De 7 mogelijkheden die de kerkorde voor samenwerking biedt was voor een deel van de ongeveer 50 aanwezigen een heuse eye-opener. Ik zet ze hier even kort op een rij:

 

  1. geen samenwerking, alles loopt goed;
  2. losse samenwerking, bijvoorbeeld kerkblad en jeugdwerk, zonder dat dit in een organisatiestructuur is vastgelegd;
  3. combinatie van gemeenten, waarbij twee (of drie) gemeenten gezamenlijk een predikant hebben, maar verder niet samenwerken;
  4. een gemeenschappelijke regeling, waarbij meerdere zelfstandige gemeenten afspraken maken voor bijvoorbeeld een gezamenlijke Diakonie of preekvoorziening;
  5. het vormen van een streekgemeente, waarbij er samenwerking is op meerdere gebieden en de predikant(en) verbonden zijn aan de streekgemeente;
  6. federatie van gemeenten, waarbij gemeenten vastleggen in de toekomst samen te gaan;
  7. fusie van gemeenten, waarbij er één kerkenraad en eventueel meerdere kerkgebouwen.

Het was met name een eye-opener, dat je best de onderlinge samenwerking verder kunt uitbouwen zonder nu direct je zelfstandigheid als gemeente op te hoeven geven. Dat is iets wat sterk speelt in de polder. We willen als gemeenten gewoon kerk op het dorp kunnen blijven.

Nu de mogelijkheden zo helder op een rij staan is de logische vraag: wat gaan wij doen in de polder? Welke vorm of vormen van samenwerking zouden ons het beste passen? In 2017 gaan we daarover met elkaar in verkennende vorm verder in gesprek.

Wat in 2017 eveneens speelt is de voortgang van mijn werk voor de Dorpskerken. Sinds mijn beroep in 2012 besteed ik 10% werktijd aan de Dorpskerken. Die tijd zit momenteel voornamelijk in vergaderen op verschillende niveaus, teamvorming met collega’s, opbouwwerk voor jeugdwerkers en het opzetten van de website. Destijds is de afspraak gemaakt dat ik dit werk voor de Dorpskerken voor 5 jaar invul. De gemeente van Nagele heeft daar destijds een geldbedrag voor gereserveerd. Nu we met elkaar op zo’n belangrijk kruispunt staan zou het mooi zijn nog een paar jaar door te kunnen gaan. Alleen kan de gemeente van Nagele dit niet nog langer opbrengen. Je kunt je afvragen of dit ook wel zo logisch is, aangezien het om de opbouw van een samenwerking van 9 gemeenten betreft.

Onderzocht zal worden of er mogelijkheden liggen dat bijvoorbeeld fondsen de komende fase in het samenwerkingsproces kunnen (mee)financieren.

Al met al wordt 2017 een jaar waarin we met elkaar als dorpsgemeenten in de Noordoostpolder voor genoeg uitdagingen staan. Dat God de Heer ons de wijsheid geeft om scherp te zien welke wegen wij met Hem én elkaar mogen gaan.

 

Ds. Gerlof van Rheenen